Ritmisch meedeinen op een woordenroes

The Accidental zou een boek worden over een tiener en een vrouwenversierder, zei Ali Smith vorig jaar in een interview met deze krant naar aanleiding van haar veelgeprezen roman Hotel Wereld. Met een ondeugende knipoog voegde ze eraan toe dat ze het `heerlijk' vond om nu eens over mannen te schrijven; zoiets verwachtte men vast niet van de `Schotse feministische lesbische schrijfster'.

De twee mannen zijn er gekomen – in The Accidental, dat op de longlist van de Booker Prize staat. De tiener is de computerfreak Magnus Smart die met enig digitaal knip- en plakwerk het hoofd van een medeleerlinge op het lichaam van een pornoster monteert, met haar zelfmoord tot gevolg. De vrouwenversierder is zijn vader Michael Smart, docent Engelse literatuur met een midlife crisis. De ene na de andere studente neemt hij naakt op zijn bureau een `overhoring' af over onder meer het `Freudiaanse in Robert Brownings monologen'.

The Accidental gaat over de plotselinge en toevallige komst van de mysterieuze Amber MacDonald in de familie Smart en het ontregelende effect dat ze heeft op vader Michael en zoon Magnus, moeder Eve (42-jarige schrijfster, ook met midlife crisis) en dochter Astrid (twaalf jaar en ontluikend lesbisch). Dat lijkt op een verhaal, maar als The Accidental – eerder een compositie van stemmen – ergens over `gaat', dan is het wel over het bestaan als cliché en de pogingen van individuen om daaraan te ontsnappen. Vind maar eens de woorden, de taal en de vorm om aan die conditie te ontkomen. De man-in-wording (tiener) en de man-in-afbrokkeling (midlife crisis) lijken zich daartoe het beste te lenen: zij lijden het zwaarst onder hun clichématigheid. Hun seksualiteit wordt door Smith bijna op het botte af als een even cru als hilarisch cliché voorgesteld. Als Magnus met zijn photoshop-programma digitaal lijven monteert, `groeit hij stijf van macht'.

Smiths literair-fragmentarische zoektocht naar identiteit en cliché levert een fascinerende, bij vlagen virtuoos ritmische roman op, al wordt de zoektocht naar de betekenis van woorden, vormen, klanken – uiteindelijk het eigenlijke onderwerp van de roman – je soms te veel. De titel ten spijt, bij Smith lijkt niets `toevallig'. Elk detail, de titel incluis, is topzwaar van betekenissen.

De lezer begint en bekijkt eerst de kaft, met daarop een abstract fragment van Fine Balance van de homoseksuele kunstenaar Derek Jarman. Als je het boek openslaat, zie je een foto van een schaap achter de tralies, getiteld Our Forbidden Land. Dan komen er vijf niet licht verteerbare motto's van respectievelijk John Berger, Nick Cohen, Jane Austen, Sofokles en Charlie Chaplin (`My artistry is a bit austere'). En dan moeten we nog aan het verhaal beginnen.

Het eerste hoofdstuk heet `The Beginning' en wie de eerste zin daarvan leest, `Het begin van de dingen – wanneer is dat precies?' moet enige moed bijeen schrapen om verder te gaan. Die weet: dit wordt, zoals we van Smith gewend zijn, alles behalve een lineair verhaal met een keurig begin, midden en einde (`het midden', `het einde', zo heten de andere delen), maar een fragmentarisch verhaal, vol verwijzingen naar haar literaire lievelingen (Virginia Woolf, James Joyce, Muriel Spark, Alisdair Gray), en daar bovenop enige relativerende spot uit de populaire cultuur (Beatles, Chaplin).

