Weglopen vind ik niks

Met Mahlers `Das klagende Lied' begint Jaap van Zweden zijn nieuwe baan als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamerfilharmonie. ,,Radio-orkesten waren altijd een droom van me.''

Nog maar acht jaar is Jaap van Zweden, de voormalige sterviolist, een full prof-dirigent, maar nu al neemt hij als chef bij twee orkesten afscheid. Hij begint officieel als chef bij twee andere orkesten. Het betekent opnieuw een verrassende wending in de dirigentencarrière van Van Zweden. Ook werkt hij het komende seizoen als gastdirigent bij achttien buitenlandse orkesten. De afgelopen jaren was het niet anders – de voormalige violist heeft als dirigent een drukke agenda.

De tijd vliegt voorbij, herinneringen aan het verleden vervagen snel. Van Zweden: ,,Vlak voor de zomer zag ik bij het opruimen van de zolder de foto van het Concertgebouworkest die ik kreeg bij mijn afscheid als concertmeester. Dat was in mei 1997. Voor mijn gevoel is het al dertig jaar geleden. Vijfenveertig procent van de musici van destijds is inmiddels weg. Soms, als ik een stuk moet dirigeren, zegt iemand tegen me: dat heb je toch zelf gespeeld? Maar dat kan ik me dan niet meer herinneren.''

In juni vertrok Jaap van Zweden na vijf jaar als chef bij het Residentie Orkest met drie afscheidsconcerten, maar een maand later stond hij in het Amsterdamse Concertgebouw alweer voor hetzelfde orkest als `honorary guest conductor'. En bij het Orkest van het Oosten, waar Van Zweden tien jaar geleden begon als gastdirigent, is het niet anders. In oktober neemt hij daar afscheid met vier `ereconcerten', met de Negende symfonie van Mahler. En ook daar blijft hij actief als gastdirigent. Het orkest heeft, jaren na zijn aangekondigde vertrek, zelfs nog geen opvolger voor Van Zweden.

De dirigent is thuis enthousiast aan het studeren op de oerversie van Das klagende Lied van Gustav Mahler. Op de eerste Matinee van dit seizoen in het Amsterdamse Concertgebouw maakt Van Zweden daarmee zijn officiële entree als chef van het Muziekcentrum van de Omroep. ,,Das klagende Lied is een ongelooflijk stuk, door Mahler voltooid toen hij nog maar twintig was. Ik studeer nu ook op de Negende symfonie, zijn enige die ik nog niet heb gedirigeerd. Maar ik kan niet zeggen dat die echt beter is, al is die dertig jaar later geschreven.''

De hele latere Mahler zit al in Das klagende Lied: het thema leven en dood en leven na de dood. Het is een epische cantate met theatrale effecten, een breed opgezet driedelig epos voor twee orkesten, een koor en veel zangsolisten. Mahler, die als zeventienjarige al de tekst in elkaar zette, heeft Das klagende Lied later bewerkt en ingekort tot een tweedelig stuk. Enkele jaren geleden is pas de oerversie gereconstrueerd.

Het is de eerste keer dat Das klagende Lied in deze vorm wordt uitgevoerd in Mahlerland Nederland. Het wordt een markant begin van Van Zwedens nieuwe baan als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamerfilharmonie. Met die orkesten zal hij nog vaak optreden in het Amsterdamse Concertgebouw. Hij staat daar dan op nog geen twee meter afstand van de plaats waar hij in 1980 onder Bernard Haitink begon als concertmeester van het Concertgebouworkest. Toen was Jaap van Zweden negentien, nu is hij nog maar vierenveertig.

,,Er is veel gebeurd sinds ik begon te dirigeren'', zegt Van Zweden. ,,Ik heb een enorm repertoire opgebouwd, erg gespreid en dat is ook noodzakelijk. De moderne muziek, die ik nu met de radio-orkesten steeds meer kan doen, moet een basis hebben in Haydn, Beethoven, Mozart en Bach. Ik ben begonnen als vaste gastdirigent bij het Brabants Orkest, maar ik kon de verleiding van vaste dirigentschappen niet weerstaan: zo kun je een stempel drukken op het orkest. De opvolger zijn van Svetlanov in Den Haag was heel bijzonder. Maar de radio-orkesten waren altijd een droom van me. De sporadische concerten met het Radio Filharmonisch Orkest, het Radio Symfonie Orkest en het Radio Kamerorkest waren hoogtepunten voor mij.''

