Beter een goede buur

Venezuela en zijn flamboyante president Hugo Chávez hebben een nieuwe bondgenoot in hun strijd tegen de Verenigde Staten: Curaçao. Curaçao? Maar dat is toch Nederlands?

Ruim 65 Venezolaanse matrozen staan in een halve cirkel opgesteld rond het Simón Bolívarplein in Willemstad. Het is windstil; de Nederlandse, Antilliaanse, Curaçaose en Venezolaanse vlaggen boven het plein bewegen amper. Tegenover de matrozen, in een dubbele partytent, vegen genodigden hun bezwete gezichten af met zakdoekjes. Vanachter een microfoon heet Lorenzo Angiolillo, de Venezolaanse consul-generaal op de Antillen, iedereen welkom bij de 194ste viering van de Venezolaanse onafhankelijkheid.

Op 5 juli 1811 riep Venezuela de onafhankelijkheid van Spanje uit. De dag wordt nog altijd groots gevierd. Zeker ook op Curaçao, waar de held van de revolutie, Simón Bolívar, twee jaar verbleef alvorens de onafhankelijkheidsstrijd in de zuidelijke buurlanden Venezuela, Colombia, Panama, Ecuador, Bolivia en Peru te ontketenen. Ook na Bolívar, oftewel El Libertador, zijn de banden tussen Curaçao en Venezuela, die door een kleine zestig kilometer Caraïbische zee worden gescheiden, sterk gebleven.

Dat blijkt tijdens de kranslegging. Naast Antilliaanse en Curaçaose politici leggen vertegenwoordigers van de Curaçaose raffinaderij, sinds het vertrek van Shell in 1985 geleasd door het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA, de lokale vestiging van de Venezolaanse Banco Mercantil en de op Curaçao gevestigde Venezuelan Caribbean University kransen. Aan de periferie van het plein leggen camera's van de met Venezolaans geld gefinancierde Curaçaose zender TV11 het eerbetoon vast.

Ondertussen is Jesús Montilla, gouverneur van de Venezolaanse kustprovincie Falcón, aan het woord. Hij schetst de geschiedenis van de republiek Venezuela en vergeet daarbij niet de successen van de huidige president Hugo Chávez te vermelden. ,,Wij hebben dromen waar ook Curaçao deel van uit kan maken'', galmt Montilla's stem over het plein. ,,Het is mogelijk om terug te gaan naar het verleden waarin de verwantschap tussen Falcón en het eiland weer benadrukt wordt.''

Omstreden

De viering van de Venezolaanse onafhankelijkheid lag dit jaar gevoelig op Curaçao. Zo was de Antilliaanse premier Etienne Ys er niet bij, officieel omdat hij andere verplichtingen had. Maar zijn kabinetschef had zich tegen het dagblad Amigoe laten ontvallen dat Ys met zijn afwezigheid een signaal aan de Venezolaanse consul Angiolillo wilde afgeven. De Antilliaanse premier en de Venezolaanse consul liggen al maanden met elkaar overhoop, met als inzet de invloed van Venezuela op Curaçao.

Het laatste incident betrof de man die door gouverneur Montilla vanachter de microfoon begroet wordt als ,,een speciale vriend van Venezuela'': Errol Cova, oud-minister van Economische Zaken en vice-premier van de Antillen, en partijleider van vakbondspartij Partido Laboral Krusada Popular (PLKP).

Op 6 mei vloog Cova, toen nog vice-premier, in een militair vliegtuig naar Venezuela. Op uitnodiging van president Chávez nam hij deel aan verschillende politieke congressen. Tijdens een bijeenkomst in Coro, de geboorteplaats van zijn moeder, hield hij als partijleider van de PLKP een vlammende speech waarin hij uithaalde naar Nederland, en Curaçao de `Bolívariaanse revolutie', de sociaal-politieke beweging van de in 1999 aangetreden Chávez, als voorbeeld stelde.

,,Wij zijn hier om te kijken naar concrete samenwerkingsmogelijkheden om het complex dat het Nederlandse kolonialisme ons heeft gegeven terug te draaien'', zo sprak Cova in Venezuela. ,,Dat kolonialisme is heel diep en intelligent. Alleen een diepgaand proces kan dat terugdraaien. Maar daar kennen wij een voorbeeld van; dit glorieuze proces waar jullie hier in Venezuela doorheen gaan, een diepgaand proces van verandering van de mentaliteit van het slechte neoliberalisme.''

