Museum met een missie

Het toiletmuseum in Delhi verricht zendingswerk: op grote schaal wc's aanleggen en poepscheppers aan een menswaardiger bestaan helpen.

Het grote, internationale toiletmuseum staat opmerkelijk genoeg in Delhi. In een land dus waar slechts een beperkt deel van de bevolking over een toilet beschikt en nog veel plattelandsbewoners 's morgens vroeg naar de velden gaan om hun behoefte te doen.

Oprichter dr. Bindeshwar Pathak leidt het bezoek rond. Hij begint bij de oude hindoegeschriften die voorschrijven dat men moet urineren op minstens tien meter afstand van een waterbron (voor ontlasting: 100 meter). Daarna onthult Pathak een ander geheim van de Indiase `stoelgang': ,,Brahmanen dragen een wit koord dat rond hun bovenlijf afhangt. Om het niet te bevuilen, winden we het een keer rond een oor als we onze behoefte doen.''

Het museum biedt een overzicht van de westerse en Indiase toiletgeschiedenis. Bloemrijk vertelt Pathak over de varkens die rond 1650 in Europese steden werden losgelaten om menselijke uitwerpselen op te eten. Op een middeleeuwse prent is te zien hoe emmers stront vanaf de eerste verdieping op straat werden geworpen. Ook Lodewijk XII maakte geen geheim van zijn behoeften. Pathak: ,,Hij ontving zijn volk zittend op zo'n troonachtige stoel met klep en closet eronder. Totdat iemand hem suggereerde dat hij wellicht beter al etende audiëntie kon houden.''

Tot in 1596 het eerste watertoilet werd uitgevonden, waren er stoelen (zelfs lederen fauteuils) met een gat en een emmer eronder, wc-potten met onderaan kraantjes en toiletten vermomd als stapel boeken. Het eerste toiletpapier, een Amerikaanse vinding, dateert uit 1860. Voor die tijd werd, afhankelijk van de lokale omstandigheden, hennep, steen, gras of zand gebruikt.

In het museum staan gedecoreerde porseleinen toiletpotten, in Delfts blauw of met weelderige dier- en plantornamentiek. Pathak: ,,Parijse dames lieten zich vroeger in open wagentjes door het riool rijden, omdat de rioollucht heilzaam zou zijn voor uiteenlopende kwalen.''

In 1966 ontwikkelde een kapper uit Chicago een toilet waarbij de bewegende brilhelften de anus masseerden en zo de stoelgang stimuleerden. Bij een Amerikaans toilet voor duikbootpersoneel bestaat de pot uit twee uitklapbare metalen helften. Daaronder is een holte met spiraalsgewijze gloeiers. Pathak: ,,Na enkele minuten is er niets over dan een lepel as.''

Het museum is het visitekaartje van de Sulabh Sanitation Movement. Pathak sloot zich in 1968 aan bij deze Gandhiaanse beweging en richtte zich op de vrijmaking van de Chandal, de laagste, onaanraakbare kaste die 's avonds de blikken met fecaliën van dorps- en stadgenoten leegt. Hij deed dit door ruim een miljoen toiletten met waterspoeling aan te leggen en voor de tonophalers andere banen te scheppen. In totaal hielp hij zo'n honderdduizend ophalers aan een beter bestaan.

Op het binnenterrein van het museum staat een ecologisch Sulabh-toilet met een stenen afvoerkanaal. Dat kanaal splitst zich naar twee stenen bakken van ieder een kubieke meter, zonder harde vloer, zodat de vloeibare fecaliestoffen gemakkelijk de grond in trekken. De bakken worden afwisselend twee jaar gebruikt (door één zijtak af te sluiten met een baksteen). Na twee jaar rest slechts een laagje kurkdroge, bruikbare mest. Sulabh ontwikkelde ook een smallere toiletpot die steiler afloopt, waardoor maar twee in plaats van ruim tien liter water nodig is bij doorspoelen.

In een klein laboratorium doet het museum proeven om urine als meststof te benutten en oppervlaktewater te reinigen door het uitzetten van kroos. Bij het museum staat ook een openbaar toiletgebouw. Voor enkele roepies kunnen buurtbewoners daar gebruikmaken van een brandschoon toilet. Naast het gebouwtje ligt een bloemenperk met reuzendahlia's en een gazon dat ongekend groen is voor Indiase begrippen. ,,We moeten het gras om de twee dagen maaien, zo hard groeit het.''

Dat het toiletmuseum ook in het buitenland op waardering kan rekenen, blijkt uit een foto waarop paus Johannes Paulus II dr. Pathak lauwert voor zijn goede werken.