Tsunami op het droge

Paniek. Alarm. Ditmaal niet wegens een vergeten laptopkoffertje, maar door een Chinese vloed van truien, beha's en andere kledingstukken, die de Europese markt overspoelt en Noord tegen Zuid opzet. De Europese kledingindustrie, waarvan nog een restant vaste voet aan de grond had in het Middellandse-Zeegebied, dreigt nu voorgoed te worden weggevaagd. Importverboden van de Europese Unie dreigen vervolgens de schappen in de winkels leeg te houden en de herfst- en winterverkoop te torpederen.

Oorzaak van de textielcrisis: onoverbrugbaar grote prijsverschillen tussen de Europese en de Chinese producten die allang niet meer door kwaliteitsverschillen worden goed gemaakt. Aanleiding: opheffing van invoerquota per 1 januari 2005 als gevolg van afspraken binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Niet alleen de Europese kledingindustrie en de Europese textielbranche, ook het geloofsartikel van de vrije markt die zichzelf reguleert en een broertje dood heeft aan de overheid, wankelt. Want haastig hebben Amerika en Europa, de voornaamste afzetgebieden voor Chinese producten, nieuwe quota ingesteld die de vloed zoveel mogelijk moeten indammen. Zij beroepen zich op `ernstige marktverstoring', een soort tsunami op het droge.

China is met de Europese Unie een paar maanden geleden een tijdelijke regeling overeengekomen. Op langere termijn zal de WTO moeten uitzoeken of en hoe de verschillende belangen met elkaar kunnen worden verzoend. De overeenkomst tussen China en de EU heeft niet kunnen voorkomen dat de pijn om zich heen grijpt en langzamerhand alle neringdoenden in de textielsector hevig kwelt.

Sinds maandag 12.00 uur geldt voor de Europese Unie een invoerverbod van beha's en linnen garens. Dat is het gevolg van het `vollopen' van nog eens twee van in totaal tien, in juni met China overeengekomen, quota voor Chinees textiel. Eerder al was dit het geval met quota voor truien, broeken en blouses.

De bescherming van de Zuid-Europese textiel- en kledingindustrie zet kwaad bloed bij Noord-Europese importeurs. Nog 58 miljoen truien, 16 miljoen broeken, 280.000 blouses en 124.000 beha's wachten, sinds de nieuwe quota zijn volgelopen, op inklaring. De importeurs beweren daardoor een schade van circa 800 miljoen euro te lijden. Hun aankopen stapelen zich op in douanedepots verspreid over de hele EU.

Toch is dit nog maar een eerste speldenprik. Verwacht wordt dat de Chinese economie in de komende jaren steeds meer op toeren zal komen en dat zij zich op een snel groeiend aantal internationale markten zal laten voelen. De mooie droom van veel westerse investeerders over een afzetmarkt van nu bijna 1,3 miljard mensen is wel bezig uit te komen, maar heeft een keerzijde. China is inmiddels een industriële grootondernemer en -exporteur die in zijn groei bovendien een nauwelijks te bevredigen behoefte aan energie ontwikkelt. In de eerste helft van dit jaar nam de export ten opzichte van 2004 toe met 32,7 procent, de import met 14 procent.

Ontwrichting van markten is geen nieuw verschijnsel. De oliecrises van de jaren zeventig en de Azië- en roebelcrises van de jaren negentig zijn de jongste voorbeelden. Maar sindsdien is de wereld in de greep geraakt van een marktideologie die letterlijk geen grenzen meer erkent. De totale afbraak van textielquota per 1 januari jongstleden was daarvan een voorbeeld.

Globalisering is de toverspreuk geworden die alle economische risico's en tegenslagen in één klap zal bezweren. Van nu af aan gaat het alleen maar bergopwaarts, zo wil de ideologie. Als het water stijgt, stijgen alle boten, is de leus.

Misschien is dat in beginsel waar wanneer sprake is van een afgeschermd gebied zoals Europa. Het continent, althans het westelijke deel ervan, heeft dat enkele tientallen jaren lang zo ervaren. De economieën groeiden, de sociale voorzieningen groeiden mee. Het verschil tussen arm en rijk nam af.

Europa was overigens niet te benauwd om onwelkome invoer tegen te houden. De binnengrenzen vielen weg, de ene Europese markt kwam tot stand. Maar aan de buitengrens heerste, wanneer gewenst, traditioneel protectionisme. Het verenigd Europa was vooral ook een verdedigingslinie tegen een bedreigende buitenwereld.

Nu beukt China op de poort. Het wil met zijn producten naar binnen.

Wie weet, zal China zelf eens met de keerzijde van zijn groei worden geconfronteerd. Van de bevolking leeft 64 procent op het platteland, doorgaans in grote armoe.

Die 64 procent vormt een bijna onuitputtelijk reservoir van spotgoedkope arbeidskrachten. Maar in de steden ontwikkelt zich geleidelijk een middenklasse die meer te bieden heeft dan de loonslaven van het platteland en die langzamerhand eisen zal gaan stellen. Hoe lang nog zal de Chinese regering zich bij de sociale ontwrichting kunnen blijven neerleggen?, vroeg een deskundige waarnemer zich onlangs af.

Vóór die vraag wordt beantwoord, zal Europa een oplossing voor de ontwrichting van zijn eigen markt moeten hebben gevonden. Het kan niet blijven volstaan met een paar quota hier en daar. Hoogstens zal daarmee tijd worden gewonnen. Die moet wel goed worden besteed.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.