Het geluid van Leidsche Rijn

Toeschouwers worden toehoorders bij Justin Bennett, want hij maakt kunstwerken voor onze oren. Hij is in de weer voor zijn eerste museale solo-expositie, in Den Haag. ,,Misschien moet ik het vliegtuig nog een beetje wegmixen.''

ok in Den Haag tsjirpen tijdens een zwoele zomernacht de krekels. In het atelier van Justin Bennett klinken ze luid en duidelijk uit zes luidsprekers die in een cirkel staan opgesteld. De Britse kunstenaar registreerde de geluiden een week geleden, op een van de weinige mooie dagen van augustus. Op het dak van het oude schoolgebouw in de Haagse Schilderswijk waar hij woont en werkt, had Bennett een speciale microfoon opgesteld die een etmaal lang het omgevingsgeluid vastlegde. Toen hij de opnames de volgende dag terugluisterde, ontdekte hij tussen het stadsrumoer ook de kirrende krekels.

Nu luisteren we naar een compilatie van die 24 uur. In een minuut of twaalf horen we hoe eerst de vogels wakker worden en daarna de stad ontwaakt. In de verte klinkt een tram, iemand toetert, een trein raast voorbij, een drilboor baant zich een weg door het asfalt. Het geluid van de ziekenauto klinkt vertrouwd – duidelijk een Nederlandse sirene. Een auto-alarm gaat af, maar wordt overstemd door het oorverdovende lawaai van een vliegtuig. ,,Dat is nog een beetje te heftig'', merkt Bennett op. ,,Misschien moet ik het vliegtuig nog een beetje wegmixen.''

Bennett maakte de opname voor zijn solotentoonstelling Noise Map, die volgende week opent in het Haagse museum voor actuele kunst GEM en een overzicht biedt van zijn werken uit de afgelopen vijftien jaar. Straks kan het publiek zich in een verduisterde ruimte verwonderen over het veelzijdige geluidsspectrum van Den Haag, luisteren naar alledaagse geluiden die zo ontzettend bekend zijn dat niemand er ooit echt bij stilstaat, maar die nu, in gecomprimeerde vorm, opeens wel opvallen. ,,Misschien maak ik de komende dagen nog een nieuwe versie'', zegt Bennett. ,,Vorige week was het nog vakantie en dus heel stil op straat. Als straks de scholen weer beginnen is er meer herrie. Dan krijgt zo'n geluidsopname een ander ritme.''

`Soundscapes' worden de kunstwerken van Bennett wel genoemd, landschappen van geluid. Toeschouwers worden bij hem toehoorders, die met koptelefoons op worden rondgeleid in bekende en minder bekende oorden. Omringd door luidsprekers worden ze meegevoerd in sprookjesachtige werelden. Of ze lopen door kunstruimtes terwijl de boxjes aan hun voeten het geluid van brekende takken en vallende steentjes reproduceren.

Straatgeluiden

De 24-uurs-opnamen wil Bennett binnenkort herhalen in plaatsen als Rome, Parijs en misschien het Chinese Guangzhou, waar hij is uitgenodigd om mee te doen aan de triënnale. ,,Iedere stad heeft haar eigen geluid'', zegt Bennett. ,,Ik heb ook Arabische soundscapes opgenomen en die klinken veel exotischer.'' Hij plaatst een ander schijfje, getiteld Beirut Story, in de cd-speler. Opeens wandelen we door een huis in de Libanese hoofdstad. Het klinkt er hol. Deuren slaan open en dicht, in de verte schalt muziek. Flarden straatgeluiden waaien naar binnen; het verkeer klinkt vele malen chaotischer dan in Den Haag. Een man begint te praten, maar zijn stem is vervormd. Bennett: ,,Hij spreekt Arabisch maar zelfs als je dat zou beheersen kon je het niet verstaan.''

