Ultimatum voor rebellen in Congo

Rwandese Hutu-rebellen in Oost-Congo moeten voor oktober de wapens neerleggen. Doen ze dat niet, dan zijn de consequenties ,,enorm''. Dat is het gezamenlijk ultimatum dat Congo, Rwanda en Oeganda gisteren aan de rebellen hebben gesteld. Het overleg tussen de drie buurlanden in de Rwandese hoofdstad Kigali was georganiseerd door de Verenigde Staten.

De deelnemers aan de bijeenkomst wilden niet zeggen wat de gevolgen precies zijn als de rebellen doorgaan met vechten. Wel zei de Congolese minister van Regionale Samenwerking, Mbusa Nyamwisi, dat de training van een speciale legereenheid voor de ontwapening van de Hutu-rebellen bijna is voltooid. ,,We gaan al het mogelijke in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de rebellen ingaan op dit ultimatum'', verklaarde Nyamwisi. ,,We zijn nu vastberaden.'' De Rwandese minister Solina Nyirahabimana waarschuwde de rebellen dat ze nog maar weinig tijd hebben voor vrijwillige ontwapening.

De Rwandese rebellengroep FDLR bestaat voor een deel uit voormalige leden van het Rwandese leger en van de beruchte Interahamwe-militie, die na de genocide van 1994 naar Oost-Congo vluchtten. Hun aanwezigheid daar was voor Rwanda in 1996 en 1998 aanleiding om het buurland binnen te vallen. Eind maart kondigden de rebellen aan dat ze hun gewapende strijd tegen Rwanda zouden staken en zich wilden omvormen tot politieke partij. Dat gebeurde na geheime onderhandelingen met de Congolese regering in Italië.

Maar in mei krabbelden de rebellen terug. Ze hekelden ,,de onverzoenlijke houding'' van de Rwandese president Paul Kagame. De president weigerde hun veiligheid te garanderen als ze naar Rwanda zouden terugkeren. Hij zei dat ,,rebellen niet in de positie zijn om voorwaarden te stellen''. Hij waarschuwde ook dat de rebellen het risico liepen om in Rwanda voor hun aandeel in de genocide te worden berecht. In totaal gaat het om naar schatting 10.000 rebellen en nog eens 20.000 familieleden.

De vredesmissie van de Verenigde Naties in Congo treedt sinds maart hard op tegen milities in de oostelijke regio's Ituri en Noord- en Zuid-Kivu. ,,We zijn de lont uit het kruitvat aan het halen'', zei de Nederlandse generaal-majoor Patrick Cammaert, die sinds midden februari VN-commandant van de oostelijke divisie in Congo is. Veel milities werden in het verleden bewapend door Rwanda en Oeganda. Ze maken nog steeds grote gebieden onveilig. De verkiezingen die volgend jaar in Congo moeten worden gehouden, kunnen alleen doorgaan als de milities uitgeschakeld zijn.