Brooklyn is een utopie

Paul Auster houdt ervan, zijn hoofdpersonen meteen al op een achterstand te zetten. Ze hebben net hun geliefden verloren bij een ongeluk, zoals David Zimmer uit The book of illusions. Of ze herstellen van een ernstige ziekte en leven in geleende tijd, zoals Sidney Orr uit Oracle Night, en zoals Nathan Glass, de verteller van het net in vertaling verschenen The Brooklyn Follies.

Die verzwakte staat zorgt ervoor dat deze Auster-mannen hun alledaagse leven ervaren als labyrint, een spinnenweb dat nergens houvast biedt. Voor Sidney Orr geldt dit in extreme mate; met een onschuldig straatje om en een even onschuldig blauw notitieboekje brengt deze schrijver het onheil zijn huis binnen. De openingszin van The Brooklyn Follies (`I was looking for a quiet place to die') is een variatie op het `I had been sick for a long time' waarmee Oracle Night begint. De boeken kunnen als elkaars spiegel gelezen worden. In Oracle Night ging alles van kwaad tot erger, in The Brooklyn Follies ziet alles er steeds zonniger uit. De gewezen verzekeringsman Nathan Glass is pas gescheiden en herstellende van longkanker. Dit belet hem echter niet te vertellen met de montere zwier van de gebruinde pensionado.

Glass vestigt zich in Brooklyn, en werkt aan een catalogus van `Brooklyn Follies' – verhalen van menselijke dwaasheden die hem ooit ter ore zijn gekomen. In plaats van te sterven ontmoet hij in de plaatselijke tweedehands boekwinkel zijn neef Tom Wood. Deze ooit veelbelovende jongen is op dood spoor geraakt. Van zijn literair proefschrift over `Imaginary Edens: The life of the Mind in Pre-civil-war America' is niets terecht gekomen. Hierin wilde Tom `het innerlijk toevluchtsoord' onderzoeken, `de plek waar een man naartoe vlucht wanneer het leven in de echte wereld niet langer mogelijk is.'

Tom baseerde zich op Poe en Thoreau, schrijvers die het werk van Paul Auster diepgaand hebben beïnvloed. Tom ziet Poe en Thoreau als de architecten van utopisch Amerika. De één in zijn geschriften, de ander in zijn arcadische kolonie Walden. Beiden trokken zich terug uit het Amerika van hun dagen. `Impossibly utopian? Yes', laat Auster Tom zeggen. `But also a sensitive reaction to the conditions of our time.'

Tom is ook Austers woordvoerder als het gaat om de verkiezing van George Bush jr., volgens hem de grootste ramp die Amerika anno 2000 kan overkomen. Politiek wordt er her en der met de haren bijgesleept in The Brooklyn Follies. Maar het is het Walden-idee waarom het draait en de rol die boeken daarbij spelen, als innerlijke toevluchtsoorden waarin schrijver en lezer samenwonen. Het gaat Auster daarnaast om de vraag hoe een mens zich moet verhouden tot het gemankeerde utopia waarin hij woont. Splendid isolation, of toch iets anders?

Tom richt zich op een Walden-variant waar dolende zielen een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Na veel uitweidingen blijkt dit Hotel Existence (de spiegel van dat in California) te liggen in Austers eigen Brooklyn, in het New York dat zich, zoals hij wel eens in een interview heeft gezegd, zou moeten losmaken van Amerika.

Zo krijgen Austers personages in The Brooklyn Follies vaste grond onder de voeten, en verlossing uit hun eenzaamheid. Aan het slot van de roman heeft Nathan Glass zijn gezondheid terug en is hij in het bezit van een extended family. Hij woont in een goede buurt. Domweg gelukkig is hij, realiseert hij zich om 8 uur 's ochtends op 11 september 2001.

Met enkel dat tijdstip op de valreep nog je happy ending een bittere lading geven – het is een zwaktebod. En zo is er meer dat de titel van The Brooklyn Follies te veel recht doet, als dolletje, dwaling. Het grootste probleem is Nathan Glass zelf. Of het nu gaat om de tragische dood van zijn vriend Brightman, een sympatieke oplichter, of om het kopen van kleren voor een kind, Glass doet het in oeverloos detail uit de doeken. De man is, oneerbiedig gesproken, een enorme ouwehoer.

Het is opmerkelijk, hoezeer een roman van Auster staat of valt met donkere wolken; een negatieve spanning die alles samenbalt. Die is afwezig in Brooklyn Follies. De gebeurtenissen in Glass' leven waaieren steeds verder uit, inwisselbaar als de plotwendingen van een soap. Daarnaast doet ook de warmte in de volzinnen die Auster zijn held laat uitspreken, allengs sentimenteler aan.

Aan het slot heeft de schrijfbacil Nathan Glass zo te pakken, dat hij een bedrijf wil beginnen in biografieën op bestelling – omdat ieder levensverhaal het waard is opgetekend te worden. Dit laatste is echter een misverstand. Austers intense verbeeldingskracht (`schrijven is een ziekte' zegt Tom) zorgt ervoor dat elk verhaal een kettingreactie van nieuwe verhalen genereert. Maar niet ieder verhaal is even dwingend, en niet ieder verhaal hoeft ook verteld te worden.

Paul Auster: The Brooklyn Follies. Faber and Faber, 304 blz. €18,95. Vertaald door Ton Heuvelmans als Brooklyn dwaasheid, De Arbeiderspers, 283 blz. €18,95

    • Maartje Somers