Cova vindt dat Nederland een veel te grote plaats inneemt op Curaçao, licht hij toe in het kantoor van een partijgenoot in Willemstad. Het belang van de 120 miljoen euro programmasteun die Den Haag jaarlijks aan Willemstad overmaakt wordt volgens hem zwaar overdreven. ,,Met dat geld, nog geen twee procent van ons nationaal product, koopt Nederland voor een dubbeltje een gulden aan politieke invloed.''

Nee, de toekomst van Curaçao ligt in het Caraïbisch gebied. ,,We moeten als deel van dat gebied er- en herkend worden'', zegt Cova. ,,Nu zijn we te geïsoleerd. Als het ons uitkomt, zijn we Nederlanders. Zo niet, dan horen we bij het Caraïbisch gebied. Dat dualisme hebben we overgehouden van de koloniale tijd. Daar moeten we dus vanaf.''

Cova, een 61-jarige kaalhoofdige oud-onderwijzer met doordringende groene ogen, is omstreden binnen het koninkrijk. De afgelopen jaren was hij vice-premier in verschillende Antilliaanse kabinetten, tot het Antilliaanse parlement zijn partij drie maanden geleden met een motie van wantrouwen naar huis stuurde. Reden: onbetrouwbaarheid naar aanleiding van politiek gevoelige uitspraken in Venezuela.

Maar de PLKP is alweer terug op het regeringspluche, nu dat van Curaçao. Sinds anderhalve maand vormt de vakbondspartij, samen met arbeiderspartij Frente Obrero i Liberashon (FOL) en de sociaal-democratische Movementu Antia Nobo (MAN), het nieuwe bestuurscollege van Curaçao, vergelijkbaar met burgemeester en wethouders van een Nederlandse gemeente. De coalitie zet zich in voor een autonoom Curaçao binnen het koninkrijk, waar de meerderheid van het electoraat zich in april voor uitsprak tijdens een staatkundig referendum. Volgens Cova mag ,,het proces van dekolonisatie waartoe ons volk heeft besloten niet worden belemmerd door Nederland, of door de door Nederland aangestuurde Antilliaanse regering''.

Cova, die zich in een Venezolaanse krant ook al eens uitsprak tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid op Curaçao, is wellicht de meest uitgesproken, maar zeker niet de enige Curaçaose sympathisant van Venezuela. Ook de partijleiders Anthony Godett en Charles Cooper van FOL en MAN, coalitiegenoten in het huidige eilandbestuur, en op een autonoom of zelfs onafhankelijk Curaçao gerichte organisaties zien heil in de alfabetiserings- en volksgezondheidsprojecten van de Venezolaanse president, wiens linkse ideologie een groot contrast vormt met de koele Nederlandse opstelling ten aanzien van de voormalige kolonie.

Irritaties

Een dag na Cova's toespraak in Coro werd Curaçao in de Venezolaanse kranten begroet als de nieuwste bondgenoot in de strijd tegen de Verenigde Staten. Met de `Bolivariaanse revolutie' ligt Venezuela op een ramkoers met de Verenigde Staten. De irritaties tussen de landen beginnen steeds grotere vormen aan te nemen. Deze week riep de invloedrijke Amerikaanse televisie-evangelist Pat Robertson de Amerikaanse regering op om de Venezolaanse president te vermoorden. Chávez is er zelf al lange tijd van overtuigd dat de Amerikanen hem uit de weg willen ruimen. Vorige maand startte Venezuela een ,,elektronische oorlog'' tegen het ,,Amerikaanse imperialisme'' met de door Chávez gesteunde tv-zender Telesur die niet alleen in Venezuela, maar ook in Argentinië, Uruguay, Bolivia, Brazilië en Cuba kan worden ontvangen. Daarop nam het Amerikaanse Congres een maatregel aan die ontvangst van Amerikaanse radio- en televisiezenders in Venezuela moet garanderen. Volgens Chávez moet integratie van landen in de regio, met behulp van Telesur, een tegenpool voor de Amerikaanse hegemonie gaan vormen. Olie, waarover Venezuela als op vier na grootste producent ter wereld rijkelijk beschikt, is een belangrijk politiek wapen in die strijd. Venezuela levert Cuba, Brazilië en Argentinië goedkopere olie in ruil voor goedkopere producten en diensten uit die landen. Petrocaribe is een soortgelijk Venezolaans initiatief voor het Caraïbisch gebied.

