De schijn is niet vermeden

Minister Veerman moet opheldering geven over zijn privébelangen. Doet het kabinet voldoende om belangenverstrengeling tegen te gaan?

`Cornelis Pieter Veerman, president' staat er onder de brief van het bedrijf `LD France'. Maar Cornelis Pieter Veerman is geen president van het landbouwbedrijf in de Franse Dordogne, hij is minister van Landbouw in Nederland. Een misverstand zegt het ministerie van Landbouw: Veerman heeft geen bemoeienis met de bedrijven waarvan hij eigenaar is. Toch zal de minister volgende week opheldering moeten geven aan de Tweede Kamer.

Veerman is niet de eerste bewindspersoon die met zijn zakelijke belangen in de problemen komt, en hij zal ongetwijfeld niet de laatste zijn. Zeker niet nu de politiek er meer en meer belang in stelt dat ministers en staatssecretarissen uit `de praktijk' afkomstig zijn en niet louter worden gerekruteerd uit beroepspolitici.

De bekendste politicus die in de moderne politieke geschiedenis werd achtervolgd met verhalen rond privébelangen was Ruud Lubbers. Als minister van Economische Zaken tussen 1973 en 1977 profiteerde zijn vastgoedbedrijf fors van belastingmaatregelen die het kabinet nam, zonder dat dit werd gemeld. En als premier tussen 1982 en 1994 zag Lubbers er geen been in om tijdens officiële bezoeken aan het buitenland op te komen voor de belangen van zijn familiebedrijf, Hollandia Kloos.

In de Paarse kabinetten die op de periode-Lubbers volgden, kwamen twee andere bewindslieden onder vuur: de ministers Wijers en Jorritsma. Inmiddels was het besef doorgedrongen dat leden van het kabinet zich maar beter niet meer met hun eventuele bedrijven konden bemoeien. Ex-consultant Wijers bracht de zeggenschap van zijn twee bv's onder in een onafhankelijke stichting. Maar de bv's zelf bleken te zijn gevestigd op Bonaire, hetgeen de nieuwe minister van EZ op het verwijt kwam te staan dat hij gebruik maakte van omstreden belastingconstructies. De bv's op de Antillen werden opgeheven.

Ernstiger waren de beschuldigingen aan het adres van Annemarie Jorritsma, eerst minister van Verkeer en Waterstaat, later EZ. Ook Jorritsma had bij haar aantreden als minister afstand genomen van de zeggenschap over het bouwconcern van haar familie door de aandelen onder te brengen in een `onafhankelijke' stichting, al benoemde ze in het bestuur van die stichting wel haar dochter. Later bleek dat het bedrijf subsidies kreeg waarvoor Jorritsma als minister verantwoordelijkheid droeg. Een onderzoek van de Algemene Rekenkamer pleitte de minister vrij omdat ze geen regels had overtreden. De affaire was echter wel de aanleiding om de afspraken voor nieuwe bewindslieden aan te scherpen. ,,Iedere schijn'' dat er geen sprake zou zijn van ,,objectieve besluitvorming'' moest vermeden worden, schreef minister-president Balkenende in 2002 aan de Tweede Kamer. Dat betekende ook: niet langer familieleden in `onafhankelijke' stichtingen. Nieuwe bewindslieden moeten een speciale verklaring voor de formateur ondertekenen waar alle privébelangen in staan opgesomd evenals de maatregelen die zijn genomen om belangenverstrengeling te voorkomen.

Die aanscherpingen leken ook wel nodig. Want bij het aantreden van het kabinet Balkenende I was het onder invloed van de Pim Fortuyn erg in zwang geraakt ministers uit `het veld' te halen. Liefst zes bewindslieden (onder wie Veerman) moesten zakelijke belangen afstoten of op afstand plaatsen, en vijf anderen moesten beloven niet meer in aandelen of opties te handelen. Op EZ trad ondernemer Herman Heinsbroek aan. Die had zijn muziekbedrijf Arcade geruime tijd eerder verkocht en zijn overige financiële belangen ondergebracht in stichtingen. Maar een van zijn verkochte bedrijven bleek in het tijdperk Heinsbroek te zijn veroordeeld voor het maken van illegale prijsafspraken in de cd-handel. Terwijl er nu onder zijn verantwoordelijkheid als minister een onderzoek plaatsvond naar concurrentie in die branche.

Met de val van Balkenende I verdween Heinsbroek van het toneel. Maar Veerman bleef op Landbouw. Hij had het beheer en zeggenschap over zijn C.P. Veerman Holding overgedragen aan een stichting. Daarnaast werden zijn andere bedrijven in Nederland en Frankrijk bestuurd door ,,een onafhankelijke derde'', zo meldde Balkenende al in 2002 de Kamer. Mogelijk dat de naam van Veerman onder een stuk van zijn Franse bedrijf inderdaad een vergissing is. Maar de vraag is al vaker opgeworpen of het op afstand brengen van privébelangen wel voldoende is om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. Voor het gezag van Veerman lijkt het nog veel fnuikender dat zijn beleid om landbouwsubsidies in stand te houden nu doorlopend in verband wordt gebracht met het feit dat hij landbouwbedrijven bezít, nog los van de vraag of hij ze ook echt bestuurt. Of zoals Eduard Bomhoff het vorige week verwoordde; de oud-minister van Volksgezondheid kon het niet begrijpen dat hem in 2002 door Balkenende werd verboden onbetaald verlof te nemen van Nijenrode waar hij doceerde. Hij moest ontslag nemen. Terwijl Veerman volgens Bomhoff twee suikerplantages mocht blijven bezitten en tegelijk beslissingen nam over suikersubsidies.