Okidoki

Juanita is gids en tolk in de bergen van Peru. Een minimeisje dat niet bang is voor overvallers of aardschokken, maar wel voor een tropische regenbui.

Voor onze verkenningen in en om Cuzco, de oude hoofdstad van de Inca's in de Peruaanse Andes, hebben we de dochter van kennissen uit Lima meegenomen als tolk. Niet dat we er veel van verwachten. Ons Spaans is beter dan haar Engels. Het is meer omdat we haar leuk vinden en een plezier willen doen. Juanita, een hartveroverend kindvrouwtje van 23 lentes, is zo klein, dat ze overal meteen opvalt.

Het is me er eentje, die Juanita. Bijvoorbeeld: in een eethuis in Cuzco kun je bij de eigenares een avontuurlijke jungletocht boeken. Juanita vertaalt: ,,De señora zegt dat u te oud bent voor zo'n zware tocht. Ze zegt dat u beter naar Machu Picchu kunt gaan, zoals alle toeristen.'' Wíj hebben de señora niet over Machu Picchu gehoord. Ze had het over Erika Lodge. Het is onze `tolk' die naar Machu Picchu wil. En naar de disco. En naar McDonald's. En naar een luxe hotel om aan de rand van het zwembad in haar schattige bikinietje te liggen zonnen. ,,Je moet niet tegen ons liegen'', zegt mijn vrouw. ,,Okidoki'', antwoordt Juanita olijk.

Op weg naar Erika Lodge worden we door elkaar geschud in de laadbak van een open vrachtwagen vol indiaanse boeren met hun handel. We rijden door het hooggebergte tot diep in het oerwoud. Het uitzicht is groots. Juanita zit zich, met haar beautycase op schoot, dood te vervelen. Als ze merkt dat ik naar haar kijk, gooit ze balorig een leeg colablikje over haar schouder. Het komt terecht tussen de indianen, die schuw wegduiken. Gerarda valt uit: ,,Ben je nou helemáál? Dat kun je toch niet doen!''

,,Okidoki'', antwoordt Juanita.

Ons minimeisje voelt zich hoog verheven boven de indianen. Ook heeft ze een hekel aan hun taal en hun muziek. We weten niet goed raad met haar en voelen ons een beetje schuldig. Toch heb ik een zekere bewondering voor Juanita. In Cuzco heeft ze zonder een spier te vertrekken twee pogingen tot beroving, een overstroming en een aardschok doorstaan. Gerarda heeft een verklaring: ,,Als ze er zelf geen last van heeft, raakt het haar niet. Maar let op wat er gebeurt als dat wel het geval is.''

We hoeven er niet lang op te wachten. In Erika Lodge, een paradijs in het stroomgebied van de Amazone, waarvan de schoonheid al evenmin aan Juanita besteed is (ze mokt omdat er geen televisie is), breekt midden in de nacht een tropische stortbui los. De regen klettert met donderend geweld op het zinken dak. Juanita rent krijsend haar kamer uit en kruipt tussen ons in. Een wolkbreuk, dat kennen ze niet in Lima.

Ze is totaal van streek. Al haar ellende gooit ze eruit. Op school werd ze zo gepest dat haar ouders haar thuishielden. Waar ze ook komt, iedereen gaapt haar aan. Ze wil niet langer als een pop behandeld worden. Ze wil óók studeren, sporten, een leuke baan, trouwen en kinderen. Net als haar vriendinnen. We praten tot diep in de nacht.

De uitbarsting heeft haar goed gedaan. Juanita schikt zich in de situatie. Met haar beautycase tegen zich aangeklemd ploetert ze op haar witte schoentjes achter ons aan door de modder.

Op de terugweg naar Cuzco, wanneer het dampende oerwoud alweer achter ons ligt en we traag omhoogklimmen, breekt de as van de voorste truck van het houttransport, waarin we een plaatsje hebben veroverd. We zijn gedwongen in onze dunne vakantiekleren onder de blote hemel te overnachten. Het schitterende uitspansel doet ons de vrieskou vergeten, maar ik ben wel blij dat ik een punt van de deken van de slapende indiaan naast mij te pakken krijg. Ik zie kans de deken stukje bij beetje over mij en Gerarda heen te trekken. Juanita is er als de kippen bij om zich tussen ons in te nestelen.

In het ochtendgloren draait de indiaan zich om en trekt de deken mee. We zijn meteen klaarwakker. Juanita kijkt me met een zwoele blik aan. ,,I am all woman'', fluistert ze. Gerarda hoeft alleen maar haar naam te noemen. ,,Juanita!?''

,,Oké'', zegt ze gelaten: ,,Okidoki.''