Advies over hielprik kan zuigelingensterfte beperken

Een aantal misvattingen over screening bij pasgeborenen zetten de toon van uw hoofdredactioneel commentaar getiteld `Lancering van baby's' (NRC Handelsblad, 24 augustus). Dankzij de huidige technologie kan de hielprik bij een klein aantal baby's zeldzame, soms levensbedreigende, aandoeningen opsporen, maar hier tegenover staan niet een paar honderd fout-positieve diagnoses. Een fout-positieve screeningtest leidt niet tot een fout-positieve diagnose. De onrust veroorzaakt door de positieve screeningtest is tijdelijk van aard en deze wordt, zodra vaststaat dat de test fout-positief was, vrijwel altijd gevolgd door een sterk gevoel van opluchting dat de baby gezond is. Bovendien staat deze onrust niet in verhouding tot het leed van ouders met een kind bij wie de juiste diagnose te laat gesteld wordt. Volgens het `principle of justice' is het maatschappelijk en moreel verantwoord, dat velen een beetje lijden als hiermee ernstig leed bij enkelen voorkomen kan worden.

Dat de overheid minder terughoudend zou moeten zijn met prenatale tests is een oversimplificatie. Aan prenatale tests moet veel meer voorlichting voorafgaan dan aan postnatale tests; het leed van afgebroken, gewenste zwangerschappen is aanzienlijk, en zekerheid of een prenatale test terecht positief is, wordt pas verkregen nadat de zwangerschap is afgebroken. Bij screening op taaislijmziekte zijn ook goede screeningmethodes beschikbaar waarbij het vinden van gezonde dragers kan worden vermeden. De voorlichting vooraf hoeft dan ook niet zo ingewikkeld te zijn.

Ten slotte: het advies om enkele zonder behandeling levensbedreigende aandoeningen in de hielprik op te nemen kan beschouwd worden als een van de te nemen maatregelen om de zuigelingensterfte te beperken.

    • Dr. J.E. Dankert-Roelse