Kansloos is nog niet zinloos

Weinigen hebben meer gedaan om niet-westerse filosofische ideeën en denkwijzen voor een Nederlandstalig publiek toegankelijk te maken dan Jan Bor. Dat deed hij onder meer in twee bloemlezingen: 25 eeuwen oosterse filosofie (besproken in Boeken, 05.09.03) en 25 eeuwen westerse filosofie, dat al toe is aan de zevende druk. Daarnaast vervaardigde hij een succesvolle geïllustreerde geschiedenis van de wijsbegeerte, De verbeelding van het denken (besproken in Boeken, 16.12.95).

Nu heeft hij zijn eigen filosofische ideeën uitgewerkt in Op de grens van het denken. Dit boek is nadrukkelijk geen oefening in academische filosofie; het is deels de neerslag van zijn eigen zoektocht en ervaringen. Bor studeerde in de jaren zestig en zeventig filosofie in Amsterdam. Teleurgesteld in het theoretische karakter van de westerse universiteitsfilosofie, meldde hij zich in 1976 aan bij een Zenklooster in Kyoto. Later studeerde hij bij een Zenmeesteres in Engeland, maar op den duur gingen de volgzaamheid en gezagsgetrouwheid van de westerse Zenaanhangers hem tegenstaan.

Op zijn excursie in het exotische volgde dus welhaast onvermijdelijk de terugkeer – naar Nederland en naar het alledaagse leven. Die terugkeer is in zekere zin het thema van het boek van Bor. In zijn optiek geeft filosofie je geen paspoort tot een Platoons ideeënrijk: ze geeft geen contact met een afzonderlijk, abstract domein dat alleen voor een denkende en getrainde elite toegankelijk is, maar eerder een veranderde kijk op de alledaagse werkelijkheid. Filosofie is geen metafysische theorie maar een ethische en spirituele praktijk.

De wat hem betreft fundamentele filosofische ervaring is die van het wonderlijke `gegeven-zijn' van de dingen: die zijn uniek en tijdelijk en daardoor onkenbaar. Deze ervaring valt volgens Bor niet in de woorden van de omgangstaal uit te drukken. Probeer je dat toch te doen, dan riskeer je te vervallen in duistere, onzinnige of triviale uitspraken. Deze thematiek van de grenzen van de taal speelt ook in het vroege werk van Wittgenstein. Bors grootste held is echter Henri Bergson (1859-1941), de nu bijna vergeten Franse filosoof van de tijdelijkheid en de intuïtie als filosofische methode, die in 1927 de Nobelprijs voor literatuur ontving.

Volgens Bor kan deze fundamentele ervaring niet beschreven maar wel getoond worden, met name in wat hij noemt de `metafysische kunst'. Hij schrijft uitvoerig over kunstenaars als Wim de Haan en Marinus Fuit, die – evenals bijvoorbeeld Giorgio de Chirico – een gevoel van leegte bij de toeschouwer oproepen. Die leegte kan afschrikwekkend zijn zoals bij Nietzsche en Heidegger, maar ook bevrijdend zoals bij de grote Zenmeesters. Een beetje parallel aan de niet-figuratieve kunst, die geen dingen in de buitenwereld afbeeldt, bepleit Bor vervolgens een `filosofie zonder object', een denkactiviteit die zich (zoals bijvoorbeeld ook de Zenboeddhistische meditatie) niet op een object richt maar toch verlichtend en bevrijdend kan werken.

Door zijn terugblik op een leven vol Zen, vergeten filosofen, kunst en jazzmuziek is dit een nostalgisch boek, maar blikt het ook vooruit? Twintig jaar geleden was deze `filosofie van het niets' onmiddellijk in de New Age-hoek gedrongen, maar in recentere tijden vertoont de academische filosofie een nieuwe belangstelling voor deze religieuze en spirituele thema's. Maar die verandering werkt niet noodzakelijk in Bors voordeel. Ironisch genoeg is de belangstelling voor filosofie vandaag de dag veel groter dan voorheen, maar de interesse in niet-westerse vormen van spiritualiteit is juist sterk afgenomen.

Academische filosofen zullen ongetwijfeld al gauw bezwaar maken tegen Bors soms nogal eigenzinnige weergave van hun favoriete denkers, maar, als gezegd, academische precisie is nadrukkelijk niet Bors streven. Een andere open vraag is in hoeverre hij recht doet aan de Japanse traditie: hijzelf benadrukt al het moeizame en misschien zelfs kansloze van een dialoog tussen vertegenwoordigers van verschillende culturen of religies. Maar kansloos is nog niet zinloos. Het belang van filosofische aandacht voor andere tradities is vandaag de dag ongetwijfeld nog groter dan twintig jaar geleden. Voorzover Bor de lezer daaraan herinnert, valt zijn boek geslaagd te noemen.

Jan Bor: Op de grens van het denken. De filosofie van het onzegbare. Bert Bakker, 170 blz. €18,95

    • Michiel Leezenberg