Nachtmerrie

Maar de afgelopen maanden bij het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) waren voor Van Zweden een nachtmerrie. Er wordt fors bezuinigd op aanwijzing van staatssecretaris Medy van der Laan. Een kwart van het budget valt weg. Negentig banen worden opgeheven, een heel orkest. De naam `Radio Symfonie Orkest' verdwijnt, de musici van 55 jaar en ouder worden ontslagen. Van de overblijvende musici zijn de afgelopen maanden twee orkestformaties samengesteld, het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamerfilharmonie.

Van Zweden: ,,Twee weken nadat ik was benoemd als opvolger van Edo de Waart begon die ellende. Daar heb ik wakker van gelegen: hoe moet het met al die mensen? Ik ben er niet verantwoordelijk voor. Weglopen vind ik ook niks, dat zit niet in mijn karakter. Er zijn nu veel mensen teleurgesteld, die voelen zich in de nieuwe formaties niet op hun plaats. We zaten soms met vijf eerste blazers. Hoe kies je dan? Ga je uit van mensen die het langst zitten? Van kwaliteit? Luister je naar mensen die het hardst om zich heen slaan of juist naar de bescheidensten?''

De bezuinigingen hadden al geleid tot felle strijd en chaos binnen het MCO. Het ene orkest trok van leer tegen het andere, er waren acties en protestconcerten. Directeuren en managers van het MCO vertrokken, net als het grootste deel van het bestuur. Van Zweden troostte zich intussen met de wetenschap dat hij door twee orkesten was gevraagd als chef: het Radio Filharmonisch Orkest en het Radio Symfonie Orkest.

,,Ik had met iedereen goede relaties. Het was een lastige tijd, maar het moest dus te doen zijn. Het samenstellen van de twee formaties heb ik naar eer en geweten gedaan. We hebben nu twee jonge orkesten, er zijn twee dynamische clubs overgebleven. In de Radio Kamerfilharmonie zitten veel mensen die nooit met elkaar hebben gewerkt. Ik moet werken aan een goede sfeer en een eigen klank en traditie opbouwen. Maar pas ervoor om alleen een bouwer te zijn en geen performer. Op het concert laat ik het los. Ik ben daar niet gekomen voor de controle, maar om bijzondere dingen te doen.''

Tijdens de onderlinge conflicten zweeg Jaap van Zweden in het openbaar. ,,Ik heb me gedeisd gehouden, want ik moest verder. Elke uitspraak naar links of rechts, naar voren of achteren, zou averechts werken en was onverstandig. Bestuurders, directie, politici – ondanks de grote problemen in dit land heb ik het gevoel dat die mensen capabel moeten kunnen zijn om ook in Hilversum de boel perfect te organiseren. Maar het is wel verschrikkelijk dat er nu een heel orkest weg is.

,,Ik wil wel één uitspraak doen. Het is jammer dat bewindslieden onderling te weinig praten. Orkesten worden opgeheven terwijl veel te veel conservatoria veel te veel leerlingen hebben. Laat de orkesten intact en hef de helft van de conservatoria op. Musicus worden is vanaf je vroegste jeugd jarenlang keihard werken. Het conservatorium is een hele chique opleiding tot werkloosheid.''

Van Zweden kijkt met genoegen terug op zijn tijd bij het Residentie Orkest, maar hij ziet ook veel problemen in het Haagse muziekleven. ,,Anton Kersjes belde me eens op: Zit je nog bij het Residentie Orkest? Ik zei: Ik zit er nu drie jaar. Waarom vraag je dat? Hij zei: We weten allemaal dat het een dirigentenkerkhof is, hoe moeilijk dat orkest het je kan maken. Maar ik ben daar nu vaste eredirigent. Hartstikke leuk, ik blijf daar terugkomen.

