Parlement Iran schrapt vier ministers

Het Iraanse parlement heeft gisteren vier van de 21 kandidaatministers geschrapt die de nieuwe president Mahmoud Ahmadinejad had voorgesteld.

Onder hen was Ahmadinejads kandidaat voor het ministerie van Oliezaken, die volgens het parlement veel te weinig ervaring voor deze zware post had. Ook de kandidaten voor Hoger Onderwijs, Coöperatieven en Sociaal Welzijn vonden om deze reden geen genade bij het parlement. De president heeft nu drie maanden om nieuwe kandidaten voor te stellen.

Conservatieven hebben sinds de verkiezing van Ahmadinejad in juni alle machtsbolwerken in Iran in handen. Maar het parlement gaf gisteren met zijn actie te kennen dat het niet van plan is zich bij voorbaat neer te leggen bij alle maatregelen van de president, ook al is hij in principe een geestverwant. Parlementsvoorzitter Gholamali Haddadadel sprak van ,,een teken van onafhankelijkheid van de organen van het regime''.

Zeventien van de kandidaten, een gemengd gezelschap van ultraconservatieven en technocraten, kregen het groene licht. De belangrijke ministeries van Binnenlandse Zaken, Inlichtingendiensten en Islamitische Leiding (cultuur) komen bijvoorbeeld in handen van bekende haviken – op wie overigens ook kritiek werd geuit door conservatieve parlementsleden. Op Buitenlandse Zaken komt een ervaren vroegere diplomaat, Manouchehr Mottaki.

Ahmadinejad had tegenover het parlement zijn kabinet omschreven als ,,superieur aan alle voorgaande door zijn competenties [..] een nieuwe generatie vrome en revolutionaire leiders'' en ,,een gecoördineerde ploeg'' die ,,de traditionele kring van oude managers'' moest doorbreken en, zoals beloofd in zijn verkiezingscampagne, een eind maken aan de grootscheepse corruptie. Maar het parlement was niet onder de indruk.

,,Het parlement had verwacht dat belangrijkere en betere kandidaten op deze posten zouden worden benoemd'', zei parlementsvoorzitter Haddadadel over de vier gewraakte kandidaten, van wie drie deel uitmaakten van Ahmadinejads kabinet toen hij burgemeester van Teheran was. Met name vielen de parlementsleden heen over Ahmadinejads kandidaat voor het ministerie van Olie, Ali Saeedlou, zijn toenmalige financiële man. Saeedlou moest volgens de president corrupte ,,mafia's'' binnen het ministerie uitwieden en ,,de olierijkdom van het land op de tafels van de mensen leggen''. Maar, zo merkte parlementslid Ali Askari op, ,,met olie speel je niet''. ,,Het land heeft veel schade opgelopen door gebrek aan ervaring'', zei hij. Het oliegeld vormt het leeuwendeel van de Iraanse exportinkomsten. Iran is de op drie na grootste olie-exporteur in de wereld.