Landbouw is meer dan Veerman

De kwestie van de subsidies die het agrarische bedrijf van minister Veerman heeft ontvangen, leidt volgens E.P. Wellenstein de aandacht af van waar het in Europese landbouw over moet gaan: reële hervorming.

De Europese subsidie die het landbouwbedrijf van minister Veerman heeft ontvangen, heeft in binnen- en buitenland de kritiek op het Europese landbouwbeleid doen aanzwellen. Het hoofdartikel in de Wallstreet Journal dat woensdag op deze pagina was afgedrukt, getuigt daarvan.

Afgezien van de vraag hoe Veerman zijn belangen precies heeft ondergebracht, moet allereerst worden vastgesteld dat, anders dan de Internationale Herald Tribune eerder suggereerde, de subsidies voor zijn bedrijf geen staatsgeheim zijn. Via de Wet Openbaarheid van Bestuur zijn deze gegevens op te vragen, zoals de Evert Vermeer Stichting, die de zaak aanzwengelde, deed.

Overigens is Veerman in goed gezelschap: ook landbouwbedrijven van koningin Elizabeth en prins Charles ontvangen Europese subsidies.

De Evert Vermeer Stichting beoogt met haar publiciteitscampagne ,,dit absurde subsidiesyteem'' in te dammen, mede ten behoeve van de exportbelangen van ontwikkelingslanden. De feilen van het systeem worden echter niet bepaald door wie landbouwgronden bezitten of pachten, maar door de werking van het stelsel. Bij Veermans bedrijven zou men dan moeten nagaan welke rol de kleine 400 euro per jaar per hectare spelen in de exploitatierekening, en of zulke grote bedrijven niet zonder die subsidie rendabel kunnen zijn.

Mochten deze bedrijven zonder subsidie niet kunnen overleven, dan is nog niet gezegd dat de vervanging van hun productie door import ten goede zou komen van arme ontwikkelingslanden. Voor veel producten zou dat voordeel naar giga-producenten als Brazilië en Australië gaan. Dat zijn problemen, die de focus van een gepersonaliseerde campagne overstijgen.

Landbouwhervorming is van acuut belang voor het doorbreken van de patstelling, die in de Europese Unie sinds 17 juni is ontstaan door het conflict tussen met name de Britse premier Blair en de Franse president Chirac over de `financiële perspectieven' voor de jaren 2006 tot 2013.

Na de kater van het referendum over de Europese `Grondwet' bestaat in het vaderlandse politieke middenveld weinig animo om moeilijke Europese problemen te agenderen. Maar stagnatie in de EU is voor onze economie, waarvoor het reilen en zeilen van de EU een beslissende factor is, een verontrustend perspectief. Die stagnatie te doorbreken kan niet aan Blair en Chirac worden overgelaten, beiden gevangenen van hun politieke situatie.

De `financiële perspectieven', waarop het conflict zich in juni concentreerde, zijn anders dan meestal wordt gesteld helemaal geen `begrotingen'. Het zijn niet meer dan globale meerjarenplafonds per grote categorieën van uitgaven, onder meer voor landbouw. De `perspectieven' verplichten dus niet tot uitgaven, zij autoriseren zelfs geen uitgaven: dat kunnen alleen de jaarlijkse begrotingen, en dan nog alleen op grond van bestaande verordeningen.

Blair bracht dit oneigenlijke element in de onderhandelingen als tegenwicht tegen de gerechtvaardigde eis, dat hij althans een deel van zijn `rebate' op de Britse bijdrage aan de EU-financiën zou inleveren.

De omvang van deze korting is allang niet meer in overeenstemming met het oorspronkelijke motief (uit 1984), toen de landbouwuitgaven nog bijna alle operationele uitgaven van de toenmalige EG uitmaakten, en het Verenigd Koninkrijk daarvan relatief weinig profiteerde.

Blair heeft de aandacht handig afgeleid van zijn probleem door een probleem voor anderen op tafel te leggen. Een deel van het Nederlandse kabinet zag daar nog wel wat in, hopend langs deze omweg van onze vermaledijde `netto-positie' af te komen. Ten onrechte, en Veerman stelde toen terecht de portefeuillekwestie.

Eind 2002 was premier Balkenende immers zelf nog betrokken bij een compromis volgens hetwelk de financiële perspectieven vanaf 2006 tot 2013, ondanks de aanstaande grote uitbreiding, niet verhoogd, maar integendeel niet geïndexeerd zouden worden, dus niet met de inflatie omhoog zouden gaan. Balkenende wist daar nog 0,5 procent per jaar af te krijgen. Ook de Duitse oppositieleider Angela Merkel zei aan die afspraak niet te willen tornen. Echte landbouwhervorming vergt andere maatregelen.

De aandacht moet dus nu verlegd van de `perspectieven' naar de basisverordeningen. De Europese Commissie heeft onlangs moedige voorstellen voor een drastische inperking van de steun aan de suikerindustrie gedaan, wat meteen tot hevige en luide protesten leidde, ook bij ons. Het kabinet liep niet storm om deze suikerhervorming toe te juichen.

Toch is dit de enige juiste weg: landbouwverordeningen stuk voor stuk erop toetsen of ze in de 21ste eeuw wel blijvend gerechtvaardigd zijn, mede in het licht van de handelsbelangen van in het bijzonder arme ontwikkelingslanden. De Wereldhandelsorganisatie kan daarbij helpen. Eind dit jaar moet de `Doha-ronde', de ontwikkelingsronde, afgesloten worden. Onderhandelaar voor de EU is Peter Mandelson, een goede vriend van Blair.

In die ronde heeft de EU aangeboden, als zij ook concessies van anderen krijgt, om de landbouwexportsubsidies, die zeer marktverstorend werken, af te schaffen. De landbouwuitgaven dalen dan navenant.

Laat het kabinet het accent leggen op zulke reële landbouwhervorming, en Blair uitleggen dat hij zo de politieke rechtvaardiging kan verwerven om (een deel van) zijn korting in te leveren. Maar dat wij niet meedoen aan het voeden van het vuurtje over de `financiële perspectieven' omdat die de werkelijke landbouwuitgaven niet bepalen en niets te maken hebben met de Britse excessieve korting op de begrotingsbijdrage aan de Europese Unie.

E.P. Wellenstein was directeur-generaal van de Europese Gemeenschappen.

    • E.P. Wellenstein