,,Je moet, zoals Vonk in Den Haag en Chailly in Amsterdam, nooit met ruzie uit elkaar gaan. Je hebt lief en leed gedeeld, je moet het netjes regelen met elkaar. Mijn enige probleem in Den Haag was dat het bestuur bij het vertrek van de artistiek leider een parttimer wilde benoemen. De artistiek leider is juist de belangrijkste binnen het orkest. Ik wilde progressiever en interessanter programmeren. Het Residentie Orkest was jarenlang befaamd om de vernieuwing, maar daar hebben ze nu moeite mee, vanwege de zaalbezetting. Het Haagse publiek moet eerst maar eens een andere programmering ondergaan en dan kijken we wel wat er aan de kassa gebeurt.''

Jaap van Zweden heeft als symfonisch dirigent een brede belangstelling: Bach, Haydn, Mozart, Beethoven, Berlioz, Brahms, Mahler, Bruckner, Franck, Stravinsky, Sjostakovitsj, Britten – de lijst is eindeloos. In het buitenland dirigeert hij altijd Nederlandse muziek, Wagenaar, Keuris, Wagemans, Ton de Leeuw. Maar zijn grootste ontdekking was opera. Zo bleek hij in Beethovens Fidelio bij de Nationale Reisopera ineens een dirigent met een opmerkelijk instinct voor muzikaal en vocaal drama.

Leerschool

,,Muziek met stemmen leidt bij mij tot extase. De Matinee is daarvoor ideaal, in het vorige seizoen Vanessa van Barber, dit seizoen Don Quichotte van Massenet, in de toekomst Nabucco van Verdi. Bij de Nederlandse Opera ga ik Madama Butterfly doen met het Residentie Orkest. En Der Ring des Nibelungen, vanaf 2009 bij de Nationale Reisopera. Ik ga de Nederlandse Opera niet als leerschool gebruiken. Je moet niet zeggen dat je alles meteen op het allerhoogste niveau kunt. Er zijn ook leermomenten en dit is er één.''

Na tien jaar dirigeren als parttime- en full prof-dirigent is Van Zweden veranderd, denkt hij: ,,Ik heb meer geduld gekregen. Ik ben kleiner gaan dirigeren, met minder gebaar. Ik heb meer vertrouwen in de musici met wie ik werk. Maar nog altijd denk ik elke dag: wat kan ik van de andere kant leren? Ik heb ook een sprong gemaakt: musiceervreugde gaat nu boven controle.

,,Ik houd nog altijd veel van perfectie. Zelf ben ik lang met mijn instrument bezig geweest en nogal spartaans opgevoed. Ik ben blij als mensen zich optimaal voorbereiden, zodat we niet over elementaire dingen hoeven te zeuren. Maar ik ben er ook niet vies van, als iets niet in orde is, heel gewoontjes noot voor noot te gaan studeren, zodat het zuiver is. Dat durf ik wel aan te pakken. Dat heeft ook een orkest vaak nodig, zelfs toporkesten. En ik ben een dirigent die zich goed realiseert hoe de onderlinge verhoudingen liggen: eerst komt de componist, dan de musici, dan de dirigent en niet andersom.

,,Ik kom ook uit het orkest. Ik heb dirigenten meegemaakt die totaal minachtend tegenover ons waren, dat waren ook niet de grootste dirigenten. Juist de grootste persoonlijkheden zijn hartelijk en hebben respect en begrijpen wat je op dat instrument doet. Zo'n soort dirigent ben ik wel.''

En de viool? ,,Voorlopig even niet, zelfs niet om het bij te houden. Ik ben kisten vol muziek aan het bestuderen, er is geen tijd voor. En de Stradivarius is weg, al heb ik nog wel wat gewone violen. En als ik het weer eens zou doen, komt er wel weer een fijne viool.''

G. Mahler: Das klagende Lied door het Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omoepkoor en solisten: 3 sept. 14.15 uur Concertgebouw Amsterdam (rechtstreeks op Radio 4).