`Wij kunnen meedoen om de hoofdprijzen'

Bondscoach Harry Brokking (50) wil de volleyballers van het Nederlands team voor de Olympische Spelen uit de competitie halen. ,,Ik krijg signalen die me geruststellen.''

Bij tegenvallende prestaties wordt optimisme doorgaans genegeerd. Bondscoach Harry Brokking mag nóg zo hard roepen, dat het goed komt met het Nederlands mannenvolleybalteam, zijn stem wordt amper gehoord. De gemiste plaatsing voor het wereldkampioenschap van 2006 in Japan zet nu de toon.

Maar Brokking biedt weerstand tegen de somberheid. Hij heeft grootse plannen, zoals het uit de competitie halen van de internationals. Met het oog op de Olympische Spelen van 2008 in Peking wil hij vanaf mei 2007 fulltime met de Nederlandse ploeg werken. ,,Het is geen grootspraak als ik zeg dat dit team in de loop der jaren kan meedoen om de hoofdprijzen.''

Oude tijden lijken te herleven, want het merendeel van de spelers die in 1996 bij de Spelen van Atlanta goud wonnen, is voortgekomen uit het `Bankrasmodel'. Die naam staat voor de volleyballers die eind jaren tachtig onder leiding van Arie Selinger een zelfstandig nationaal team vormden en trainden in de Bankrashal in Amstelveen. Brokking was daar bij betrokken, achtereenvolgens als speler, assistent-trainer en bondscoach.

Brokking wil niet zo ver gaan om de spelers nu al uit de competitie te halen. Afgezien van de haalbaarheid, vindt hij dat ze in het buitenland, waar een zevental internationals speelt, nog zo veel kunnen leren, dat fulltime beschikbaarheid niet opportuun is. In het laatste jaar voor de Spelen wil hij de finishing touch aanbrengen. Bovendien heeft Brokking de spelers momenteel geld noch een goed programma te bieden. Maar daar komt volgens hem verandering in. ,,Want de volleybalbond voert afrondende onderhandelingen met een sponsor, die bereid is geld in zowel het mannen- als vrouwenteamteam te steken. Ik krijg signalen die me geruststellen.''

Hoewel Brokking beseft dat zijn verhaal aan geloofwaardigheid verliest als de resultaten uitblijven, biedt hij weerstand tegen het opkomende doemdenken. Hij vraagt begrip en geduld, omdat de nieuwe lichting internationals volgens hem pas over enkele jaren op prestaties mag worden afgerekend. ,,Neem diagonaalspeler Kay van Dijk: een groot talent. Maar hij heeft afgelopen seizoen bij zijn club Omniworld hooguit op zestig procent van zijn kunnen gespeeld. Dat was dodelijk voor zijn ontwikkeling. Dat bleek afgelopen weekeinde, toen hij bij het WK-kwalificatietoernooi in Bulgarije elke bal wél raak moest slaan. Maar dat zit nog niet in zijn systeem.''

En zo kan Brokking meer voorbeelden noemen. Van middenspeler Wytze Kooistra, die fysiek sterk aanvalt, maar beter moet leren blokkeren. Of Robert Horstink, een type aanvaller dat je volgens Brokking weinig in de wereld ziet. En dan is er nog Yannick van Harskamp, de spelverdeler van Jong Oranje, in wie de bondscoach de toekomstige leider van het Nederlands team ziet. En ook van libero Jelte Maan heeft hij hoge verwachtingen. Als middenspeler Rob Bontje zich blijft verbeteren en routinier Reinder Nummerdor tot een terugkeer bereid is, voorspelt Brokking een rentree van Nederland bij de topacht van de wereld.

Het gaf in zijn ogen dan ook geen pas, dat recordinternational Peter Blangé, coach van landskampioen Nesselande, de uitschakeling voor het WK aangreep om de instelling van de nieuwe lichting spelers te hekelen. De bondscoach: ,,Blangé kan alleen oordelen over de vier selectiespelers van zijn club. In feite uitte hij kritiek op zijn eigen spelers, want de anderen kent hij niet. Blangé heeft deze zomer niet met deze groep gewerkt en ik heb hem niet één keer bij een training gezien. Maar net als veel generatiegenoten refereert Blangé aan de tijd dat hij heel goed was. Maar ze vergeten dat ook zij jong zijn geweest en alles moesten leren. Ik weet nog goed dat ook het grote Nederlandse team menigmaal is afgebrand.''

Het grootste slachtoffer van Brokkings vernieuwingsdrang lijkt Nico Freriks te worden. De spelverdeler, die werd opgeleid door Bert Goedkoop, was vier jaar basisspeler, maar wordt door de nieuwe bondscoach niet goed genoeg bevonden. ,,Omdat hij niet de leider is die ik zoek'', zegt Brokking, zelf een oud-spelverdeler. ,,Ik wil een spelverdeler die het team aan de hand neemt en daar is Nico nog niet aan toe. Hij heeft dat nooit hoeven doen, omdat hij leiders om zich heen had. Nu hij bij Hypo Tirol in Oostenrijk gaat spelen, hoop ik dat hij die stap voorwaarts wel maakt. Zo niet, dan is er geen toekomst voor hem als international. Van Harskamp zie ik als de spelverdeler van de toekomst. Bij het afgelopen WK onder 20 jaar bewees hij de beste van zijn generatie te zijn. Als hij de spelverdeler wordt die ik wens, kan het bijna niet anders of het moet goed komen met het Nederlands team. Let wel, we praten in mijn ogen over een cruciale postitie. Ik durf te stellen dat het niveau van de ploeg is af te meten aan de hand van het niveau van de spelverdeler.''

Vooralsnog is dat een bespiegeling, want de realiteit is dat Brokking met zijn ploeg morgen als underdog afreist naar Belgrado, naast Rome één van de twee steden waar volgende week het Europees kampioenschap begint. De bondscoach mikt op een plaats bij de eerste zes. Dat zou in zijn ogen een sportief succes zijn en bovendien betekenen dat de spelers hun A-status bij NOC*NSF met een jaar kunnen verlengen. Brokking: ,,Het wordt een zwaar toernooi, omdat we met Servië & Montenegro, Spanje, Tsjechië, Frankrijk en Griekenland in een sterke groep zitten. Ik zie het EK vooral als een meetpunt; zo weet je of er progressie is geboekt.''

    • Henk Stouwdam