,,Ik heb het stuk opgenomen door met een radiootje in de ene hand en een microfoon in de andere door het huis te lopen'', verklaart Bennett. ,,De stem op de radio leidt je rond. In dit geval heb ik lang gesleuteld voordat ik met de opnames begon. De band is in één keer opgenomen – er is geen montage aan te pas gekomen – dus alles moest kloppen. Je moet goed letten op de afstanden, van tevoren bedenken waar je de microfoon op richt. Het lijkt wel een beetje op filmen. Maar het toeval blijft een rol spelen. Over het geluid dat van buiten komt heb je geen controle. Dat zou je het documentaire aspect kunnen noemen.''

De installatie gaat gepaard met een diaprojectie van een raam dat uitzicht biedt op een moderne skyline. Bennett: ,,Ik wil het publiek op deze manier tijdelijk op een andere plaats laten zijn. Door het opzetten van de koptelefoon word je ook echt even ondergedompeld in een andere wereld.''

Naast Beirut Story zal in het GEM ook het werk Crystal Radio (2004), dat Bennett in dezelfde periode opnam, te zien en te horen zijn. Hiervoor plaatste hij op het dak van het huis in Beiroet twee microfoons onder schotelvormige plafonnières (,,het enige bruikbare materiaal dat ik kon vinden, verder was het appartement leeg''). Door de resonantie in de glazen kommen kwam het omgevingsgeluid sterk vervormd op de band. In de tentoonstellingszaal reproduceert Bennett de stadse klanken door de speakers in vergelijkbare glazen lampenkappen te verstoppen. ,,Het is een reconstructie, maar dan andersom. De microfoons zijn nu speakers geworden. Je neemt iets van een plek en bouwt daarmee een nieuwe plek.''

Het getoeter van de auto's en het gezang uit de moskee klinkt nu onwerkelijk, alsof de signalen zijn opgepikt op een verre planeet en niet in een aardse metropool. De tonen zijn ruimtelijk en schel. En als de tulpvormige lampen op een gegeven moment hard beginnen te piepen en fluiten, wordt het geluid bijna ondragelijk.

Sinds het eind van de jaren tachtig woont de tengere Engelsman al in Nederland, maar de tentoonstelling in het GEM is Justin Bennetts eerste museale solo. Tot nu toe liet de geluidskunstenaar zijn werken vooral in het alternatieve circuit horen, in kunstenaarsinitiatieven en op gespecialiseerde festivals. Hij bracht zijn werken uit op elpees en cd's, die in kleine oplage hun weg vonden naar liefhebbers over heel de wereld. ,,Geluidskunst is maar een kleine sector, die losstaat van de gewone kunstwereld'', licht Bennett toe. ,,Al wordt de scene wel steeds minder obscuur, en zijn er de laatste tijd een paar grote tentoonstellingen over geluidskunst geweest. Zoals Sons & Lumières (2004) in het Centre Pompidou en Sonic Boom (2000) in the Hayward Gallery in Londen.''

Bennetts interesse voor geluid begon op de kunstacademie in Sheffield, waar hij beeldhouwkunst studeerde. ,,Ik bouwde sculpturen die je kon bespelen, eigengemaakte slagwerkinstrumenten van metaal. Maar ik maakte ook muziek en zat in diverse bandjes. Ik speelde viool, slagwerk en piano. En synthesizer natuurlijk, dat was in de jaren tachtig erg in. Tijdens mijn academietijd ontdekte ik Alvin Lucier, een Amerikaanse componist die minimalistische muziek maakte. Hij was bezig met geluid en ruimte. Maar opnames van zijn werk waren nergens te vinden. En eigenlijk had dat ook wel weer zijn charme, dat je dan in een oude catalogus een vage foto vond van een eenmalig optreden uit de jaren zestig. Daardoor raakte je juist geïntrigeerd.''

