Moslimextremisten niet de mond snoeren

De plannen van kabinet-Balkenende om moslim- en rechtsextremisme te bestrijden, getuigen van een selectief misbruik van het huidige politieke klimaat om een deel van de eigen politieke agenda te verwezenlijken, vooral met het oog op komende verkiezingen. In laatste instantie bedreigen deze plannen ook de vrijheid van meningsuiting en mengen ze zich in kwesties die slechts de desbetreffende gelovigen zelf aangaan, waardoor ze raken aan het seculiere karakter van de samenleving. In tegenstelling tot wat de plannen suggereren, maakt moslimsextremisme deel uit van de strijd binnen de islam: er bestaat immers een glijdende schaal van religieus liberalisme naar radicalisme, net als in de politiek. Dat radicalen wel of niet daadwerkelijk politiek geweld gebruiken, is een – belangrijk – juridisch verschil, maar geen ideologisch: het gedachtegoed blijft hetzelfde.

Dertig jaar geleden behoorde ik tot een beweging die geweld in bepaalde vormen niet afwees. De meesten van ons zijn zelf echter nooit verder gegaan dan het bezetten van een universiteitsgebouw. Je had angst voor daadwerkelijk geweld. Je wilde later een aardige baan hebben. Maar wij huldigden wel opinies die strijdig waren met de democratische rechtsstaat. Terecht werden wij daarvoor niet vervolgd, al was destijds de BVD rond onbenullige CPN'ers als ik kennelijk een stuk actiever dan de AIVD in onze dagen rond verongelijkte radicale moslims. De overheid dient alleen op te treden als de openbare orde wordt bedreigd of bij een zeer gereed vermoeden daarvan en houdt zich derhalve niet met politieke of religieuze (bij veel moslims hetzelfde) geschillen bezig. Steunt dus niet `liberale moslims', laat staan dat ze `gematigde opleidingen' stimuleert. Of, zoals de Britse regering, samenwerkt met `liberalen' die ooit Salman Rushdie dood wilden hebben.

Dat ook hier de markt regere. Als de meeste Nederlandse moslims traditioneel, orthodox of fundamentalistisch zijn, dient de overheid zich daarbij neer te leggen. Deze traditionele, orthodoxe of fundamentalistische gelovigen hebben evenveel recht op vrije meningsuiting als de liberale.

Het enige wat de overheid kan doen, is dat recht beschermen, alsmede degenen die daarvan gebruikmaken, en voorzieningen scheppen die individuele gelovigen voor hun ontwikkeling kunnen aanwenden. Onderwijs. Forums voor debat. Want uiteraard kan iemand die bezwaren heeft tegen bepaalde radicale opvattingen, de aanhangers daarvan aanvallen.

De aanval is niet populair in Nederland als het om religie gaat. Benedictus XVI stelt in zijn Nieuwe Catechismus masturbatie en homoseksualiteit gelijk aan verkrachting en prostitutie, maar niemand noemt hem een weerzinwekkende oude baas die in maatschappelijk opzicht zeer schadelijke praatjes debiteert. Liever prijst men de verzoenende houding van toenmalig kardinaal Ratzinger en nu paus jegens moslims en joden. Terwijl de huidige strategische allianties tussen leiders van verschillende religies vooral dit doel hebben: het proces van secularisatie tegenhouden en liefst keren. Inclusief homohuwelijk, abortus, euthanasie en stamcelonderzoek.

Juist daarom blijft een stevig debat met gelovigen noodzakelijk en daarbij dienen vanzelfsprekend orthodoxe protestanten en joden evenmin gespaard als hun islamitische en katholieke concurrenten op de religiemarkt. In relatie hiermee verdient het overigens aanbeveling te bedenken dat rechts-extremisme niet alleen rechts-extremisme is als er `NSDA' of een hakenkruis op staat. Een gewoon kruis, een halve maan of een davidsster blijkt ook te volstaan.

Eén ding moet de overheid wel eisen van de moslimgemeenschap – wat die ook moge zijn – namelijk een volledige medewerking bij het opsporen van elementen in haar midden die de openbare orde bedreigen. Daar is zo te zien zowel in ons land als in Engeland en elders nog veel te winnen.

August Hans den Boef is verbonden aan het Instituut voor Media en Informatie Management.

    • August Hans den Boef