`Optimisme Bush over Irak overtuigt niet meer'

De steun in de VS voor de oorlog in Irak neemt af. President Bush moet nieuwe argumenten zoeken om het vertrouwen te herwinnen.

Het gaat slecht met de Amerikaanse president Bush. Hoewel hij deze week nogmaals op zelfverzekerde toon verklaarde dat de Verenigde Staten de oorlog tegen terreur zullen winnen en het in Irak de goede kant op gaat, keert zijn volk zich van hem af. Uit een laatste peiling, gisteren, blijkt dat nog 36 procent van de Amerikanen meent dat Bush zijn werk goed doet. Een meerderheid vindt de invasie van Irak een vergissing.

Opiniepeilers en politicologen noemen de percentages ,,ongekend''. ,,In de recente geschiedenis zijn er slechts twee presidenten die zo weinig steun kregen'', zegt Ken Warren, hoogleraar politieke wetenschappen aan Saint Louis University in Missouri en specialist op het gebied van opiniepeilingen. ,,Nixon kreeg slechts steun van 23 procent van de Amerikanen vlak voor hij aftrad wegens het Watergate-schandaal (in 1974) en Truman balanceerde rond 40 procent nadat hij in 1951 de opstandige generaal MacArthur ontsloeg.''

Met een tweetal toespraken en een persconferentie probeerde Bush eerder deze week de publieke opinie om te buigen. Maar volgens hoogleraar Warren is het daarvoor te laat. ,,Zonder nieuwe argumenten, en met de dagelijkse beelden van bomaanslagen in Irak, is er geen kans dat Bush de twijfelaars kan overtuigen dat Irak noodzakelijk was. De belangrijkste reden waarom men in 2003 achter hem stond, was omdat deze oorlog tegen terreur de VS veiliger zouden maken. Zelfs dat wordt door een meerderheid niet meer geloofd.''

Ook politicoloog James McCann van Purdue University in Lafayette (Indiana) denkt niet dat Bush de percentages kan ombuigen. ,,De president is van nature een cheerleader'', zegt McCann. ,,Dat is zijn kracht. Maar op dit moment zien de Amerikanen niet waarvoor er gejuicht moet worden. De twijfelaars willen vooruitgang zien en strategie, en vooral een coherent antwoord op de vraag van [de voor de ranch van Bush in Texas demonstrerende] Cindy Sheehan: `met welk doel stierf mijn zoon?'. Ik weet niet of Bush die kan beantwoorden: de argumenten die hij gaf zijn inmiddels één voor één ongeldig verklaard. Dus zegt hij maar dat we deze koers moeten blijven volgen. Dat is onvoldoende.''

Het Witte Huis realiseert zich hoe belangrijk steun voor de oorlog is. Die steun is volgens Witte Huis-adviseur Dan Bartlett ,,gekoppeld aan de vraag of je denkt dat je kunt overwinnen'', zo zei hij vorige maand tegen The Washington Post. De regering-Bush meent dat de steun voor de Vietnam-oorlog niet afnam naarmate er meer Amerikaanse slachtoffers vielen, maar omdat de militaire leiders en regering niet meer geloofden dat de oorlog kon worden gewonnen.

Bush hamert dan ook op de successen van Irak en staat zelden stil bij de misrekeningen over massavernietigingswapens, de snelheid waarmee de oorlog gewonnen kon worden of het aantal Amerikaanse slachtoffers en de vasthoudendheid van de Iraakse guerrillastrijders. Ondanks het geweld deze week complimenteerde de president in zijn toespraak woensdag de Irakezen met de voortgang richting een grondwet: ,,Het is belangrijk dat de Irakezen zaken door debat en discussie oplossen, niet met het geweer.'' Die uitspraak leidde tot commentaren dat de president met zijn optimisme buiten de werkelijkheid leeft.

De neergang in de steun voor de president en zijn oorlog wordt inmiddels vergeleken met de steun voor Lyndon Johnson ten tijde van de oorlog in Vietnam, hoewel de protesten tegen die oorlog langzamer op gang kwamen. Henry Kissinger, nationaal veiligheidsadviseur van 1969 tot 1975, zei vorige week in het CNN-programma Late Edition het ,,ongemakkelijke gevoel'' van een deja vu te hebben. De Republikeinse senator Chuck Hagel, een Vietnam-veteraan, zei zondag dat Irak steeds meer op Vietnam begint te kijken.

Hagel is een van de weinige Republikeinen die openlijk kritiek uit op Bush' Irakbeleid. Maar naarmate de campagnes voor de Congresverkiezingen van 2006 naderen – waarbij voor de Republikeinen verlies van de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden in het geding is - zullen meer partijgenoten afstand nemen. ,,Om te overleven zal een aantal zich uitspreken tegen de oorlog, net als de Democraten in 1968 deden'', denkt hoogleraar Warren. Volgens velen betekende voor Johnson de afvalligheid van zijn partijgenoot William Fullbright, de voorzitter van de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken, zijn einde.

Ook de Democraten zullen meer van zich doen spreken, zo is de verwachting. De partij is nu nog intern verdeeld. Zo pleit senator Russell Feingold openlijk voor terugtrekking van de Amerikaanse troepen voor eind december 2006, maar menen de senatoren Biden, Reid en Clinton juist dat de VS in Irak moeten blijven.

De anti-oorlogsbeweging rond moeder Cindy Sheehan, wier zoon Casey in 2004 in Irak sneuvelde, groeit ondertussen. ,,Ze heeft de spiraal van het zwijgen doorbroken'', meent politicoloog McCann. ,,Aan het begin van de oorlog schaarde Amerika zich achter de president. Diegenen die twijfelden, durfden toen niets te zeggen. Sheehan heeft ze laten zien dat ze niet de enige met twijfels over deze oorlog zijn.'' Sheehan, die de afgelopen week in Californië was om voor haar zieke moeder te zorgen, keerde gisteren terug naar haar tent naast de ranch van Bush in Texas waar ze blijft totdat hij haar persoonlijk uitlegt waarom haar zoon stierf.

Morgen in Opinie & Debat Henry Kissinger over de lessen van Vietnam voor terugtrekking uit Irak.