Ademloos

Kijken naar AZ is als schrijven zonder punten. Het gaat maar door. Dat wil zeggen, als het lekker draait. Of het gedurende deze competitie net zo lekker blijft draaien als tegen Sparta en tegen FC Utrecht (tweede helft), we zullen zien. Van mij mag het.

Je ogen staan zelden stil, zo snel gaat de bal van man tot man, als een hazewind gaat-ie, of liever, als een haas die wordt opgejaagd door hazewinden, zijn bewegingen zijn onvoorspelbaar omdat de spelers zo vaak iets anders doen dan je verwacht, iets anders dan de tegenstander verwacht, dan iedereen in het stadion verwacht lijkt het wel, omdat ze de bal soms naar het niets spelen, dat wil zeggen naar een plek waar zojuist nog niemand stond maar waar precies op het juiste moment iemand is verschenen, een spits bijvoorbeeld die de bal teruglopend vanuit de voorhoede aan zijn verkeerde kant ontvangt, maar hij speelt hem met de buitenkant van zijn goede voet in één keer door naar een lege plek waar een verdediger als een duveltje uit een doosje is opgedoken en die de bal zonder nadenken intuïtief, lijkt het, maar in feite gebaseerd op eindeloos oefenen in one touch football onder de vorige trainer Co Adriaanse doorschuift naar de middenvoor die op dat moment op de positie van de linksbuiten staat en die met de bal naar het midden loopt hij is rechtsbenig, dus wie weet om de bal met de rechterwreef naar het doel te trappen en die dan plotseling weer naar buiten kapt – want hij kan hem ook voorzichtig met links voorzetten om vanuit zijn ooghoek te zien dat de centrale middenvelder correctie: de rechtsbuiten die zich in het kader van de almaar voortdraaiende carrousel eventjes op de plek van `de nummer tien' bevindt er op de rand van het strafschopgebied goed voorstaat en die de bal dus ontvangt, nee toch niet, hij doet maar alsof, want achter zijn rug vandaan is de rechterverdediger naar voren gesprint, zeg maar in de lege ruimte die de rechtsbuiten met zijn vertrek naar het middenveld heeft achtergelaten, dus de zogenaamde nummer tien laat de bal ongehinderd doorgaan, naar de back die eenvoudig langs een duizelig geworden vijandelijke rechterverdediger snelt om de bal met een mooie boog voor het doel te trappen, ja dat had je gedacht, veel te voorspelbaar, hij plaatst hem hard over de grond, exact voor de voeten van de aanstormende nummer tien die de bal fluitend in de linker benedenhoek tikt. Punt.

(Wordt vervolgd: morgenavond om acht uur in Arnhem.)