Tango tussen marmer en kroonluchters

De Argentijnen mijmeren over het glorieuze verleden in `s lands oudste sociëteit. Onze correspondenten gaan deze zomer op de nostalgische toer.

De straat Sarmiento is een nauwe verkeersader vol walmende auto's en brullende bussen. Maar op nummer 1334, binnen het in het hart van Buenos Aires gelegen pand van de Club del Progreso, wenkt het tijdperk van koetsen. Dit is een wereld van kroonluchters, marmeren trappen, parketvloeren, een bibliotheek en een prachtige eetzaal met witte tafelkleedjes. Het ruikt er zelfs naar voorheen.

In de ene zaal wordt gedebatteerd en in een andere dansen leden de tango. Overal in de sociëteit hangen schilderijen van voorname, besnorde leden. Op de eerste etage valt een koperen gedenkplaat op met de namen van zeventien leden die het later brachten tot president van Argentinië.

In de bar op de begane grond wordt de actualiteit doorgenomen. Het gaat over de onderscheiding die voetballer Diego Maradona recent in de Argentijnse senaat kreeg uitgereikt. Een eerbetoon vernoemd naar de voormalige president Domingo Sarmiento (1868-1874). Een idiote geste, zo is het algemene gevoel. Sarmiento gold immers als een uitstekende staatsman die zich inzette voor de verbetering van het onderwijs en honderd openbare bibliotheken liet bouwen. Dat ze zo'n politiek leider en Progresolid `verbinden' met een sporter die de laatste tijd voornamelijk opzien baarde door cocaïnegebruik en het opscheppen over zijn in 1986 gemaakte handsgoal tegen de Engelsen is een typisch voorbeeld van falend historisch besef en illustreert het morele verval in Argentinië, concluderen de aanwezigen.

Nostalgie is een Argentijnse uitvinding. In geen land ter wereld vertellen de bewoners zo watertandend over hoe hemeltjegoed het er vroeger was. ,,Honderd jaar geleden ging de gegoede burgerij overwinteren in Europa. Op de boot namen ze koeien mee zodat ze iedere dag verse melk konden drinken'', zegt historica en clublid Lucía Gálvez.

De jurist, ondernemer en naar het zich laat aanzien vanaf volgende maand de nieuwe president van de Club del Progreso, Carlos Regúnaga, vertelt een andere anekdote. ,,Eind negentiende eeuw verdiende een Argentijn zo'n 10 procent van wat een Amerikaan opstreek. In dertig jaar tijd voltrok zich een economisch mirakel waardoor dat percentage steeg naar 90'', zegt Regúnaga en begint te lachen. ,,Nu zitten we weer op 10 procent''.

Honderd jaar geleden behoorde Argentinië tot de tien rijkste landen ter wereld. ,,Dat het zich van een achterlijke uithoek van het Spaanse rijk in recordtijd ontwikkelde tot een voornaam land, kwam mede door Club del Progreso'', zegt Regúnaga. De oudste sociëteit van het land werd opgericht in 1852, toen in het land wrede gevechten woedden. Buenos Aires streed tegen de rest van de natie.

,,Door de oprichting van de club ontstond een plek waar politieke rivalen akkoorden konden sluiten'', vertelt Regúnaga. In Progreso werd gekaart, biljart gespeeld en iedere maand was er een gerenommeerd bal. Maar tussen al het jolijt werden ook zaken gedaan. Gálvez vertelt over het lemma van de club: ideeën en hun vertolkers samenbrengen om het land morele en materiële vooruitgang te bezorgen. In Progreso ontmoette je de mensen die ertoe deden. Hier werd de uiteindelijke Argentijnse constitutie bekokstoofd, de oprichting van de beurs georganiseerd en regelde men de aanleg van spoorlijnen.

De geschiedenis van de club vertoont opvallende parallellen met die van het niet veel oudere land. Toen in de jaren `30 van de vorige eeuw door haperende vleesexporten de economie instortte, had ook de sociëteit het moeilijk. Er werd nog een tijd lang druk doorgefeest, hoewel lang niet ieder lid zijn contributie betaalde. Het ledenaantal dat op het hoogtepunt 2.000 bedroeg slonk snel.

,,Het faillissement dreigde. Een deel van de inboedel werd verpatst. Zelfs een door zijn kleindochter geschilderd portret van president Sarmiento werd verkocht om schulden af te betalen'', zegt Gálvez.

Het mocht allemaal niet baten. De sociëteit veranderde van een voornaam intellectueel trefpunt in een ordinair gokhol. En militairen regeerden het land. ,,Waarden en normen die iedereen respecteerden verdwenen. Een vrouw werd nooit geslagen, maar wie kon vermoeden dat door de laatste junta zelfs zwangere vrouwen werden gemarteld?'', zegt Gálvez.

Met gelijkgestemde, voormalige studiegenoten die in de jaren `60 lid waren van debatclub Agora werd een reddingsactie ondernomen. In het land waar alleen nog maar de grootste ruziezoekers en straatvechters een politiek ambt wisten te veroveren, moest opnieuw een plek komen voor beschaafd debat. De Agora-leden werden massaal lid van de `gokclub'. Volgens de statuten mogen pas bestuursfuncties worden uitgeoefend na zes jaar lidmaatschap, maar toen het zover was werd de macht resoluut overgenomen.

Inmiddels wordt er op woensdagen weer gedebatteerd tijdens een lunch met een belangrijke gastspreker. En drie jaar geleden, terwijl Argentinië de grootste economische crisis uit haar bestaan doormaakte en vijf presidenten in twee weken telde, vierde de club het 150-jarig bestaan.

De sociëteit telt zo'n 300 leden. De meesten zijn de leeftijd van zestig gepasseerd. Regúnaga heeft zich voorgenomen tijdens zijn bewind in samenwerking met een stichting die jonge Argentijnse leiders opleidt voor jongere aanwas te zorgen. ,,Want de vergrijzing, dat is onze achilleshiel''.

Eerdere delen zijn na te lezen op www.nrc.nl/nostalgie