Ex-Kamerlid pakt eens uit

`Help, die man schrijft alles op.' Dat is, volgens Ed van Thijn, de overheersende reactie in Den Haag op boekenschrijvende collega-politici, zo liet hij weten in het tijdschrift Nieuwste Tijd, dat vorig jaar gewijd was aan het ontbreken van Nederlandse politieke memoires. `Schichtigheid' is troef, volgens Van Thijn.

Ondanks de in politiek Den Haag dus overheersende cultuur van discretie zijn er af en toe toch (ex-)politici die in boekvorm inzicht verschaffen in hun reilen en zeilen. Zoals bij de meeste egodocumenten worden zulke geschriften – Een blauwe stoel in Paars van Boris Dittrich of Politiek handwerk van Bert Middel – gekenmerkt door een zekere zelfingenomenheid.

Dat is onvermijdelijk: niemand schrijft memoires om zichzelf bewust als een hopeloze sukkel neer te zetten. Anderszijds is verheerlijking van de eigen persoon in de heersende cultuur eveneens uit den boze. Zodat het neergeschreven zelfbeeld – zoals in de twee genoemde voorbeelden – al gauw de trekken vertoont van een moeizame ploeteraar in de wijngaard des Here. Niet altijd succesvol, niet altijd gewaardeerd, maar wel te goeder trouw.

Theo van den Doels memoires voldoen aan alle regels van het genre.Deze defensiedeskundige van de VVD-fractie tussen 1994 en 2002, toont met behulp van de herdruk van door hem geschreven opinie-artikelen uit kranten aan, altijd al gelijk te hebben gehad inzake Defensiebeleid en Srebrenica. Maar net als bij de lezer de ogen dreigen dicht te vallen, komt het ex-Kamerlid te spreken over de parlementaire enquêtecommissie naar de vliegramp in de Bijlmermeer. De auteur maakte deel uit van deze commissie, waar zijn partij eigenlijk tegen was.

Of de onderbouwing van Van den Doels standpunt klopt dat deze enquête nergens over ging, en voornamelijk werd geïnspireerd door de neiging van Bijlmerbewoners en anderen overal complotten en slachtoffers te zien – ik moet eerlijk bekennen dat zelf ook altijd te hebben gedacht maar laten vooral meer deskundigen daarover een oordeel vellen.

Onversneden bewondering past echter de woede die het ex-Kamerlid bevangt bij de beschrijving van de ijdelheid van zijn medecommissieleden. Theo Meijer, Tara Oedaray Singh Varma en Rob Oudkerk waren, volgens Van den Doel, door een zodanige eigendunk en politieke scoringsdrift bevangen, dat geen truc, indiscretie in de richting van de pers, of loopje met de waarheid hun te laag was.

Deze memoires-schrijver, op het oog een ingetogen en vriendelijk persoon, maakt zich achteraf nog zo boos over dit alles, dat hij een zekere wraaklust niet kan onderdrukken. `Alleen Singh Varma en Oudkerk hebben nadien nog van zich laten horen', schrijft Van den Doel, refererend aan respectievelijk de ingebeelde ziekte en het zedenschandaal waarin deze politici later hun Canossa hebben gevonden. `Op een morgen ontwaakten zij tussen de puinhopen van de door hen zelf gecreëerde schijnwerkelijkheid'. Mogen in een politieke cultuur van schichtigheid zulke zinnen velen tot voorbeeld strekken.

Theo van den Doel: Binnenhof 1a. Haagse belevenissen 1991-2003. Aspekt, 252 blz. €21,95