Late kinderhulp

Onlangs werden de kinderen van een groot Turks gezin in Delft door de jeugdzorg wegens verwaarlozing uit huis gehaald. Deze gebeurtenis haalde volop de televisiejournaals. Was dat een nawee van de komkommertijd? Of was er behoefte aan een signaal dat de jeugdzorg wel degelijk in staat is tot een gedecideerde actie? De jeugdzorg is in opspraak na enkele geruchtmakende gezinsdrama's met een tragische afloop: Roermond en Tolbert, het meisje Savanna.

Een nieuwe wet geeft sinds 1 januari kinderen recht op jeugdzorg. Daarover waken de Bureaus voor jeugdzorg (BJZ's). Zij hebben te maken met een forse stijging van het aantal gevallen. In de laatste vijf jaar is dat met maar liefst een kwart toegenomen. Toch zei de voorzitter van de koepel van BJZ's onlangs in de Volkskrant niet te denken dat het toenemende aantal hulpvragen een averechts effect heeft. Het probleem zit volgens hem eerder aan ,,de achterkant'', dus als er eenmaal een indicatie is gesteld.

Deze analyse lijkt nu te worden bevestigd door een rapport van de brancheorganisatie Maatschappelijke Ondernemersgroep (MO). Zij schat dat 5.000 kinderen in nood te lang moeten wachten op enigerlei vorm van therapie. Er is volgens MO structureel een bedrag van 105 miljoen euro nodig om de huidige wachtlijsten weg te werken. Deze rekensom zal ongetwijfeld kloppen, maar te vrezen valt dat het extra geld in een bodemloze put belandt. Deze put heet: bureaucratie. In april ontrolde staatssecretaris Ross-Van Dorp (Welzijn, CDA) weer eens een hele litanie aan de hand van de eerste rapportage van een speciale Jeugdzorgbrigade die verkokering en papieren rompslomp moet aanpakken.

Lange `doorlooptijden' bij de bureaus kwamen in deze rapportage overigens wel degelijk naar voren als een probleem, evenals ,,onnodige stappen om te komen tot een jeugdbeschermingsmaatregel''. Dat zijn redenen om het optimisme van de BJZ-voorzitter te relativeren. Deskundigen gaven een beschrijving van logistieke processen die de veerkracht van menig cliënt te boven gaan: aanmelding, eerste contact, eerste screening, uitgebreide screening, diagnostiek, multidisciplinair overleg, indicatiestelling, zorgtoewijzing.

,,Een beetje bureaucratie is ook wel nodig in een systeem waarin je verantwoording aflegt'', waarschuwde de hoofdinspecteur jeugdzorg eind vorig jaar. Maar dat is geen verklaring voor de ,,handelingsverlegenheid'' die de speciale commissaris voor de jeugdzorg, Steven van Eijck, aantrof in de regio Amsterdam. Medewerkers van de jeugdzorg deinzen terug voor kloeke besluitvorming en vluchten in overleg en papieren. Van Eijck schrok zich een hoedje van de hoeveelheid dossiers: vijftig kubieke meter. Alleen al in Amsterdam leverde het onderzoek 126 vermoede gevallen van kindermishandeling op. En een wachttijd van zeven maanden.

Als er al een doorbraak valt te verwachten, dan is het van het zogeheten Deltaplan, een nieuwe werkmethode die voorziet in een stappenplan voor probleemgezinnen en, vooral, meer tijd van hulpverleners voor het gezin. Via een `herprioritering' lijkt het kabinet daar nu dan toch ernst mee te willen maken. Ook hier is meer geld echter niet genoeg. Het kernprobleem is dat wij een ,,instituutgerichte kinderbescherming hebben en geen kindgerichte hulpverlening'', zoals begin dit jaar in de Tweede Kamer werd gezegd naar aanleiding van het gedode peutertje Savanna. De systeemfouten moeten onder ogen worden gezien. Er wordt wel over minder een parlementair onderzoek gehouden.