`Een reporter van CNN gilde: we don't do environment'

`Ik heb iets met roofdieren. Vraag me niet waarom. Noem het gewoon een fascinatie. Toen ik economie studeerde, deelde ik mijn studentenkamer met een havik. Ik had de ene helft, hij de andere.

Het kwam goed uit dat mijn vader als oogarts voor onder andere de KLM werkte. Hij kreeg deels uitbetaald in vliegtickets en daar maakte ik dan veel gebruik van. Ik kon bijvoorbeeld goedkoop naar Afrika en naar India. Daar zag ik al tijgers.

In 1990 ging ik werken bij KPMG, als milieuadviseur. Dat ging vooral om CO2-uitstoot en afvalproblematiek en zo. Voor natuur was niet zoveel plaats. Dat beviel niet. Gaandeweg ging ik minder als consultant werken, er kwam meer plaats voor `natuur' in mijn leven en minder voor `milieu'.

Elf jaar geleden ging ik op de bonnefooi met de trein naar het Russische Verre Oosten. Ik wist dat Russische en Amerikaanse biologen daar onderzoek deden naar Siberische tijgers. Ze wilden weten hoe groot de territoria zijn, wat hun prooidieren zijn, dat soort dingen. Dit doen ze door vallen te zetten en de dieren te voorzien van zenders.

Ik sprak geen Russisch, maar die treinreis duurde lang, dus ik had ter voorbereiding drie leerboeken Russisch meegenomen. Lastig. Bij aankomst was ik halverwege het eerste boek. Toch werd ik met m'n vocabulaire van tien woorden Russisch door die onderzoekers aangewezen als tolk op de volgende expeditie. Ik hoorde toen ook pas van die Amoerpanters waarvan er daar nog ongeveer dertig voorkomen. Prachtige beesten.

Ik heb er eerlijk gezegd zelf nog nooit een gezien in het wild. Dat hoeft ook niet, ik vind het mysterie mooi. Bovendien moet je ze niet storen in hun leefgebied, dus het is eigenlijk beter als niemand ze ziet. Ze worden heus wel eens gezien door lokale boeren. En ik heb natuurlijk foto's gezien, wel driehonderd. Die zijn gemaakt door cameravallen: de panter kruist dan een infraroodstraaltje en dan maakt de camera een foto.

De grootste expert op het gebied van de Amoerpanter, een Rus, heeft ze trouwens ook nog nooit gezien. Hij onderzoekt ze al 23 jaar. 's Winters volgt hij pantersporen in de sneeuw.

Bij het afscheidsdiner tijdens mijn eerste reis heb ik beloofd dat ik in Nederland zou kijken of ik geld voor onderzoek en bescherming kon vinden. Dat voornemen staat misschien niet los van de hoeveelheid wodka die bij dat diner werd geschonken. Terug in Nederland heb ik toen Stichting Tigris opgericht. Gewoon door een formulier in te vullen en in te leveren bij de Kamer van Koophandel. Geld vinden was aanvankelijk een groot probleem, maar op een goed moment kregen we 75.000 dollar van Stichting Doen van de Postcodeloterij. Daarmee hebben we een antistroperijteam opgezet met bewapende rangers die in jeeps het leefgebied van de Amoerpanter bewaken.

Dat was maar het begin. Tegenwoordig hebben we naast antistroperij ook educatie, tellingen van panters, bosbrandbestrijding, compensatie van gedood vee en nog zo wat projecten in het leefgebied van de Amoerpanter. `We', dat zijn de Stichting Tigris en de Alliantie ALTAI, een dozijn organisaties uit Rusland en westerse landen. Daar zijn ongeveer honderd mensen bij betrokken.

Eigenlijk is míjn verhaal minder interessant dan dat van de mensen die in de wildernis branden blussen of een geweer onder de neus van een stroper houden. Ik coördineer en monitor meer. Zo wilde ik bijvoorbeeld meten of al die campagnes effect hebben, bijvoorbeeld tegen bosbranden. Dat deed ik aan de hand van satellietfoto's. En wat bleek na alle moeite? Dat het bluswerk nauwelijks effect had. Ik heb toen het salaris van de blussers voor de helft afhankelijk gemaakt van het resultaat. Ook moesten ze zich op kleinere gebieden concentreren. Dat werkte. De schade is toen met tweederde gedaald.

De populaties van de Siberische tijger en Amoerpanter zijn de afgelopen tien jaar redelijk stabiel gebleven. Maar de stroperij blijft een probleem. En dat blijft nog wel even zo zolang bijvoorbeeld de boete op het verhandelen van dode tijgers maar ongeveer vijftig dollar is.

Die stroperij is lucratief. De Chinezen verwerken tijgerdelen in traditionele medicijnen, en hebben daar veel geld voor over. Niet dat die medicijnen ergens tegen helpen, maar de markt is er.

Maar er is een nieuw probleem: de populaties Amoerpanter worden bedreigd. Want gouverneur Sergej Darkin van de provincie waarvan Wladiwostok de hoofdstad is wil een olieterminal bouwen midden in het natuurgebied waar de Amourpanter leeft. De biodiversiteit is in Rusland nergens groter dan daar. Maar liefst vijftig soorten komen uitsluitend in het kleine gebied rond de te bouwen terminal voor. Een tankerongeluk zou rampzalig zijn, en die pijpleiding en infrastructuur die bij de terminal horen zullen het leefgebied van de Amoerpanter doen verschrompelen.

