ABN in gesprek met de rivaal

Hoop gloort voor ABN Amro. De Nederlandse bank die sinds eind maart verwoede pogingen deed om de Italiaanse bank Antonveneta over te nemen – en die pogingen een maand geleden officieel staakte – zat eergisteren opeens aan tafel met haar grote rivaal in de overnamestrijd.

Op initiatief van Banca Popolare Italiana (voorheen bekend als Popolare di Lodi) waren de Nederlanders uitgenodigd voor verkennende gesprekken over een eventuele overname van Popolare Italiana's belang van 30 procent in Antonveneta. Ook andere banken zouden volgens Popolare Italiana belangstelling hebben voor dat pakket. Maar twee mogelijke kandidaten, de Deutsche Bank en het Italiaanse Intesa, hebben dat al weer weersproken. Een bron bij ABN Amro zegt dat de gesprekken ,,geen concrete dingen'' hebben opgeleverd. ,,Het stadium van onderhandelen is nog lang niet bereikt.'' De bron verwacht dat er ,,rond dit weekend'' opnieuw contact zal zijn tussen beide partijen. Officieel worden de gesprekken noch bevestigd, noch ontkend. ABN Amro heeft alle reden voorzichtig te opereren en niet overmoedig te worden. Het enige dat een woordvoerder kwijt wil is dat de bank nog altijd ,,geïnteresseerd'' is in de overname van Antonveneta, ,,op redelijke en aanvaardbare condities''. En dat er, benadrukt hij, ,,een belangrijke rol is weggelegd voor de Italiaanse autoriteiten''. De bank wil justitie noch de financiële toezichthouders voor de voeten lopen, nu de handelswijze van Popolare Italiana alom wordt onderzocht.

Het is onduidelijk hoe groot de financiële problemen zijn bij Popolare Italiana, maar dat de kleine coöperatie geld nodig heeft staat vast. De kans dat Popolare Italiana het opgebouwde aandelenbelang in Antonveneta van de hand doet, lijkt met de dag te groeien. De bank uit het Milanese voorstadje Lodi heeft er zelf geen zeggenschap over sinds justitie er precies een maand geleden beslag op legde. Dat was een dag nadat ABN Amro haar officiële bod op Antonveneta, bij gebrek aan belangstelling onder de aandeelhouders, had ingetrokken. Het tegenbod van Popolare Italiana werd na de beslaglegging op 30 juli zelfs opgeschort door de Italiaanse centrale bank. De bankautoriteit, waarvan de hoogste baas gouverneur Antonio Fazio tot dan toe altijd openlijk de zijde van Popolare Italiana had gekozen (al was het maar via uitgelekte telefoongesprekken), was kennelijk overtuigd van de verdenkingen dat Popolare Italiana haar aandelenbelang mogelijk op onrechtmatige wijze had verkregen. Daarnaast had de bank illegaal met andere aandeelhouders een pact gesloten. Dat alles moest eerst onderzocht.

Rijkman Groenink presenteerde op maandag 1 augustus de halfjaarcijfers. Tijdens het vragenuurtje moest hij vooral vragen beantwoorden over het slagveld in Italië. En dat deed hij uiterst voorzichtig. ,,Het is nu aan de Italiaanse autoriteiten om tot een oplossing te komen. Wij wachten rustig af tot zij deze ietwat gecompliceerde situatie oplossen'', zei hij. Op een vraag van Italiaanse journaliste of de berichten in Italiaanse media klopten dat ABN achter de schermen overleg voerde met rivaal Popolare Italiana, reageerde Groenink ietwat nerveus. Hij gniffelde, begon opeens half Engels te praten, en omzeilde een inhoudelijk antwoord.

Deze week, precies vier weken later, is de toenadering een feit. Volgens de goed ingevoerde bron werd ABN Amro afgelopen dinsdag door de Duitse Dresdnerbank ,,voor het eerst benaderd'' om met haar tegenstrever om de tafel te gaan zitten. Groenink vloog hierop niet zelf naar Milaan, maar stuurde zijn adviseurs van de zakenbanken Lehman Brothers en Rothschild.

breaking views: pagina 11