Einde van de zomer

Opeens besef je dat de zomer in zijn nadagen is. Dichters zien de eerste blaadjes vallen. Vogelliefhebbers beginnen zich te verheugen op de trekvogels, vooral de spreeuwen. Arachnafielen bewonderen de spinnenwebben. ,,'t Is weer voorbij, die mooie zomer'', zong Gerard Cox. ,,Die zomer die begon zowat in mei. Je dacht dat er geen einde aan zou komen.'' Melancholiek. En dan komt de regel die hij min of meer moet afraffelen omdat er te veel woorden in zitten. Die slaan we over. Het blijft een mooi lied.

Ik weet zeker dat de zomer voorbij is als ik in Amsterdam op de hoek van de Gabriël Metsustraat en de Van Baerlestraat tegenover het Concertgebouw op een vroege ochtend de voorhoede van het evenementenwezen aan het werk zie. Zware opleggers, kraanwagens, vorkheftrucks. Waar vorige week de plantsoenendienst de grote grasmat van het Museumplein vertroetelde, wordt nu een vlakte van staalplaten aangelegd, alsof het de Pripetmoerassen zijn waar een colonne tanks doorheen moet. In hoog tempo worden overal zeer grote tenten neergezet. Ook vlakbij het Amerikaanse consulaat, op tien centimeter afstand van het paalwoninkje waar de agenten zitten die onze vrienden tegen aanvallen en aanslagen moeten beschermen, staat opeens een flinke tent.

Watskeburt? ben je als modern mens geneigd te denken. Niets bijzonders. Hier worden de laatste voorbereidingen getroffen, of radicale maatregelen genomen ten behoeve van de Uitmarkt, de opening van het culturele seizoen.

Al sinds de aanleg van het nieuwe Museumplein zeuren we over de periodieke massamoord op de grassprietjes. Kunnen we daar nu niet eens mee ophouden! Nee! Ik doe mijn best, maar ik kan niet begrijpen dat een overheid die het hele jaar haar uiterste best doet om een grote groene vlakte zo mooi mogelijk te houden, dan plotseling, door evenementenrazernij bezeten, dat geheel binnen een paar dagen tot modder laat stampen. Als dit de enige grote open ruimte in de stad was, ja, dan was zo'n besluit misschien nog min of meer te verdedigen geweest, ook al kost het de burgerij geld dat in de zakken van de tenthouders terechtkomt.

Maar wat denk je van de Dam? Groot plein, aan de ene kant door intieme straatjes verbonden met de Torensluis en het borstbeeld van Multatuli (cultuur!), op steenworp afstand van de hoek van het Singel waar Vondel zijn kousenwinkel had (nog meer cultuur, hoewel de gedenkplaat al sinds tientallen jaren achter een dikke laag affiches verborgen is). En aan de andere kant via even imtieme straatjes op vijf minuten afstand van ons permanente evenement van de Walletjes? Of het Leidseplein met al zijn uitlopers, waar je ook naar hartelust tenten kunt bouwen? Ik ben trouwens de enige niet die met zulke denkbeelden rondloopt. In Het Parool las ik dat er in besluitvormende kringen over gedacht wordt de Uitmarkt volgend jaar weer eens ergens anders te houden. Mogen ze daar beseffen dat de mens het enige levende wezen is dat tegen evenementen bestand is. Het evenement an sich doet aan Attila, de koning der Hunnen, denken. Waar hij geweest was, groeide geen gras meer. Althans, het duurde een tijd voor er weer iets boven de grond kwam.

Toevallig kwam ik deze week een van mijn deep throats tegen. Deze werkt bij een deelraad. We hadden het over mijn vergeefse verdediging van het Museumpleingras. Ja, zei hij, maar je moet wel bedenken dat zo'n Uitmarkt ook goed is voor het toerisme. En hij wees me ook op de verregaande staat van voorbereidingen tot de herbouw van de Haringpakkerstoren, op de hoek van het Singel en de Prins Hendrikkade. Gebouwd in 1607, gesloopt in 1829 toen het ding bij gebrek aan onderhoud vanzelf al vrijwel in elkaar was gezakt. Deze nieuwe oude toren, verwachtte hij, zou als een magneet op kapitaalkrachtige buitenlanders werken.

Als een stad door één ramp kan worden getroffen, zei ik, dan is het wel door een magnetische aantrekkingskracht voor het toerisme. Kijk naar Parijs, vooral het Quartier Latin; kijk naar Rome, Athene, noem nog eens zo'n vergane glorie. Toeristen van alle nationaliteiten zijn in alle toeristische centra hetzelfde. Ze eten uit de McDonald's-ruif, ze kopen de T-shirts met leuke plaatselijke of internationale tekst maar Made in China, overdag sjokken ze funshoppend door de winkelstraten, op zoek naar elektronische hebbedingetjes. En als ze in Amsterdam zijn, dan negen van de tien keer voor de lokale specialiteiten: het blowen en de hoeren op de Wallen. I'Amsterdam roepen de leiders van de toeristenindustrie. Wat bedoelt die vrouw/man? vragen ze zich af. Aimstèrdèm? Ik dacht dat die stad gewoon Emsterdem heette. Nee, Aimstèrdèm. Dat is om de attractie extra te bevorderen. Geen touw aan vast te knopen.

Buitenlands bezoek dat het serieus meent maakt een rondvaart, staat in de rij voor Rembrandt en Van Gogh, maakt een wandeling door het Vondelpark, gaat een rijsttafel eten. Zulk soort dingen. Ik denk wel eens, zei ik tegen mijn deep throat dat je die mensen geen groter plezier kunt doen dan ze verder met rust te laten. Niets anders doen dan de dingen die gedaan moeten worden. De gaten in het plaveisel van het Thorbeckeplein netjes dichtmaken, bijvoorbeeld, zodat iemand die zich toevallig suf heeft geblowd niet zijn nek breekt.

Hij vond het een goed idee. Hij zou proberen, het op de agenda van de deelraad te zetten.

1306

    • S. Montag