Eindelijk: verhuizen

Wiegertje Postma (18) heeft eindelijk haar eigen robuuste verhuizers.

En daarna heeft ze álles voor zichzelf

Stevig ingeklemd tussen mijn beide ouders tuur ik de snelweg af. Licht onwennig, maar met de blik van een buikige trucker die getrouwd is met het asfalt, zijn wagen en zijn in kentekenletters tegen de voorruit hangende `Priscilla', bestuurt mijn vader ons gehuurde busje. Mijn moeder bladert met een glazige blik door de Ikea-gids, en slaakt zo nu en dan snikachtige zuchtjes zoals alleen zij ze zo nu en dan kan slaken. De radio is mijn verantwoordelijkheid, maar voor de eerste keer in mijn autogeschiedenis speel ik niet het grote `Tel Hoe Vaak Lionel Richie, Phil Collins en George Michael Per Uur Bij Skyradio Langskomen, En Als Het Vaker Dan Tien Keer Is, Mag Ik Even Sturen'-spel. Ten eerste is het leuker om te spelen als mijn ouders het bestaan ervan officieel erkennen, en ze hebben gezegd dat pas te doen als ik mijn rijbewijs heb. Ten tweede staat mijn hoofd naar sturen noch Phil Collins. Dit is namelijk een belangrijke dag. ,,Hier eraf voor de Ikea'', wijst mijn moeder.

Ik ben verhuisd. Voor de allereerste keer in mijn leven. En dan niet het soort `Ja, ik ben wel verhuisd toen ik klein was, maar dat telt niet'-allereerste keer, maar écht de eerste keer. Blauw en gekreukeld rolde ik het leven binnen in het huis dat ik die ochtend met de huurbus verliet. Van menig vriendinnetje heb ik in de afgelopen achttien jaar de barbiehuizen door robuuste verhuizers een vrachtwagen in gedragen zien worden, maar nooit had ik mijn eigen robuuste verhuizers. Terwijl ik ze zó graag wou. Vanaf het moment dat ik namelijk besefte dat er bruisender wereldcentra bestonden dan het dorp waar ik woonde, was ik klaar voor vertrek. Alleen, welteverstaan. Want hoezeer mijn ouders mij ook intens lief waren, ik zou het zelf wel doen. Bovendien zijn wereldsteden geen oorden voor vaders of moeders. Niet helemaal gerechtvaardigd wellicht, maar dat scheelde mij niks. Mijn koffers waren gepakt.

Dat dit het moment is waar ik al die tijd met een hartstochtelijkheid op gewacht heb, als ware het de prins op het witte paard of de menopauze, dringt echter nog niet echt door als ik op een stenen paaltje voor de Ikea zit, terwijl mijn ouders proberen mijn nieuwe berkenhouten Billy boekenkast op diverse manieren de te kleine bus in te rammen. Ook nog niet als mijn moeder en ik de Billy binnen een kwartier degelijk staande hebben, mijn pauskalender aan de muur hangt, en mijn televisie aangesloten is. Zelfs als mijn ouders mij allebei adembenemend liefdevol hebben omhelsd en frasen als ,,Nou, dan gaan we maar'' en ,,Pas goed op jezelf'' uitgebreid hebben uitgewoond, besef ik nog weinig méér dan wanneer ik werd afgezet voor een logeerpartijtje. Ik zwaai ze desalniettemin met toewijding uit.

Nee, het is een proces dat zich heel gestaag een weg in mijn gestel eet. Met kleine, maar onomkeerbare hapjes. Wanneer ik merk dat ik geen schone onderbroekjes meer heb en niet goed begrijp hoe de wasmachine werkt. Bij de ontdekking dat wasmiddel geld kost, en vrij veel daarvan. En bij het besef dat afwas zich opstapelt, als niemand anders er iets mee doet. Wiegertje Postma is nu de aangewezen persoon. Fantastisch is het.

    • Wiegertje Postma