Omdat hij meer over computers wilde leren besloot Bennett na de kunstacademie een cursus sonologie te gaan volgen aan het Haagse conservatorium. ,,Twee jaar lang heb ik me verdiept in het gebruik van elektronica in muziek, daarna begon ik de beeldende kunst weer te missen. Ik heb nog zeven jaar lesgegeven op het conservatorium voor ik durfde te proberen om van mijn kunst te leven.''

Inmiddels kan Bennett beschikken over een archief met geluiden uit plaatsen over heel de wereld. In zijn atelier, dat door de aanwezigheid van diverse mengpanelen, computers, versterkers, een drumstel en een piano meer wegheeft van een geluidsstudio, staat een archiefkast met vele honderden cassettebandjes. Volgens de kunstenaar is de collectie te vergelijken met een foto-album. ,,Als ik terugluister naar geluiden die ik ooit heb opgenomen, roept dat bij mij altijd sterke herinneringen op, aan mensen, plaatsen, gebeurtenissen. Als ik zo'n bandje opzet weet ik precies waar ik was en wat ik voelde. Onlangs heb ik, samen met kunstenaar Renate Zentschnig, in de vinex-wijk Leidsche Rijn een werk gemaakt over geluidsbeleving bij de bewoners daar. Ik vroeg bijvoorbeeld wat voor geluiden ze zich konden herinneren uit hun jeugd en welke ze graag weer zouden horen. Er was iemand die verlangde naar de klank van de Rotterdamse haven, en iemand die graag de geluiden van Marokko wilde horen. Die kon ik opdiepen uit mijn archief.''

Het zijn bijna altijd stedelijke geluiden die Bennett opneemt. ,,Soms verlang ik wel naar de geluiden van de natuur, misschien wel omdat ik ben opgegroeid in de buurt van het Lake District. Maar uiteindelijk kom ik toch altijd weer in steden terecht. Omdat het er zo lekker lawaaiig is, en je heel dicht op de mensen zit.''

Tekeningen

Die voorkeur voor steden komt ook naar voren in een ander aspect van Bennetts oeuvre: zijn tekeningen. Soms zijn het schetsjes, uitwerkingen van kleine gedachtespinsels of ingewikkelde apparaten. Maar meestal groeien de losse lijnen op het papier uit tot gecompliceerde, abstract ogende patronen. In het GEM toont de Engelse kunstenaar zijn geluidsinstallaties in combinatie met duizelingwekkende tekeningen die nog het meest doen denken aan de plattegronden uit het stadskadaster. Iedere kavel is met fijne zwarte pen op het papier gezet. Straten slingeren zich een weg naar het centrum, buitenwijken waaieren uit naar de randen van het tekenvel. Alleen gaat het hier niet om bestaande steden, maar om metropolen die geheel uit de fantasie van de kunstenaar afkomstig zijn.

,,Het is iets obsessiefs'', zegt Bennett. ,,Ik begin ergens en ga gewoon steeds verder. Tijdens het tekenen raak ik in een soort trance. Soms verzin ik spelletjes. Zo heb ik eens een dag lang huizen getekend voor alle mensen die ik me kon herinneren. Hun initialen heb ik in de tekening verwerkt. Dan blijk je best veel mensen te kennen; via de één kom je weer bij de ander. Aan sommigen had ik al meer dan twintig jaar niet meer gedacht.''

Voor Bennett is tekenen een vorm van cartografie: het in kaart brengen van plaatsen, gedachten, geluiden. ,,Als kind al tekende ik doolhoven. Eerlijk gezegd was ik dat vergeten, maar toen mijn moeder deze werken zag, zei ze: ben je nu nog steeds bezig met die doolhoven? Ik houd van plattegronden. Als ik in een nieuwe stad ben, is het eerste wat ik doe een kaart kopen. Aan een plattegrond kun je vaak precies zien hoe een stad gegroeid is, of-ie zo gepland is, of geleidelijk uitgedijd.''

