Een reiswijzer voor het vreemdelingendoolhof

De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken wijst minister Verdonk vaak de weg in het doolhof van de internationale en Europese wet- en regelgeving.

Ze houden zich bezig met hete hangijzers, weten de leden van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). De plannen van minister Verdonk voor een strenger asielbeleid en een nieuw inburgeringsstelsel zijn omstreden. Zowel in de politiek als in de samenleving. Niet alleen voor de inhoud van de plannen, maar ook de juridische haalbaarheid ervan staat ter discussie.

Het verplichte inburgeringsexamen en de taaltoets in het buitenland die minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) aan migranten wil opleggen zijn nieuw in de Europese Unie. ,,We weten dus niet uit ervaringen van andere lidstaten of onze plannen in strijd zijn met Europese en internationale wet- en regelgeving, zoals rechtswetenschappers beweren'', meent het Tweede-Kamerlid Mirjam Sterk (CDA). Ze vindt het typisch de taak van een onafhankelijke adviescommissie om dat uit te zoeken. Volgens Sterk is het belangrijk dat de Tweede Kamer kan terugvallen op de juridische kennis van de ACVZ – naast de Raad van State, die wetsvoorstellen toetst.

De commissie van vijftien rechtsgeleerden, (oud)bestuurders en wetenschappers schrijft ruim vier jaar na haar instelling dan ook niet alleen beleidsadviezen. Steeds vaker wijst ze Verdonk ook de weg in het doolhof van de internationale en Europese wet- en regelgeving. Het Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA) vindt dat de afhankelijkheid van de adviescommissie hierdoor in het geding is. ,,Het is de taak van de AVCZ om met onafhankelijke adviezen te komen. Maar we zien dat de commissie steeds vaker handen en voeten probeert te geven aan de ambities van de minister'', ageert hij. Volgens Dijsselbloem onderscheidt de ACVZ zich zo nauwelijks nog van de juridische staf van het ministerie van Justitie.

Sadik Harchaoui, directeur van FORUM (instituut voor multiculturele ontwikkeling), vindt dat onzin. ,,De ACVZ is de enige adviescommissie die vanuit een juridische invalshoek naar het inburgerings- en vreemdelingenbeleid kijkt.'' Wat hij wel kwalijk vindt is dat de ACVZ zich nooit ongevraagd mengt in de politieke en maatschappelijke discussie over hoe de inburgering van migranten moet worden aangepakt.

Volgens ACVZ-voorzitter Teun van Os van den Abeelen is het de taak van de ACVZ om adviezen uit te brengen die er toe doen. ,,De overheid moet beter af zijn met ons dan zonder ons.'' Maar dat lukt niet altijd. Zo kwam de ACVZ pas op de dag van de behandeling ervan in de Kamer, februari 2004, met een advies over de vertrekregeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet (voor april 2001) Nederland waren binnengekomen.

De vraag toen was, of je uitgeprocedeerde asielzoekers kunt dwingen om naar hun land van herkomst terug te keren – zeker als ze kinderen hebben, na een verblijf van vele jaren in Nederland. Ja, zei de Tweede Kamer. Men kende alleen een pardon toe aan 2.097 asielzoekers die na vijf jaar nog in de eerste asielaanvraag zaten. Nee, zeiden maatschappelijke organisaties. Zij wilden een ruime pardonregeling. De ACVZ velde een Salomonsoordeel: bekijk of afgewezen asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, en weeg de mate van integratie mee voor wie langer dan zeven jaar wacht op een beslissing.

,,De timing van dat advies was ronduit ongelukkig'', erkent voorzitter Van Os van den Abeelen. ,,Maar als de regering ons advies had opgevolgd hadden we het probleem van de oude vluchtelingen nu wel structureel opgelost.'' Volgens hem is de overheid er mede schuldig aan dat duizenden vluchtelingen jaren na hun afwijzing nog steeds in Nederland verblijven. ,,Het is een mythe dat iedereen die weg wil ook weg kan. Een deel van deze vluchtelingen kan écht niet terug'', vindt Van Os van den Abeelen.

Officieel mogen de adviezen acht dagen nadat ze aan de minister worden aangeboden openbaar worden gemaakt. De commissie probeert de regie daarover zo veel mogelijk zelf te voeren. Maar bij politiek gevoelige onderwerpen dicteert de opdrachtgever, het ministerie van Justitie, graag het moment van publicatie.

Toch lekte in december vorig jaar het advies over het nieuwe inburgeringsstelsel uit. De ACVZ had een vernietigend oordeel: de plannen van de minister waren juridisch onuitvoerbaar. De raad bood Verdonk wel een uitweg. Niet de nationaliteit of de plaats van geboorte moest bepalend zijn voor de inburgeringsplicht, maar of iemand ten minste acht jaar van de leerplichtige periode (tot zestien jaar) in Nederland heeft doorgebracht. ,,We onderschrijven de noodzaak dat grote groepen nieuwe Nederlanders verplicht worden om te integreren'', verklaart de ACVZ-voorzitter.

Volgens de Kaderwet adviescolleges kan de Tweede Kamer ook om advies vragen bij de ACVZ. Rechtstreeks is dat nooit gebeurd. Maar indirect wel, met het advies over het nieuwe inburgeringsstelsel. Het Kamerlid Arno Visser (VVD) vindt het ,,verwarrend'' dat volgens een nog geheim advies aan Verdonk de Raad van State de voorstellen van de ACVZ heeft afgeschoten. Visser: ,,Wie heeft er nu gelijk?'' De ACVZ gelooft nog steeds dat haar voorstel juridisch te verdedigen is.

Visser is wel te spreken over het beleid van de ACVZ: ze komt langs in de Kamer om adviezen toe te lichten. ,,Het was verhelderend om van henzelf te horen hoe ze tot die acht jaar scholing als belangrijkste criterium waren gekomen'', ervoer Visser. Maar het Kamerlid Sterk vindt dat de ACVZ-voorzitter in dat overleg over de streep ging. ,,Hij hekelde de fracties van CDA en PvdA omdat deze autochtonen willen uitzonderen van de inburgeringsplicht.'' Sterk vindt dat Van Os van den Abeelen zo politiek bedrijft. ,,Dat tast de onafhankelijkheid van de AVCZ aan.''

Dit is het zevende deel van een serie over adviesraden van de regering.

    • Froukje Santing