In die vele beginnen introduceert Smith haar personages. Via hun gedachtestromen en taalbewegingen – samenraapsels van banale songteksten tot diepzinnige gedachten – vormen we ons een beeld van de gemoedstoestand van de vier leden van een gezin. Allemaal zijn ze volkomen geobsedeerd door Amber. Magnus, die eerder het internet afspeurde naar blote borsten, krijgt van Amber zijn eerste lessen in de erotiek. Voor hem geldt: `Amber = angel'. Michael probeert haar intussen te imponeren met zijn kennis en barst, wanneer Amber arriveert, prompt pagina's lang in sonnetten uit. `A girl called Amber walked across a room / and everything became a new-made poem', zo zingzegt hij. Eve, de 42-jarige schrijfster en vrouw des huizes, wantrouwt Amber aanvankelijk omdat ze vermoedt dat ze een van Michaels `bijlesstudenten' is, maar rookt dan samen met haar op een avond een Gauloise. Dan is er de twaalfjarige lesbische dochter Astrid, die, liggend op het gras voelt hoe Ambers hete adem in haar nek blaast, de ware betekenis van het woord `geluk'.

Wie The Accidental als een woordenroes leest en de vele verwijzingen soms even laat voor wat ze zijn, kan volop genieten. De personages worden dan tot klankborden die dj Smith mixt tot een ritmische sound: `I was born in the year of the supersonic, the era of the multistorey multivitamin multitonic, [...] the année érotique was only thirty aircushioned minutes away and everything went at twice the speed of sound.'

Smiths talige identiteitsexperiment pakt het beste uit bij Eve, schrijfster van de succesvolle reeks `autobiotruefictinterviews', waarin ze te vroeg gestorven mensen een stem geeft. De overeenkomsten tussen Smith en Eve zelf zijn frappant (Hotel Wereld werd verteld vanuit het perspectief van een te vroeg gestorven vrouw). In een interview van Smith/Eve met Eve leren we haar kennen. Eve moet een tweede boek beginnen na het stormachtige succes van haar eerste boek (Hotel Wereld werd genomineerd voor de Booker Prize), maar heeft nog geen onderwerp voor het `new unbegun book' waar iedereen naar informeert. Het interview ontspoort al gauw in een tragikomisch vraag- en antwoordspel over de ins en outs van Eves instortende persoonlijke leven. Mooi is ook het fragment waarin haar dochter Astrid met gelaten bewondering toeziet hoe Amber haar peperdure camera nonchalant van een brug gooit. Meesterlijk is een scène aan de eettafel, waarbij iedereen zijn best doet om zijn erotische fixatie op Amber te onderdrukken.

Maar soms haak je af; dan lijkt Smith te zeer verliefd op haar talige vondsten en vormen, ten koste van haar personages, het verhaal, de inhoud en de lezer. `Id est, id est', dreunt het twaalfjarige meisje Astrid en ze vindt het reuze interessant dat een foto wordt genomen. Het zal wel, denk je dan. Een ander, crucialer probleem is dat Amber niet goed uit de verf komt. De vrouw om wie alles draait, blijft een schim. Dat zal ongetwijfeld de bedoeling zijn, als we aannemen dat zij ook de `Alhambra' is met wie het boek begint en eindigt, een vrouw die van haar moeder de gave van het `mysterie' heeft geërfd en van haar vader het vermogen `te verdwijnen, niet te bestaan'. Maar juist zij oefent een ontregelend effect uit op de personages, en daarvan wil je als lezer het hoe en waarom toch kunnen begrijpen. Smith is een wonderlijke mix tussen Joyce en Chaplin, Woolf en Ruby Wax, en net als haar personages op zoek naar een `Fine Balance'. In The Accidental heeft ze die balans niet helemaal gevonden, maar het is meer dan de moeite waard om Smith te volgen in haar zoektocht.

Ali Smith: The Accidental. Hamish Hamilton, 306 blz. €25,74. Een Nederlandse vertaling door Irving Pardoen verschijnt op 8 september: De toevallige, Mouria, 320 blz. €19,90

    • Stine Jensen