Van der Laan wil nieuwe instituten

Staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) vindt dat er nationale instituten voor de sectoren erfgoed, vormgeving en nieuwe media moeten komen. Dat schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer.

Voor de sectoren vormgeving en nieuwe media geldt dat respectievelijk de Premsela Stichting en het Virtueel Platform door extra subsidie in staat worden gesteld zich te ontwikkelen tot een centraal instituut. Zij moeten de kunstinstellingen in hun sector `ondersteunen' op het gebied van onder meer promotie, informatie, documentatie, educatie en debat.

De Raad voor Cultuur deed half juni voorstellen over de toekomst van 81 zogeheten `ondersteunende' instellingen in de kunstwereld. In haar brief neemt de staatssecretaris die aanbevelingen grotendeels over. Zij komt zelf met drie nieuwe sectorinstituten en stemt in met de door de raad gewenste instituten voor film, muziek en amateurkunst. Voor de muziekwereld komt Van der Laan met een toevoeging: de vorming van een tweede instituut, dat zich geheel moet wijden aan het muzikaal erfgoed. Het Nederlands Muziek Instituut (NMI) is volgens de Raad het toonaangevende instituut voor muziekerfgoed. Van der Laan ,,overweegt het NMI een subsidieverhoging toe te kennen'', zodat het ,,een samenhangende aanpak'' kan beginnen.

Bij de vorming van het nationale filminstituut valt op dat Van der Laan niet, zoals de Raad wilde, het Filmmuseum daarin laat opgaan. ,,Partners in dit instituut zijn Holland Film, het Nederlands Instituut voor Filmeducatie en de Filmbank'', schrijft zij.

Het oprichten van een sectorinstituut voor erfgoed is een nieuw plan. De Raad drong slechts aan op samenwerking tussen de diverse koepelorganisaties. De samenwerking tussen de erfgoedkoepels was zo slecht dat de raad bij het uitblijven van verbetering het schrappen van de subsidie adviseerde. Blijkens haar reactie acht Van der Laan de tijd van aansporen voorbij: zij voegt de koepels bij musea, archieven, monumentenzorg en archeologie bijeen.

De kunstwereld kent naast theatergroepen, orkesten en musea (instellingen die zich primair met kunstmaken bezighouden) een parallelle wereld van instellingen die bijkomende functies en taken uitvoeren (door Van der Laan `ondersteunend' genoemd). Aangezien Van der Laan moet bezuinigen besloot ze tot het relatief zwaarder belasten van die kring van ondersteunende instellingen. Het laten fuseren van diverse instellingen moet een bezuiniging van vijf miljoen euro opleveren, waarna jaarlijks 34,8 miljoen beschikbaar blijft voor de huidige Cultuurnotaperiode 2005-2008.

Van der Laan beoogt met haar ingrepen ook meer efficiency en het voorkomen dat belangenbehartiging van een sector nog wordt gesubsidieerd. De zes nieuwe nationale instituten moeten in 2007 ,,juridisch en bestuurlijk'' bestaan en vanaf 2009 gaan functioneren.

Enkele instellingen worden gekort in afwachting van weer nieuwe evaluaties. De Boekmanstichting levert 10 procent in van hun 967.000 euro subsidie. Dat deel moeten ze straks zelf gaan verdienen, vindt Van der Laan. De filmdistribiteurs Cinemien en Contact krijgen nog 75 duizend euro, elk circa 17 duizend minder.