Curaçao met argusogen bekeken

Wil Den Haag vasthouden aan de vorig jaar gestelde voorwaarden voor de toekomst van de Antillen? ,,Nederland houdt de kaarten dicht tegen de borst.''

Bestuurders van de Antilliaanse eilanden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius vergaderen dezer dagen op Sint Maarten over hun staatkundige toekomst na afschaffing van de Antilliaanse landsregering in 2007. Ze moeten het eens zien te worden over hun onderlinge verhoudingen en hun toekomstige relatie met Nederland. Maar wat is de inzet van Nederland als komend najaar over de toekomstige verhoudingen binnen het koninkrijk moet worden beslist?

Tot nu toe hield minister Pechtold (Koninkrijksrelaties, D66) zijn kaarten tegen de borst, in afwachting van de uitkomsten van het beraad tussen de individuele eilanden. Maar op de eerste dag van die conferentie, gisteren, lekte een strategische notitie van Pechtold uit over de Nederlandse inzet voor de onderhandelingen van komend najaar.

De Antilliaanse minister van Constitutionele Zaken, Richard Gibson wilde in eerste instantie Pechtolds nota niet vrijgeven omdat het stuk `geen officiële status' had. Na telefonisch contact met Pechtold, ter plekke tijdens de vergadering, werd besloten om de nota in de loop van vandaag alsnog vrij te geven.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag gaat de nota, gedateerd op 27 juli, om ,,de inzet van Nederland bij onderhandelingen over een hoofdlijnenakkoord''.

Uit de notitie blijkt dat Nederland vast wil houden aan de eind vorig jaar door het kabinet vastgestelde randvoorwaarden voor nieuwe bestuurlijke verhoudingen met de Antillen. Die randvoorwaarden betreffen onder meer het toezicht door het koninkrijk op adequate uitvoering van de rechtsorde, het openbaar bestuur en het financieel beleid. Samenwerking op het gebied van rechtshandhaving moet `geïnstitutionaliseerd worden', zo staat in de notitie. De verantwoordelijkheden van het koninkrijk op het gebied van defensie en buitenlandse betrekkingen moeten in `robuuste structuren' worden vastgelegd.

Een nieuwe staatkundige structuur ter vervanging van het Antilliaanse landsbestuur in 2007 moet gefaseerd worden ingevoerd, zo blijkt verder uit de notitie. Individuele eilandsbesturen mogen het staatsverband pas verlaten als `formele afschaffing van het land Nederlandse Antillen een feit is'. De eerste onderhandelingen over Pechtolds nota met de Antilliaanse regering zijn overigens mislukt, zo zei Gibson gisteren. ,,Die besprekingen zijn in de soep gelopen. Want er was geen basis om tot een hoofdlijnenakkoord te komen.''

De top op Sint Maarten vormt de opmaat voor besprekingen dit najaar waarbij ook Nederland en Aruba aanschuiven, de zogeheten rondetafelconferentie. Curaçao wil eerst bilaterale besprekingen met Nederland. Dat is voor de andere eilanden onbespreekbaar.

Voor de eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius, die te klein zijn om hun eigen voorzieningenniveau op peil te houden, is de Nederlandse houding van groot belang. Maar volgens de leider van de Statiaanse delegatie, Roy Hooker, ,,houdt Nederland de kaarten wel erg dicht tegen de borst''. Curaçao en Sint Maarten willen autonome landen binnen het koninkrijk worden, terwijl Bonaire en Saba directe banden willen met Nederland. Alleen Sint Eustatius opteert nog voor de Antilliaanse identiteit.

Nu de eerste onderhandelingen tussen de Antilliaanse regering en Nederland op een mislukking zijn uitgelopen en het nog onduidelijk is of de eilanden er onderling zelf uitkomen, rijst de vraag of de topconferentie dit najaar, waar behalve Nederland ook Aruba zal aanschuiven, nog kan slagen. Daarbij wordt vooral met argusogen gekeken naar het eilandsbestuur van Curaçao dat onomwonden heet verklaard dat ,,niemand, Pechtold, de Antilliaanse regering noch de andere eilanden, Curaçao mag belemmeren op zijn weg naar autonomie en daar al helemaal geen eisen aan mag stellen''. Maar het is de vraag of Pechtold zal instemmen met de wens van Curaçao voor bilaterale onderhandelingen.