Als deel van het koninkrijk der Nederlanden komt Curaçao daar niet voor in aanmerking. Toch sprak Cova een dag na zijn toespraak in Coro als minister met de Venezolaanse vice-premier Rangel over goedkopere benzine voor Curaçao. De raffinaderij op het eiland is belangrijk voor Venezuela, omdat het de zware olie die het land produceert kan verwerken. De meeste andere raffinaderijen die hiertoe zijn uitgerust staan in de Verenigde Staten.

Ook de VS heeft belangen op Curaçao. Sinds eind jaren negentig is op het eiland een luchtmachtbasis gevestigd waarvandaan, in samenwerking met het Amerikaanse drugsbestrijdingsagentschap DEA, surveillancevluchten worden gemaakt boven een groot deel van het Caraïbisch gebied. Ook de Antilliaans-Arubaanse kustwacht werkt, onder toeziend oog van de Nederlandse marine, nauw samen met de Amerikanen op het gebied van drugsbestrijding. Bovendien doen Amerikaanse oorlogsbodems het eiland geregeld aan om de bemanning er enkele dagen te laten ontspannen.

Die bezoeken zijn omstreden. Deze week sprak de Curaçaose politieke beweging Pueblo Soberano (PS) haar bezorgdheid uit over de aanwezigheid van de USS Bataan. Volgens PS is het niet waarschijnlijk dat het schip, ,,gezien de geopolitieke spanningen met Venezuela'', het eiland alleen aandoet om de bemanning te laten uitrusten. De Venezolaanse consul op de Antillen, Lorenzo Angiolillo, ging een stap verder. Hij noemde het onverwachte bezoek van een vliegdekschip aan het eiland in maart ,,pure intimidatie''. Daarvoor bestempelde de consul de militaire aanwezigheid van Amerika op de Antillen als ,,spionagenesten''. Angiolillo gaf geen gehoor aan de oproep van premier Ys om zich bij de Antilliaanse regering te verantwoorden. Daarop werd de Venezolaanse ambassadeur in Nederland door minister van Buitenlandse Zaken Bot op het matje geroepen. Zonder gevolg overigens, want Angiolillo zit nog steeds op zijn post.

De Venezolaanse consul houdt kantoor in zijn ambtswoning; een witte jaren vijftig-bungalow met golvende daken en een zwembad met uitzicht op de raffinaderij. Overal hangen schilderijen van Simón Bolívar. ,,Wij willen een vreedzame oplossing met de VS, net zoals El Libertador destijds tegen Spanje'', zegt Angiolillo, achter zich wijzend op een bijzonder dramatisch portret waarop de haren van de revolutionaire held in de wind wapperen en hij zijn hand op Napoleontische wijze in zijn binnenzak steekt. Amerika moet niet de enige machthebber op het wereldtoneel zijn, en daarom gaat Venezuela strategische banden aan met landen in de regio, als het even kan ook met Curaçao. ,,Wij respecteren Curaçao als een neutraal land, maar we willen wel graag een culturele en economische uitwisseling'', zegt Angiolillo, een boezemvriend van Hugo Chávez, wiens portret tegenover hem staat. ,,Daarom hebben we liever dat PdVSA de Curaçaose raffinaderij least dan het Amerikaanse bedrijf Valero, dat de raffinaderij op Aruba exploiteert en duidelijk de belangen van het Pentagon vertegenwoordigt.''

