Een paar ton is zo op in de biotech

De laatste jaren konden biotechbedrijven moeilijk aan kapitaal komen om hun dure onderzoek te financieren. Maar het tij lijkt te keren.

Biotechnologiebedrijf Bioceros heeft nog voor enkele maanden geld op de bank staan. Het bedrijf is gespecialiseerd in immunologisch onderzoek, waarmee het op termijn therapieën voor kanker wil ontwikkelen. Maar voor dat onderzoek is geld nodig, en de laatste jaren is het ,,rampzalig geweest om financiering te vinden'', zegt directeur Remco Brandt. Hij heeft zelfs meegemaakt dat de afspraak met investeerders rond was, maar dat die zich op het laatste moment terugtrokken onder het mom van de verslechterde economie.

De laatste vijf jaar zijn er in Nederland zo'n honderd nieuwe biotechbedrijven opgericht, mede door het stimuleringsprogramma van de overheid, Biopartner. Maar in deze sector duurt het vaak jaren voordat een bedrijf een verkoopbaar product, zoals een geneesmiddel, heeft ontwikkeld. En het onderzoek dat nodig is voor de ontwikkeling van zo'n product is kostbaar; zonder financiering van buiten houden de meeste bedrijven het niet lang vol. Bijna de helft van de bedrijven heeft binnen twee jaar nieuwe financiering nodig, blijkt uit het laatste rapport van Biopartner, dat jaarlijks bijhoudt hoe de sector ervoor staat.

Financiering rond krijgen was de laatste jaren geen sinecure. Volgens Biopartner hebben 21 bedrijven dat het afgelopen jaar tevergeefs geprobeerd. De bedrijven die het wel lukte, haalden samen slechts 30 miljoen euro op.

Maar het tij lijkt te keren. Life Sciences Partners (LSP), een Nederlandse investeringsmaatschappij gespecialiseerd in biotechnologie, heeft net 65 miljoen euro opgehaald van onder andere ING, Achmea en DSM. Verder kondigde de oprichter van het Nederlandse biotechbedrijf Crucell, Dinko Valerio, vorige week aan dat hij samen met zakenbank NIB Capital een fonds gaat oprichten, Aescap geheten. Daarmee wil hij minstens 100 miljoen euro proberen op te halen. Net als LSP zal dit fonds zich richten op de Europese biotechnologiesector. En in mei vond in Nederland de eerste biotechbeursgang sinds vier jaar plaats. Galápagos haalde 20 miljoen euro op.

Volgens René Kuijten, partner bij LSP, is het de laatste twee jaar moeilijk geweest doordat de pensioenfondsen en verzekeraars waar het geld vandaan moet komen veel geld waren krijtgeraakt tijdens de internethype. ,,Die likten hun wonden.'' Nu dat weer bijtrekt, profiteert de biotechsector er volgens hem juist van dat de vele internetbedrijfjes ,,zijn weggevaagd''. Voor partijen die geld willen steken in risicovolle bedrijven, is biotechnologie een van de weinige alternatieven. ,,En biotech is altijd zijn geld waard geweest. Het is niet zoiets als de internethype.''

Volgens Valerio, die in 2000 met de beursgang van Crucell 144 miljoen euro ophaalde, is het onzin dat er de laatste jaren geen geld was. ,,Voor goede bedrijven is er altijd voldoende geld. Er waren niet genoeg bedrijven met een hoog genoeg ambitieniveau.'' Hij geeft wel toe dat dat geld voornamelijk uit de VS had moeten komen, waar investeerders er meer aan gewend zijn dat je met biotechnologie geld kunt verdienen door erin te investeren.

Bij het selecteren van bedrijven om in te investeren vindt Kuijten het belangrijkst dat de technologie waarop het bedrijf is gebaseerd heel nieuw is en breed genoeg om er verschillende producten mee te ontwikkelen. Het meeste geld van het fonds zal naar bedrijven in andere landen gaan, maar hij heeft ook al in twee Nederlandse bedrijven geïnvesteerd: Octoplus, dat al vrij ver is met het modificeren van geneesmiddelen waardoor die effectiever werken, en DNAge, dat nog heel pril is en zich richt op verouderingsziekten.

Omdat Valerio zelf veel ervaring heeft in de sector wil hij niet alleen geld bieden aan de bedrijven waar hij in investeert, maar vooral expertise. ,,In de biotech wordt veel tijd verspild aan steeds terugkerende vergissingen.'' Volgens hem moeten bedrijven zorgen dat ze zo snel mogelijk een verkoopbaar product hebben. Met de opbrengsten daarvan kan het bedrijf dan zijn volgende producten ontwikkelen. Nu duurt het volgens Valerio vaak te lang voordat bedrijven een duidelijke focus hebben. ,,Als ik eerlijk ben, hadden we met Crucell ook sneller kunnen zijn.''

Brandt van Bioceros verwacht niet dat zijn bedrijf zal profiteren van de nieuwe fondsen. ,,Investeerders zoeken naar bedrijven die al verder zijn en die een heleboel geld nodig hebben voor bijvoorbeeld klinische trials. Bedrijven zoals wij hebben kleinere bedragen nodig om de eerste fase door te komen.'' Desondanks is zijn bedrijf nu in een vergevorderd stadium om een paar ton binnen te halen. Maar zo'n bedrag is in de biotechnologie zó op.

Dat Bioceros toch kan blijven bestaan, komt doordat het geld verdient door onderzoek te doen in opdracht van andere bedrijven. Ook veel andere biotechstarters kiezen voor dit model, waarbij ze hun eigen onderzoek financieren door onderzoek te doen voor derden. Brandt: ,,Maar als die opdrachten wegvallen, heb je een groot probleem.''

Brandt ziet het somber in voor de kleine biotechbedrijven. ,,Als je een succesvolle branche wil, moet je ook investeren in bedrijven die maar 1 miljoen nodig hebben.''

Kuijten van LSP bevestigt dat de kloof tussen de haves en de have nots waarschijnlijk groter zal worden. Net als dat van Valerio zal zijn fonds worden verdeeld over zo'n 15 tot 20 Europese bedrijven. ,,Het is natuurlijk fantastisch, die honderd bedrijven die de laatste jaren zijn opgericht. Maar ik denk dat die toch voor een deel moeten worden samengevoegd om voldoende geld op te halen. Veel van die bedrijven zullen het niet redden.''

    • Elske Schouten