De kleren van de keizer

De hoofdlijnen van de rijksbegroting voor het jaar 2006 zijn deze week bekend gemaakt. De boodschap van het kabinet luidt dat na twee jaren van lastenverzwaring de burgers volgend jaar meer geld te besteden krijgen. En dan vooral de mensen met middeninkomens, de gezinnen met kinderen. Het kabinet heeft ondanks de sombere economische tijden, met twee verkiezingen in het verschiet, de behoefte om op zijn minst het sentiment te verspreiden dat er een oogstjaar aan komt.

Bij dit alles vallen twee zaken op: de bekendmaking kwam een kleine vier weken vóór prinsjesdag. En dit gebeurde door de minister-president zelf tijdens een korte persconferentie. Dus een kleine maand vóór de derde dinsdag van september, de met rituelen omgeven opening van het nieuwe politieke jaar, waarbij de troonrede wordt uitgesproken door de koningin in de Ridderzaal. Premier Balkenende (CDA) kondigt nu al aan dat na het ,,zuur'' nu de tijd is aangebroken om de burger enig ,,zoet'' toe te dienen. Afgezien van deze drogistenbeeldspraak, verdient de minister-president lof voor de geboden openheid. Zelf zei hij in een toelichting dat hij zijn bekendmaking deed om ervoor te zorgen dat de eenduidige boodschap tijd voor lastenverlichting duidelijk over het voetlicht kwam. Die strategie heeft vrucht afgeworpen. Maar de geboden openheid smaakt naar meer.

Achter de ambtelijke schermen van Den Haag wordt al geruime tijd gesproken over de mogelijkheid om de wijze waarop de rijksbegroting wordt gepresenteerd te verbeteren. Een oude traditie voorafgaand aan prinsjesdag is immers het al dan niet strategisch `lekken' van nieuwtjes, rijp en groen door elkaar, uit de begrotingsonderhandelingen. Zodat soms al maanden voor die feestelijke prinsjesdag min of meer bekend is welke maatregelen er aan komen.

Afgezien van de verdere defecten die kleven aan deze manier van overheidsvoorlichting, is het principieel onjuist dat kabinetsbesluiten geheim worden gehouden. Voorstellen om aan deze praktijk een eind te maken door eenvoudig telkens wanneer een begrotingshoofdstuk in de ministerraad is afgehandeld, dit bekend te maken, hebben het niet gehaald.

Ook in de Tweede Kamer leeft die wens. Zo deed PvdA-fractievoorzitter Bos vorig jaar tijdens de Algemene en Politieke Beschouwingen een gelijksoortige oproep. Het argument om dit niet te doen, is gelegen in de fictie dat het staatshoofd met het uitspreken van de troonrede het kabinetsbeleid voor het nieuwe jaar openbaart. In dat licht zouden persconferenties over dezelfde materie ook een affront zijn voor `de koning'. Kennelijk woog dat bezwaar deze week minder zwaar. Bos stelde vorig jaar voor dat de koning bij prinsjesdag best een ander verhaal zou kunnen houden, zoals ook met kerst gebeurt. Dat was een onhaalbaar maar moedig voorstel dat inging tegen de heersende Haagse omertà inzake de troon en de kroon. De staande gebruiken en gewoonten lijken er heilig, met als gevaar dat het sprookje van de keizer en de kleren als het ware vanzelf opgeld doet. Wie vertelt de regering dat `de derde dinsdag' een charade dreigt te worden?

Net zoals vorige week de selectieve openbaarheid van het rapport van de Commissie-Beel wrong, is nu de constructie die Balkenende kiest met prinsjesdag gekunsteld. De oorzaak is in beide gevallen de staatsrechtelijke constellatie waarin het staatshoofd formeel deel uitmaakt van de regering. Het is tijd dat de discussie over modernisering van het Nederlandse koningschap wordt gevoerd. Zou meer afstand voor het staatshoofd niet beter zijn? Is het denkbaar dat de presentatie van de rijksbegroting en de opening van het parlementaire jaar worden gescheiden? Een aparte, plechtige opening met een inhoudelijke rede van het staatshoofd is elders gebruikelijk, Ook hier is dat voorstelbaar. Inclusief de pracht en praal die van prinsjesdag een herkenbaar nationaal moment maakt dat voor velen van belang is. Dan zijn politiek en bestuur verlost van de jaarlijkse publicitaire kramp rond de begroting. En kan er een thematische troonrede komen, die ook nog vrij is van de verplichte boodschappenlijst met begrotingsposten.