Belgrado ontslaat Kosovo-havik

De Servische premier Vojislav Koštunica heeft donderdag de voorzitter van het Kosovo-beleidscentrum Nebosja Čović de wacht aangezegd. Čović staat bekend als havik in het debat over de toekomstige status van de provincie Kosovo. De internationale gemeenschap oefent druk uit op Servië om mee te werken aan het plan voor decentralisatie van het openbaar bestuur in Kosovo waar de Albanezen nu de meerderheid vormen.

Vertegenwoordigers van de harde lijn, zoals Čović, verzetten zich tegen het decentralisatieplan dat in hun ogen de Kosovo-Serviërs buiten spel zet. Het ontslag van Čović wordt door waarnemers in Belgrado uitgelegd als ,,het begin van het uit handen geven van de provincie Kosovo''.

Met Čović ontslag maakt premier Kostunica een einde aan de regeringscrisis die deze week was ontstaan na een stemming over een wetswijziging die de privatisering van het Servische staatsoliebedrijf NIS mogelijk maakt. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), van wie Servië voor leningen afhankelijk is, heeft op de privatisering aangedrongen.

Een krappe meerderheid schaarde zich woensdag achter de wetswijziging, maar de kleine coalitiepartij SDP (Sociaal-Democratische Partij), waarvan Čović een prominent lid is, stemde tegen.

Het voldoen aan de eisen van de internationale gemeenschap lijkt in toenemende mate de doorslag te geven in het beleid van de regering-Koštunica. Tot ongenoegen van de Kosovo-Serviërs en Servische politici die zich fel verzetten tegen de toegeeflijkheid die Kostunica naar hun mening toont in het eindspel rond Kosovo.

Behalve de besluitvorming over de status van Kosovo wil Servië een nieuwe fase van onderhandelingen in met de EU over integratie in Europa. Daarnaast is de ernstig verzwakte economie afhankelijk van een goede relatie met het IMF.

,,Achter de rel rond de privatisering van het oliebedrijf gaan heel andere motieven schuil'', zegt Oliver Ivanović, een van de leiders van de Kosovo-Serviërs. ,,Het optreden van Koštunica is nerveus en hysterisch en een poging om critici uit het politieke veld te ruimen.''