Voer oorlog tegen alcohol op alle fronten

Alcoholcampagnes veranderen het drinkgedrag onder jongeren niet. De effecten van de campagnes blijven beperkt tot een toename van kennis en tot een versterking van het voornemen om in de toekomst minder te gaan drinken (NRC Handelsblad, 10 augustus). Een mager resultaat, maar gezien de geringe inspanningen die Nederland zich getroost om iets aan het drankgebruik te doen, precies het resultaat dat we mogen verwachten.

Voorlichting kan echter wel degelijk effectiever. Daarvoor moet behoorlijk geïnvesteerd worden in voorlichting, moet de voorlichting nieuwe wegen inslaan en moet deze gecombineerd worden met een aantal maatregelen die het drankgebruik beperken.

Ten eerste de investering. Nederland besteedt per jaar zo'n 1.000.000 euro aan de alcoholcampagne. Dit bedrag is in de loop der jaren minder geworden. Daar staat een enorme investering in de reclame tegenover. Volgens rapporten van de KPMG gaf de drankindustrie in 1999 zo'n 100.000.000 euro uit aan reclame. Deze bedragen zijn sinds 1990 sterk toegenomen. Het is duidelijk dat voorlichting (nog geen 1 procent van het reclamebudget) wel van heel goede huize moet komen om tegen dit reclamegeweld iets in te brengen.

De pers kijkt over het algemeen kritisch naar overheidscampagnes. Het gaat hier immers om besteding van overheidsgeld. Ze vergeet daarbij echter in welk klimaat deze voorlichting moet plaatsvinden: een klimaat waarin we voortdurend bestookt worden met drankreclame en in tv-series alleen de positieve kanten van alcohol zien. Reclame werkt dan ook met name bij jongeren. Het beïnvloedt hun drinkgedrag en het zorgt ervoor dat ze alcohol als een normaal en onschuldig product zien.

Ten tweede kan de voorlichting beter. Persoonlijker met behulp van getrainde leeftijdgenoten en via internet met behulp van bijvoorbeeld games. Op dit gebied zijn inmiddels de eerste stappen gezet.

Ten derde de maatregelen. Drankmisbruik kan op een paar manieren worden tegengegaan. Door voorlichting, maar ook door het beperken van reclame, het terugbrengen van het aantal verkooppunten, het duurder maken van alcohol, het strenger controleren van leeftijdsgrenzen en ervoor zorgen dat problematisch gebruik snel en goed wordt aangepakt.

De enig effectieve manier om alcoholgebruik te matigen is een combinatie van deze strategieën. De combinatie geeft extra synergie en zorgt voor een effect dat groter is dan elke maatregel afzonderlijk.

Hoe effectief een dergelijke aanpak is hebben we in het verleden gezien bij het bestrijden van riskant gokken, onveilig druggebruik en bij de beperking van roken. De gokproblemen zijn in Nederland buitengewoon effectief aangepakt. Er is veel voorlichting gegeven op scholen, maar ook is een leeftijdsgrens ingevoerd en is het aantal plekken waar gegokt kon worden drastisch teruggebracht. In snackbars mochten geen automaten meer staan. Ook werd gesleuteld aan de techniek van de gokkast. De kasten werden minder agressief gemaakt, onder meer door verlenging van de tijd die ligt tussen inzet en uitkomst.

Ook bij de bestrijding van onveilig spuitgedrag door druggebruikers waardoor zij besmet konden raken met hiv, is sprake geweest van een dergelijke aanpak. Er is voorlichting gegeven, maar ook is spuitomruil en condoomverstrekking gerealiseerd. Uit onderzoek bleek dat van geen enkele maatregel afzonderlijk aangetoond kon worden dat hij effectief was, maar duidelijk werd dat alle maatregelen tezamen wel effect hadden. En ook bij roken zie je dat een combinatie van allerlei maatregelen uiteindelijk effectief is.

Bij het matigen van het alcoholgebruik blijft de overheid echter inzetten op één enkele strategie: voorlichting geven en wel vooral voorlichting gericht op jongeren. De investering in deze ene strategie is dan ook nog mondjesmaat.

Dat komt niet in de laatste plaats omdat voorlichting het voordeel heeft dat de boodschap individueel gericht is. Wie de schoen past, trekke hem aan. Maatregelen raken echter de hele bevolking. De goeden moeten lijden onder de kwaden. Ook de mensen die matig drinken hebben last van accijnsverhoging. Ook al is dat, juist omdat ze matig drinken, een zeer klein bedrag. Verder is er een krachtige/succesvolle lobby van de drankindustrie om de aandacht vooral op voorlichting te blijven richten. Zelfs een voorstel voor beperking van de tijdstippen waarin alcoholreclame mag worden uitgezonden is dit jaar nog met succes tegengehouden. De meeste landen in Europa kennen zo'n beperking. In Engeland en in Frankrijk is er geen alcoholreclame op de televisie. Van elk alcoholdebat in Nederland is het resultaat dat alleen de voorlichting overblijft. Elke voorgenomen maatregel wordt met succes getorpedeerd. Bij voorbaat wordt gezegd: het helpt niet, de goede lijden onder de kwaden en verslaafden zullen er niet minder door drinken. Onzin dus. Het gaat bij maatregelen niet om verslaafden, maar juist om beginnende drinkers. In Duitsland kon de staatssecretaris onlangs melden dat het gebruik van mixdrankjes bij minderjarigen sterk was teruggelopen dankzij accijnsverhoging en een maatschappelijk debat over deze drankjes.

Als Nederland ernst wil maken van het matigen van alcoholgebruik moet een pakket maatregelen genomen worden en moet niet langer ingezet worden op één enkele strategie. Vernieuwende voorlichting, beperking van reclame, een reclame-tax (1 procent van elke reclame-uiting naar een anti-alcoholfonds), controle van leeftijdsgrenzen, beperking van verkooppunten, mixdrankjes uit de supermarkten en prijsverhogingen moeten hier deel van uitmaken.

Roel Kerssemakers werkt bij de afdeling preventie van de Jellinekkliniek.

    • Roel Kerssemakers