Bulgaren zijn goedlachs en toch depressief

Wie is die ouwe snoeperd die in de bh van het jonge meisje een pak bankbiljetten stopt?

,,Haar vader. Hoezo? Is daar wat mis mee?'', vraagt een Bulgaarse jongen die zich in het zweet danst.

De bruiloft in de Bulgaarse stad Plovdiv is al een paar uur aan de gang als ik langzaam door krijg hoe de verhoudingen liggen. En welke misverstanden er op de loer liggen. Zoals die over het jonge meisje dat tijdens het feest al dansend op tafels de show steelt. Het pak geld dat pa tussen haar borsten duwt heeft niets te maken met begeerte.

Het is juist een liefdevol gebaar, zo krijg ik uitgelegd. `Daar gá je, dochter!' is wat vader wil zeggen. `Op het volgende feest ben jíj de bruid en dan zal het je aan niets ontbreken.'

,,Begrijp je?'' vraagt de jongen op de dansvloer.

Ik knik van ja.

,,Hoezo niet?''

Nogmaals knik ik ja, maar de Bulgaar kijkt me vol onbegrip aan en besluit op bitse toon: ,,Jij wílt het gewoon niet begrijpen.''

Wat is hier aan de hand? Ik knikte toch tweemaal ja? In welke miscommunicatie ben ik nú weer beland?

Al vier jaar reis ik steeds weer door de landen van Midden- en Zuidoost-Europa en in elk land is het opnieuw lastig om je de gewoontes eigen te maken. Maar afgezet tegen de Hongaren, Kroaten, Macedoniërs en Serviërs vormen de Bulgaren een verhaal apart. Het depressiefste volk van Europa, wijzen deskundige rapporten uit. Maar wie naar Bulgarije reist ontmoet vooral goedlachse, vrolijke mensen.

Om de Bulgaar wérkelijk te doorgronden moet je er op z'n minst tafel en bed mee delen, luidt een welgemeend advies, en dat is precies wat mijn oude studievriend Hans heeft opgevolgd.

Een jaar geleden trad hij in het huwelijk met de Bulgaarse Eli, die sinds vijf jaar in Nederland woont. De plechtigheden in Amsterdam bleven beperkt tot een bliksembezoek aan het stadhuis. Want het echte feest, hadden ze zich voorgenomen, moest in Eli's geboortestad plaatsvinden. En zo maakte het paar, inmiddels aangevuld met hun baby Dimitri, hun entree in Plovdiv waar de familie van de bruid een groots feest in de steigers had gezet.

Vanuit mijn standplaats Boedapest was ik daags tevoren vertrokken om na duizend kilometer over hobbelige, en deels door de wateroverlast vernielde wegen getuige te kunnen zijn.

Studievriend Hans had zich keurig in een pak gehesen, zijn vrouw Eli was van een jaloersmakende schoonheid. Dat de Hollandse bruidegom voor deze speciale gelegenheid niet tot de Bulgaars-orthodoxe kerk had willen toetreden was reden voor grote teleurstelling. Maar een compromis was gevonden in de kerkelijke doop, de zogeheten `krushtene', van Dimitri.

Op een tafel midden in de kerk vleide Hans zijn zoon neer, waarna het ventje werd ontkleed en in de kolenschoppen van een onhandige priester werd geduwd die Dimitri vijfmaal onderdompelde in wijwater.

Een half uur later zaten we aan de lunch in een restaurant aan de voet van de kerk. Daar gaven Hans en Eli het startsein door hun leeggedronken champagneglazen kapot te gooien: het feest kon nu echt beginnen.

Allemaal leuk en aardig, maar ik zat met een niet gering probleem. Iedere ober die ik met een overduidelijk ja-knikken aanspoorde om mijn glas te vullen liep me straal voorbij. Wat deed ik fout? Was het mijn uitstraling? Riep ik negatieve reacties op? Ondertussen begon ik aardig dorst te krijgen, dus wendde ik me tot bruid en bruidegom die me wellicht uit mijn lijden konden verlossen.

,,De Bulgaar schudt nee als hij ja bedoelt, en vice versa'', legde Eli uit. Zelf had ze er na haar emigratie in Nederland ook aan moeten wennen.

Opgelucht stortte ik me op de eerste de beste ober, schudde driftig nee, haalde in wat ik aan drank gemist had en vertrok richting dansvloer.

Ja denken en je lichaam de nee-opdracht geven – het is even wennen. Zoals een rechtshandige die met links probeert te schrijven. Maar ik kreeg het onder de knie. Alleen op de terugreis, bij de grensovergang naar Servië, leverde het ongemak op.

,,Iets aan te geven?'' baste de strenge douanier.

Waarop ik toch nog in de war raakte, met ernstige vertraging als gevolg.

    • Tijn Sadée