Rusland wil olie uit centraal Siberië via een pijpleiding vervoeren naar die terminal bij Wladiwostok. Die olie moet naar de Japanse Zee, waar hij wordt overgeladen op tankers. Per tanker kan de olie naar veel landen worden geëxporteerd, naar China, Korea, Japan en zelfs naar de VS.

Ik heb voor dit gesprek overwogen om mijn woorden te wegen. Rusland is Rusland. Ik weet wat voor lui ik tegenover me heb en het is duidelijk dat het riskant is om je te verzetten wanneer de financiële belangen zo groot zijn. Ik overdrijf niet. Russische journalisten zijn ontslagen toen ze over die terminal hadden geschreven. En een schoolhoofd van een dorpje in een panterreservaat dat leerlingen op een dag met spandoeken rond liet lopen, kreeg een dag later bezoek van drie potige heren. Ze moest officieel spijt betuigen, anders zou ze ontslagen worden.

Van die gouverneur Darkin wordt gezegd dat hij nauwe banden met de maffia onderhoudt. Er is een video op de televisie getoond waar hij met de lokale onderwereld aan tafel zit. Darkin wordt door de heren bij zijn koosnaampje genoemd en hij heeft geen moeite met het boevenjargon.

Dat illustreert het milieu waarin ik me beweeg, maar schrijf het allemaal maar op. Dan weten ze in ieder geval in welke hoek ze het moeten zoeken als me iets overkomt.

Ik ben de afgelopen vier jaar vaker in Wladiwostok geweest dan in Amsterdam, doorgaans zo'n acht maanden per jaar. Ik heb daar een appartement en hier ook. Ik ben begonnen met deze campagne tegen de pijpleiding nádat ik mijn vorige werkvisum kreeg voor één jaar. Ik ben benieuwd of ik er wéér een krijg. Het was een hobby maar inmiddels is het mijn leven – ik ben er eigenlijk dag en nacht mee bezig.

Op dit moment voer ik campagne vanuit Amsterdam. Dat is veiliger, maar ook goedkoper. Ik moet meestal drie uur per dag bellen, over de hele wereld. Hier kost dat één tot acht cent per minuut. In Rusland is dat wel dertig keer zo veel; dan ben je een dollar per minuut kwijt. Ik bel met instanties, schrijf petities aan de internationale banken die willen investeren in de pijpleiding (zoals ABN Amro) en overleg met de andere organisaties.

Ook hang ik elke dag wel een paar uur met journalisten aan de lijn. Dat is geen onverdeeld genoegen. Journalisten zijn vaak bot, cynisch en te druk met Michael Jackson en zo. Een reporter van CNN gilde door de telefoon: ,,We don't do environment.'' Een man van Sky News zei dat er alleen nieuws in zat ,,when the terminal has exploded''. Ze zeggen ook vaak dat het pas nieuws is als het besluit is genomen om de terminal te bouwen. Maar dat willen we juist voorkomen! Overigens heeft de NRC over dit project, het grootste in de geschiedenis van Rusland, nog met geen woord geschreven. Ben benieuwd of je dat opschrijft.

Kijk, op papier heeft Rusland waterdichte milieuwetgeving. Maar de praktijk is nogal anders. Voor het pijpleidingproject moest een officiële milieueffectrapportage worden opgesteld. Natuurbeschermingsorganisaties zoals Greenpeace hebben geprobeerd om zo'n onafhankelijk onderzoek uit te voeren. Maar dat is niet gelukt. Het bedrijf dat de pijpleiding en terminal wil bouwen, Transneft, heeft zo'n MER wel laten uitvoeren – door een volstrekt onbekende organisatie, Public Ecology, die nota bene in dezelfde straat is gevestigd als het hoofdkantoor van Transneft. De tweede man van Transneft heeft zich al een keer versproken. Hij had het over ,,onze MER''. Eén keer raden wat de conclusie was van hun MER: die pijpleiding en die terminal zouden absoluut geen kwaad kunnen.

Dat ,,onze'' heeft hij zich laten ontvallen tegenover leden van Greenpeace Rusland. Ze hebben het op band, dus we kunnen het aantonen. Maar Greenpeace beschouwt de aanleg van de pijpleiding niet als een prioriteit, hebben ze me persoonlijk verteld. Ze voeren er in elk geval geen campagne tegen.

Dat deden ze wel toen Shell een offshore-gaspijp wilde bouwen bij Sachalin, ook in het Russische Verre Oosten, in een belangrijk fourageergebied van zeldzame grijze walvissen. Door de campagne zijn internationale banken beïnvloed die ook milieueisen stellen voordat ze geld lenen. Shell is dus gedwongen een andere route te kiezen toen de Europese publieke bank EBRD en de Japanse bank JBIC dat eisten.

Het Shell-project bedreigde maar één zeldzame populatie terwijl het bij déze pijpleiding gaat om vijftig soorten. Toch maakt de milieubeweging daar ophef over terwijl ze hierover met geen woord rept. Nu ben ík de enige roepende in de woestijn.

Doordat de Stichting Tigris nu in haar eentje campagne voert, kom ik nergens meer aan toe. Ik ben degene die altijd sponsors zoekt, verslagen van projecten schrijf enzo. Daar heb ik nu geen tijd voor.

Onze laatste hoop is nu nog dat het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen een MER gaat doen, waarbij ook wordt gekeken naar die terminallocatie. Ik weet van een betrouwbare bron die mij regelmatig informatie doorspeelt dat het ministerie eigenlijk tégen de aanleg van de terminal op die plek is. Maar in Rusland weet je het nooit. Daar is de macht in handen van het geld.''

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 30009 TH Rotterdam