Een stampende `Black 5' is je reinste poëzie

Onze correspondenten gaan deze zomer op de nostalgische toer. In het Engelse Loughborough koesteren vrijwilligers de laatste stoomlocomotieven.

De 60-jarige Ray Wand, assurantiemakelaar uit Ipswich, kan zijn opwinding bijna niet bedwingen. Hij staat op het punt, onder begeleiding, de besturing in handen te nemen van een dampende stoomlocomotief uit 1935. ,,Dit is echt een jongensdroom, die in vervulling gaat'', glundert hij, terwijl hij een overall aanschiet tegen kolenvlekken op zijn kleren.

Dan stapt hij aan boord van het gevaarte. Even later zet de locomotief, door Wand onmiddellijk herkend als een Black 5, zich luidruchtig in beweging en sleept zij onder het uitbraken van een dikke rookwolk een reeks authentieke oude wagons het stationnetje van Loughborough uit.

De laatste stoomtreinen werden in Groot-Brittannië in de jaren '60 uit roulatie genomen door het toenmalige British Rail. Maar velen vonden het te vroeg om het roemruchte stoomtijdperk, dat zo'n anderhalve eeuw eerder op Britse bodem was begonnen, definitief af te sluiten. Dat de machtige kolossen, die een cruciale rol speelden in de Britse industrialisatie, daarmee werden gedegradeerd tot big toys for big boys deerde hen in het geheel niet.

Al jaren doen dus overal in het land duizenden liefhebbers van stoomtractie hun uiterste best het einde zo lang mogelijk voor zich uit te schuiven. Hoe lang ze het volhouden, is de vraag. In Loughborough domineren deze zondag de grijze hoofden. ,,Het kost steeds meer moeite vrijwilligers te vinden'', zegt de 61-jarige Alan Brown, die elk onderdeel van een stoomlocomotief uit zijn hoofd kent. ,,De jongeren hebben nauwelijks belangstelling meer. Het is zwaar werk en soms wat aan de vieze kant, ze spelen liever computerspelletjes.'' Het is ook duidelijk een mannendomein.

In verenigingsverband kopen de liefhebbers oude, afgedankte stoomlocomotieven op, kalefateren die in hun vrije tijd op, kopen of huren stukken spoor of laten die desnoods opnieuw aanleggen, waarna ze het publiek de gelegenheid bieden om tegen betaling – weer een reisje te maken.

Ook in Loughborough, een nondescript plaatsje even ten noorden van Leicester in Midden-Engeland, zijn ze al ruim dertig jaar in de weer om stoomtreinen te bewaren. Enige honderden vrijwilligers maken dat in de weekeinden mogelijk, het hele jaar door. Van bestuurders tot seinwachters en van stokers tot stationschefs, het zijn allemaal vrijwilligers.

,,Als ik soms in de winter om 3.00 uur in de ochtend m'n warme bed uitmoet om de koude trein op te stoken [een proces dat uren kan duren, red], vraag ik me wel eens af waar ik het allemaal voor doe'', zegt Charlie Barber, een 38-jarige monteur en zoon van een beroepsmachinist. ,,Maar verder geniet ik er eigenlijk altijd van.''

Dan verontschuldigt hij zich, want veel tijd voor praten heeft de bestuurder van een stoomlocomotief tijdens de reis niet. Zijn gezichtsveld is beperkt achter de enorme ketel, waar de kolen worden gestookt om vervolgens de stoom op te wekken, die de trein in beweging brengt. Daarom moet hij tijdens de reis vrijwel permanent uit het raampje hangen om van opzij te kijken hoever de trein al is gevorderd en of er seinen op onveilig staan.

Intussen is stoker Robert Gibbons, in het dagelijks leven winkelbediende, uit alle macht bezig het helse vuur in de ketel verder op te stoken. Door een groot gat gooit hij om de paar minuten grote scheppen kool. De locomotief vreet kool. Tijdens het tochtje van Loughborough naar Leicester en terug, zo'n 25 kilometer in totaal, gaat er 250 kilo doorheen. In de goede oude tijd joegen de stokjers er tijdens een enkele reis naar Londen makkelijk 4.000 kilo door.

Loughborough ligt aan een spoorlijn, die eind 19e eeuw werd aangelegd omdat de vraag naar vervoer tussen het geïndustrialiseerde noorden van Engeland en Londen almaar groeide. De uitbaters van de lijn, de Great Central Railway, koesterden destijds de stille hoop dat de lijn kon worden aangesloten op het Europese continent via een tunnel onder Het Kanaal. Maar die laatste zou pas een eeuw later worden gerealiseerd. De spoorlijn langs Loughborough was tegen die tijd al niet meer in gebruik voor commercieel verkeer.

Enkele liefhebbers richtten begin jaren '70 een nieuwe Great Central Railway op, die er in slaagde weer regelmatig stoomtreinen te laten rijden tussen Loughborough en Leicester, met tussenstops bij stationnetjes in Quorn en Rothley. Die zijn met grote toewijding in hun oorspronkelijke staat hersteld. Quorn bootst de tijd van de jaren '40 na, Rothley het Edward-tijdperk, vernoemd naar koning Edward VII (1901-1910). Hier brandt zelfs nog gasverlichting. Op de stationnetjes hangen oude posters en staan oude karren op het perron met fraaie antieke koffers, postzakken en melkbussen. Het personeel draagt bij voorkeur kleding uit die tijd.

Het belangrijkste voor de afficionados blijven de locomotieven. Velen hebben het staartje van het stoomtijdperk nog meegemaakt. De gepensioneerde David Gordon, die meereist, is er sinds zijn derde aan verslingerd. ,,De liefde is geboren toen ik als kind in York vlak achter het station woonde en ze steeds voorbij zag komen.''

Zelfs de 43-jarige Perry Skinner, een corpulente mecanicien, heeft als klein jongetje met zijn vader nog stoomlocomotieven in actie gezien. Ook hij is er nooit meer van losgekomen. Dolgraag zou hij ook eens een rit op de bok van een stoomlocomotief maken, maar dat is een kostbare aangelegenheid. Een retourtje Leicester op de bok van de Black 5 kost 275 pond (ruim 400 euro). Een gewoon kaartje in de stoomtrein kost daarentegen maar 12 pond, dus dan maar die optie. Skinner heeft plaatsgenomen in de wagon pal achter de locomotief. Als de Black 5 zich stampend in beweging zet en de stoomfluit giert, begint het brede gezicht van Skinner van louter verrukking te stralen. ,,Dit is hemels'', zegt hij. ,,Voor mij is dit je reinste poëzie.''

Voor meer informatie: www.gcrailway.co.uk

Eerdere delen zijn na te lezen op www.nrc.nl/nostalgie