Verzet tegen windmolens succesvol

Burgers en actiegroepen vechten de bouw van windturbines op land steeds vaker aan. Daardoor halen negen van twaalf provincies hun doelstelling voor eind 2005 waarschijnlijk niet.

Dat blijkt uit een rapport van TNO. Volgens TNO is de weerstand tegen windenergie inmiddels zo goed georganiseerd, dat een efficiënte aanpak van nieuwe projecten ,,nauwelijks meer tot de mogelijkheden'' behoort. Een belangrijke rol daarin speelt het Nationaal Kritisch Platform Windenergie.

Volgens voorzitter Jim Mollet van het NKPW levert windenergie ,,een futiele bijdrage'' aan duurzame energie. Hij noemt wind een onbetrouwbare bron omdat het lang niet altijd waait. Turbines leveren bovendien veel geluidsoverlast, ze staan lelijk in het landschap, en verminderen de waarde van woningen. De actiegroep ziet meer in het bijstoken van biomassa door energiecentrales. ,,We hebben inmiddels een draaiboek hoe en wanneer we procedures het beste kunnen dwarsbomen'', zegt Mollet. De NKPW heeft ervoor gezorgd dat het TNO-rapport via de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) vroegtijdig is vrijgegeven.

Volgens Hans Kursten, hoofd duurzame energie bij elektriciteitsbedrijf Eneco, is er sprake van ,,een nieuwe Hollandse ziekte'' die niet alleen op het gebied van windenergie speelt. ,,Ik was gisteren in Barneveld. Daar klaagden gemeenteambtenaren dat het niet uitmaakt welk project je opstart, er komt altijd bezwaar tegen.''

Volgens het TNO-rapport zullen alleen Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland aan de tussentijdse doelstelling voor eind 2005 voldoen. De uiteindelijke doelstelling voor 2010 zal waarschijnlijk door zes provincies worden gehaald. Dan moet er 1500 megaWatt aan windenergie op land zijn geïnstalleerd, volgens de afspraak die overheid, provincies en gemeenten vier jaar geleden hebben gemaakt. Elke provincie heeft daarvan een deel op zich genomen.

De bouw van windturbines past in de doelstelling van het kabinet dat in 2010 9 procent van alle verbruikte elektriciteit uit duurzame bronnen moet komen. Dat zijn zon, wind, waterkracht en biomassa. De provincies Utrecht, Limburg en Friesland zullen hun doelstelling voor 2010 ,,vrijwel zeker'' niet halen, aldus het rapport. Drenthe, Overijssel en Gelderland halen hem ,,waarschijnlijk niet''.

Toch zal het gezamenlijke doel van 1500 megaWatt in 2010 wel worden gehaald, omdat sommige provincies meer doen dan afgesproken. Zo zou Flevoland 220 megaWatt aan vermogen installeren, maar zit de provincie nu al aan 450 megaWatt. Over vijf jaar levert Flevoland 40 procent van alle, in Nederland opgewekte windenergie.