Academie voor student in uniform

De hogere militaire opleidingen fuseren tot de Nederlandse Defensie Academie. Het instituut wil een universitaire status met eigen onderzoek.

Op weg naar de lunch passeren de cadetten in camouflagepak de toegangspoort van het uit de 14de eeuw stammende Kasteel van Breda. Onder de poort houden ze hun arm strak langs het lichaam, de vuisten gebald. Uit respect voor hun voorgangers die hun naam in de bakstenen hebben gekrast toen ze hun officiersdiploma haalden, is een verklaring. Omdat er zo meer cadetten tegelijk door de poort konden marcheren toen dat nodig was, is een andere.

De Koninklijke Militaire Academie in Breda is doordrenkt van historie en traditie. Maar zelfs de KMA ontsnapt niet aan de nieuwlichterij van het Europese bachelor-masterstelsel. Niet dat ze daaraan zouden willen ontsnappen, integendeel.

Gouverneur Ton van Osch: ,,Dit is de kans waar we al jaren op zitten te wachten. We streven al lang naar civiele erkenning van onze opleidingen, aansluiting bij het niet-militaire onderwijs. Ons model sluit goed aan bij de bama-structuur aan de universiteiten.''

In onderwijsland is de KMA een vreemde eend in de bijt. Qua wetenschappelijke status bevindt de academie zich ergens tussen hogeschool en universiteit. Afgestudeerden aan een van de vijf programma's ontvangen een officiersdiploma, geen bachelortitel. Afwijkend is ook dat elke opleiding begint met een half jaar militaire vorming. In plaats van collegegeld te betalen ontvangen de studenten een basissalaris van 1.100 euro en een baangarantie. In ruil daarvoor leven ze in het begin van de opleiding sober: met z'n achten op een kamer, met alleen een bed en een kast. En de selectie is streng. Van de kandidaten die een medische en psychologische keuring hebben doorstaan, wordt een op de tien toegelaten.

Het woord `academie' wil de KMA niet kwijt. Maar de status van de instelling en de aard van het diploma moeten meer richting universiteit, vindt generaal-majoor Van Osch, sinds zeven maanden gouverneur van de KMA. Van Osch: ,,Defensie is niet langer een werkgever voor het leven. Alleen al daarom moeten we onze studenten een passende titel geven om elders in de samenleving verder te kunnen. Je ziet ook dat het contact tussen het militaire en het civiele domein, bijvoorbeeld bij vraagstukken over veiligheid en internationale betrekkingen, intensiever wordt. Daar willen we met ons onderwijs op inspelen.''

Over een week, op 2 september, wordt met een ceremonie in Breda de Nederlandse Defensie Academie opgericht. Onder die noemer ontstaat verregaande samenwerking tussen zes militaire onderwijsinstellingen. Behalve KMA en KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder) gaat het om het Instituut Defensie Leergangen, de Leergang Topmanagement Defensie, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en de Faculteit Militaire Wetenschappen. De alfawetenschappen worden geconcentreerd in Breda, de technische wetenschappen in Den Helder. Van Osch wordt commandant van de nieuwe Nederlandse Defensie Academie, die als afkorting heeft gekozen voor NLDA.

Waarom niet NDA als afkorting? Van Osch: ,,NL is de officiële, internationale afkorting voor Nederland.'' Bovendien verwijst NDA op internet naar associaties van deurwaarders en dakdekkers.

Het belangrijkste motief voor de fusie is het bevorderen van vertrouwen tussen de verschillende onderdelen van de krijgsmacht. Als de cadetten van de Koninklijke Landmacht en de adelborsten van de Koninklijke Marine samen college volgen en samen sporten, zal hun samenwerking in Irak of Afghanistan beter verlopen, zo is de redenering.

Van Osch wil niet beweren dat de samenwerking nu zo beroerd is. ,,Ze zijn het gewoon niet gewend, bij operaties in NAVO-verband was het vroeger niet gebruikelijk. Bij de huidige missies gebeurt dat wel, en dan merk je dat apparatuur verschilt, dat normen en waarden net even anders zijn.''

Daarnaast moet de Nederlandse Defensie Academie het wetenschappelijke gehalte van de afzonderlijke opleidingen versterken. De NLDA biedt vijf programma's aan: krijgswetenschappen, bedrijfs- en bestuurswetenschappen, technische wetenschappen, civiele techniek en communicatie-, informatie- en commandovoeringssystemen. Voldoende mogelijkheden voor uitwisseling met reguliere universiteiten, volgens Van Osch. Zelf deed hij op latere leeftijd de studie bestuurskunde aan de Universiteit Leiden in 2,5 jaar dankzij vrijstellingen.

Van Osch: ,,We hebben universiteiten veel te bieden. Wij weten veel van leiderschap, human resources management, sociale processen. Ingenieurs in Delft leren bruggen te bouwen in vredestijd. Onze genisten doen het onder druk en met beperkte middelen. We kunnen ze leren improviseren.''

Van Osch wil in de komende vier jaar civiele erkenning verwerven voor alle bacheloropleidingen. In eerste instantie geldt dat alleen voor de studie civiele techniek, die komend jaar de eerste erkende bachelors moet afleveren. Voorwaarde voor die erkenning is accreditatie, een keurmerk dat de kwaliteit van de opleiding garandeert.

Van Osch is vol vertrouwen: ,,We hebben een nulmeting laten uitvoeren door een extern team van professoren, zij vonden ons onderwijsniveau vergelijkbaar met dat van universiteiten.''

Grootste manco tot nu toe is onvoldoende aandacht voor onderzoek. Daar zal de NLDA in gaan voorzien, met een onderzoeksbudget van anderhalf miljoen euro per jaar, en deelname aan een netwerk van het ministerie van Defensie dat kan beschikken over 40 miljoen euro. ,,Helaas staat het gezamenlijk onderzoek met andere universiteiten nog op een laag pitje. Er zijn enkele gemeenschappelijke aio's, maar dit kan nog veel beter. Meer onderzoek is voor ons bij uitstek een middel om kennis uit te wisselen met de rest van de samenleving. Zo kunnen we ook onze maatschappelijke inbedding versterken. Bovendien hebben we zelf ook steeds meer hoger opgeleiden nodig. De techniek wordt steeds complexer.''

Kan een militaire instelling wel academische vrijheid garanderen voor onderzoekers? Leiden veiligheidsrisico's niet tot allerlei beperkingen? ,,Net als elders gelden er geen beperkingen aan de academische vrijheid. Onderzoekers zullen soms gebruikmaken van geclassificeerde bronnen. In zo'n geval worden vooraf afspraken gemaakt over wat na afloop wel en niet kan worden gepubliceerd. Dat gebeurt ook als bijvoorbeeld Shell opdrachtgever is voor een wetenschappelijk onderzoek. De onafhankelijkheid is gegarandeerd. Ik heb geen bestuurlijke mogelijkheden om publicatie te voorkomen. En de minister van Defensie ook niet.''

    • Mark Duursma