In de catalogus die bij de tentoonstelling verschenen is schrijft Bennett dat `de tekeningen voortkomen uit een drang om een lijn neer te zetten en die te volgen'. Sommige tekeningen hebben ook wel wat weg van wandelingen. In het boekje staan enkele voorbeelden van lijnen die eruit zien als kronkelige paadjes maar die bij nader inzien uitvergrotingen van een stuk grens blijken te zijn. Bennett heeft veel langs de grenzen van Europa gereisd. Hij nam er de geluiden op van de verlaten stukken niemandsland en de naargeestige grensdorpen – het gesuis van de wind door een traliehek, het optrekken van een vrachtwagen op een parkeerplaats.

Chaos

Bennett wijst naar een van zijn grens-tekeningen. ,,Die heb ik gebruikt als een partituur voor een geluidswerk. Afhankelijk van de positie op de lijn bepaalt de computer welke geluiden de toeschouwer hoort. Je wandelt dus als het ware langs de grens en hoort automatisch het bijbehorende geluid. Voor mij is het een manier om orde in de chaos aan te brengen. Je kunt namelijk eindeloos veel geluiden monteren tot een compositie, maar dat heeft iets willekeurigs. Liever volg ik een systeem. Dat uitvergrote stukje grens bood mij de mogelijkheid voor een compositie zonder dat ik zelf de beslissingen hoefde te nemen.''

De voortgang van de digitale techniek heeft de mogelijkheden voor geluidskunstenaars intussen flink vergroot. ,,Sommige dingen zijn makkelijker geworden'', zegt Bennett. ,,Je kunt nu met een piepklein geluidsdoosje en een microfoon op de meest afgelegen plekken goede opnames maken. Vroeger moest je in zo'n geval allerlei apparatuur meesjouwen, en waren de spullen ook duurder. Je had een echte geluidsstudio nodig, terwijl tegenwoordig alles in de computer past. Dat is praktischer, maar of het beter is weet ik niet. Als je nu met een computer aan het monteren of mixen bent, kun je eindeloos doorgaan. In een studio had je vroeger 24 sporen. Als ik die allemaal had gebruikt, was het klaar.

,,Ik probeer wel tegen die technische revolutie in te gaan, door al die nieuwe mogelijkheden op afstand te houden. Als ik op reis ga, neem ik expres zo min mogelijk apparatuur mee. Zo leg ik mezelf beperkingen op. Dan moet ik het doen met wat ik heb.''

Hoe eenvoudig een goed geluidswerk zijn kan, blijkt uit de installatie Soundhouse (1998), die ook in het GEM tentoongesteld zal worden. Het werk is opgebouwd uit pvc-buizen die in een kluwen op de museumvloer liggen. Aan de uiteinden zijn doodgewone trechters bevestigd. Wie zijn oor te luisteren legt, vangt fragmenten op van een intiem gesprek. Uit sommige trechters komt een mannenstem, uit andere die van een vrouw. Houd je twee trechters tegen je oren, dan zit je middenin hun conversatie. Kies je twee gelijksoortige uiteinden dan hoor je de woorden in stereo.

`Hello, hello?', klinkt het fluisterend door de buis. `Are you still listening?' Geluiden van ademhaling en stromend water worden door het buizenstelsel getransporteerd. `For you to hear me, I have to breathe', is het antwoord aan de andere kant. Hoe langer je aan de buizen zit te luisteren, hoe vreemder de woorden je voorkomen. De gesprekken lopen niet synchroon, omdat de ene geluidsband langer is dan de ander. Dezelfde zinnen komen voorbij, maar in een nieuwe volgorde en met nieuwe betekenissen. Eindeloos kun je blijven luisteren, totdat je het gevoel hebt dat de woorden niet meer van buiten komen, maar uit je eigen hoofd.

Justin Bennett: Noise Map. 3 sept t/m 27 nov in het GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Catalogus €22,50. Inl: 070-3381133 of www.gem-online.nl