Curaçao wil opheldering over notitie

Curaçao eist opheldering van Nederland over de voorwaarden die Nederland stelt voor de toekomstige verhoudingen binnen het koninkrijk.

Die voorwaarden staan in een uitgelekte vertrouwelijke notitie van minister Pechtold (Koninkrijksrelaties, D66).

De opstelling van Curaçao, het grootste Antilliaanse eiland, kan een obstakel vormen voor de verdeling van de Antilliaanse staatsschuld, ruim 2,4 miljard euro, en de boedelscheiding van de Nederlandse Antillen. Als Curaçao hierover weigert te overleggen, moeten de tussen Nederland en de eilanden genomen beslissingen aan het grootste Antilliaanse eiland worden opgelegd, meent de Antilliaanse premier, Etienne Ys. Welke drukmiddelen hij hierbij denkt te gebruiken is nog onduidelijk.

Er is zojuist topoverleg op Sint Maarten geweest tussen de eilanden. Dat overleg geldt als opmaat voor de in oktober te houden rondetafelconferentie tussen de Nederlandse, Arubaanse, Antilliaanse regeringen en de Antilliaanse eilanden, over het opheffen van de Antillen per juli 2007. In de slotconclusies van de conferentie op Sint Maarten heeft de Curaçaose delegatie laten opnemen dat ze niet deelneemt aan het tussentijdse bestuurlijk overleg tussen Nederland en de eilanden medio september, tenzij Curaçao eerst met Nederland kan vergaderen.

Uit minister Pechtolds notitie, die inmiddels is vrijgegeven, blijkt dat Nederland vast wil houden aan de eind vorig jaar door het kabinet vastgestelde randvoorwaarden voor nieuwe bestuurlijke verhoudingen met de Antillen, inclusief toezicht door het koninkrijk op adequate uitvoering van de rechtsorde, het openbaar bestuur en het financieel beleid.

,,Dat betekent'', zegt Errol Cova, partijleider van vakbondspartij PLKP, een van de belangrijkste partijen in het Curaçaose eilandsbestuur, ,,eigenlijk een onder curatele stellen door Nederland van alle eilanden''. Dat is voor Curaçao, dat een autonoom land binnen het koninkrijk wil worden, onbespreekbaar.

Naast Curaçao wil ook Sint Maarten een zelfstandig land binnen het koninkrijk worden, terwijl Bonaire en Saba directe banden willen met Nederland. Sint Eustatius opteert nog voor de Antilliaanse identiteit. Voor de eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius, die te klein zijn om hun eigen voorzieningenniveau op peil te houden, is de Nederlandse houding in het hervormingsproces van groot belang. Zij willen, net zoals Sint Maarten, het bestuurlijk overleg met Nederland dan ook voortzetten, ook als Curaçao daar niet bij aanwezig is. Volgens de Antilliaanse minister van Constitutionele Zaken, Richard Gibson, kan de Curaçaose houding ,,vertragend werken, maar het is niet funest''.

Een ambtenaar die nauw betrokken is bij de onderhandelingen tussen de eilanden noemt het overleg op Sint Maarten ,,een gemiste kans, er zijn nu alleen procedurele afspraken gemaakt''.