Geheim

Het is een publiek geheim dat de Antilliaanse premier, Etienne Ys, vergaande economische invloed van Chávez op Curaçao vreest, maar hardop wil hij dat niet zeggen. Miguel Goede, bestuurskundige en politicoloog aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA): ,,Geopolitiek vindt plaats op heel hoog niveau tussen landen, er wordt weinig ruchtbaarheid aan gegeven. In dit geval is het eigenaardige dat er uitspraken zijn gedaan over andere landen op buitenlandse grondgebieden'', zegt Goede, doelend op de speech van Cova in Venezuela en Angiolillo's uitspraken over Amerikaanse oorlogsschepen op Curaçao.

De politicoloog ziet de huidige situatie als een duidelijk signaal naar Nederland. ,,Het is nieuw om geopolitieke structuren richting Nederland te gebruiken. Premier Ys is daar geen voorstander van, maar anderen, zoals Cova, vinden dat je wel moet gaan dreigen met andere alternatieven.'' Volgens Goede heeft Nederland dat aan zichzelf te wijten; enkele jaren geleden kwam de Nederlandse regering niet over de brug met eerder toegezegde financiële hulp, hoewel de Antilliaanse regering volgens hem aan bijna alle voorwaarden had voldaan. Ook de manier waarop minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie met de Antillen communiceert over de voorgestelde toelatings- en uitzettingsregeling voor Antilliaanse jongeren heeft het wantrouwen tegen Nederland versterkt.

Maar de Nederlandse minister van Koninkrijksrelaties, Alexander Pechtold, maakt zich geen zorgen over de toenadering van het nieuwe Curaçaose bestuur tot het zuidelijke buurland. ,,Buitenlands beleid is nog steeds een koninkrijksaangelegenheid'', zegt Pechtold desgevraagd. ,,Ik probeer daarin gewoon de nuchterheid te bewaren.''

Intussen verlaten steeds meer Nederlandse bedrijven Curaçao. In het door onder meer Shell, ABN Amro, Fatum en Rabobank achtergelaten vacuüm duiken steeds meer Venezolaanse investeerders en Noord-Amerikaanse bedrijven. In de afgelopen jaren kwamen Girobank, de Venezuelan Caribbean University, de Curaçaose tv-zender TV11 en het congrescentrum WTC in Venezolaanse handen, terwijl Noord-Amerikaanse bedrijven zich meldden als strategische partners voor Curaçaose overheids-NV's als het utiliteitsbedrijf Aqualectra, de luchthaven en de lokale posterijen.

Volgens de Antilliaanse minister van Economische Zaken, Alex Rosaria, heeft dat alles te maken met de Nederlandse positie in de Europese Unie. ,,Het lijkt erop'', zegt Rosaria in zijn kantoor in de zetel van de Antilliaanse regering, ,,dat Nederlandse bedrijven zich aan het terugtrekken zijn uit deze regio. Zij concentreren zich steeds meer op de nieuwe lidstaten van de EU.'' Wel hebben Nederlandse bedrijven zich de afgelopen tijd gevestigd in Zuid-Amerikaanse metropolen als Buenos Aires, São Paulo, Montevideo en Carácas.

Hoe Nederland de band met Curaçao en de Antillen verder ziet is niet geheel duidelijk. Zeker is dat Pechtold, ook naar aanleiding van de staatkundige referenda op de eilanden, een lange koninkrijkstoekomst in het verschiet ziet. Tijdens een lezing aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen in juni zei Pechtold de Antillen, met het oog op de strategische ligging tussen Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, als een `stepping stone' te zien naar toekomstige economieën en markten. Maar op een voorstel vanuit de zaal, om de Antillen dan alvast maar meer bevoegdheden op het gebied van buitenlandse betrekkingen te geven, zei de minister: ,,Zoiets vraagt vertrouwen. Met een vice-premier die Nederland uitmaakt voor intelligente kolonisator en zich met een militair vliegtuig naar Venezuela laat vervoeren, is het beter dat nog in koninkrijkshanden te laten.''

Curaçao moet zich niet aan het geopolitieke vuur branden, zegt ook politicoloog Miguel Goede. ,,Op de een of andere manier hebben we de aandacht, dus we hebben kennelijk wel iets te bieden. Maar we moeten oppassen niets onhandigs te doen, want we hebben geen ervaring met buitenlandse betrekkingen. Curaçao moet de kaarten goed schudden, maar tegelijkertijd ook heel goed weten wat het wil.''