Leedvermaak om Amerika is ongepast

De Verenigde Staten wankelen, zoals het Britse Rijk na de Boerenoorlog. Het is tijd voor kritische saamhorigheid met de vermoeide reus van onze tijd om de orde in de wereld te bewaren, meent Timothy Garton Ash.

Als u wilt weten hoe Londen in 1905 was, ga dan in 2005 naar Washington. De zwaarwichtigheid en formidabele eigendunk van een wereldrijk. Dat gevoel het middelpunt van de wereld te zijn en beslist te moeten weten wat overal op de wereld gebeurt, omdat misschien wel een beroep op je wordt gedaan – en je in elk geval jezelf geroepen voelt – om dan tussenbeide te komen. Supermacht. Heer en meester. Maar toch, knagend onder de oppervlakte, de zeurende angst dat je wereldheerschappij niet half zo zeker is als je wel zou willen. Zoals de Britse minister van Koloniën Joseph Chamberlain het in 1902 verwoordde: ,,De vermoeide reus wankelt onder de te zware last van zijn lot.''

Nu zijn de Verenigde Staten die vermoeide reus. In het Britse geval was de angst het gevolg van de onverwacht langdurige, bloedige en kostbare Boerenoorlog, waarin een kleine groep buitenlandse opstandelingen het opnam tegen het machtigste leger dat de wereld ooit had gezien; bezorgdheid over de groeiende economische macht van Duitsland en de VS; en een combinatie van te veel hooi op de vork als wereldmacht en sociaal-economische problemen in eigen land. In het Amerikaanse geval is het een gevolg van de onverwacht langdurige, bloedige en kostbare oorlog in Irak, waarin een kleine groep buitenlandse opstandelingen het opneemt tegen het machtigste leger dat de wereld ooit heeft gezien; bezorgdheid over de groeiende economische macht van China en India; en een combinatie van te veel hooi op de vork als wereldmacht en sociaal-economische problemen in eigen land.

Irak is de Amerikaanse Boerenoorlog. Vergeet niet dat de Britten in de zomer van 1900 de strijd al ten einde hadden verklaard, maar dat de Boeren daarna een guerrillaoorlog begonnen waaraan de Britse troepen nog eens twee jaar de handen vol hadden. De Britten wonnen alleen dankzij een meedogenloosheid waartoe de democratische, scrupuleuze en in wezen nog altijd anti-kolonialistische Verenigde Staten gelukkig niet in staat lijken. Uiteindelijk hadden de Britten daar 450.000 man Britse en koloniale troepen (vergelijk dat met de circa 150.000 Amerikaanse militairen in Irak) en dreven ze ruwweg een kwart van de Boerenbevolking in concentratiekampen, waar velen van hen omkwamen.

In een recente opiniepeiling van CNN/Gallup zei 54 procent van de ondervraagden dat het fout was geweest om Amerikaanse troepen naar Irak te sturen, terwijl 57 procent vond dat de Verenigde Staten door de oorlog in Irak minder veilig voor het terrorisme zijn geworden. Het protestkamp bij de ranch van president Bush in Crawford, dat is ontstaan rondom de moeder van een soldaat die is gesneuveld in Irak, illustreert de pijn. Afgelopen zondag was op CNN een documentaire te zien waarin hoge functionarissen tot in detail uitlegden hoe de informatie over Saddams massavernietigingswapens was verdraaid, misbruikt, aangedikt, en om met de titel van het programma te spreken: Dead Wrong – totaal onjuist – was. Dit is niet bepaald nieuw voor Britse of Europese lezers, maar in de VS zijn de feiten nog niet zo ruim belicht. In een andere peiling daalde het aantal mensen dat de president als `eerlijk' beschouwt voor het eerst onder de 50 procent. Deze week heeft hij opnieuw geprobeerd steun voor zijn regering en zijn oorlog te zoeken. Het lijkt niet te werken.

Een recent artikel in de New York Times schatte de kosten van de oorlog in Irak op lange termijn op een aannemelijk bedrag van meer dan 1.000 miljard dollar. Als de Iraakse politici vandaag eindelijk instemmen met een ontwerp-grondwet voor hun land, zal alleen de grootste optimist ter wereld kunnen geloven dat Irak daardoor zal veranderen in een vreedzame, stabiele, democratische federale republiek. In toenemende mate maakt de islamitische republiek Iran de dienst uit in het sji'ïtische zuiden van Irak. Zoals de grap in Washington luidt: de oorlog is afgelopen en de Iraniërs hebben gewonnen.

Intussen drijven olieprijzen van meer dan 60 dollar per vat de benzineprijs aan de Amerikaanse pomp op tot bijna 3 dollar per gallon – zo'n 65 eurocent per liter – voor gewone loodvrije benzine. Voor iemand uit Europa is dat nog altijd ongelooflijk goedkoop, maar hier wordt moord en brand geschreeuwd ,,De benzineprijs heeft mijn leven veranderd'', jammerde een gekwelde Californische forens. Als de energieprijzen zo hoog blijven, bedreigen ze niet alleen een nog altijd krachtige economie maar ook een hele levensstijl, gesymboliseerd door de Hummer, zowel in zijn burger- als in zijn legerversie. Naast de onrust in het Midden-Oosten is de voornaamste kracht die de olieprijzen opdrijft de gestage groei van de vraag naar energie van de nieuwe economische reuzen in Azië. De Chinezen reizen stilletjes de wereld rond en ondertekenen grote oliecontracten met elk olieproducerend land dat ze kunnen vinden, hoe smerig ook zijn politiek, met inbegrip van Soedan en Iran. Toen een Chinees concern een groot energiebedrijf in Californië probeerde te kopen, was de maat vol. Amerikaanse politici zetten een keel op en wisten de overname tegen te houden.

China en India zijn op het ogenblik voor de Verenigde Staten wat Duitsland en de Verenigde Staten honderd jaar geleden voor Groot-Brittannië waren. China is inmiddels 's werelds op één na grootste energieverbruiker, na de Verenigde Staten. Het heeft ook 's werelds op één na grootste vreemde-valutareserve, na Japan en gevolgd door Taiwan, Zuid-Korea en India. Op de ranglijst van valutareserves komen de VS pas op de negende plaats, na Singapore en vlak voor Maleisië. Volgens sommige economen hebben de VS per saldo een netto besparingscijfer – gelet op alle uitgaven en schulden van de overheid – van nul komma nul. Dit land spaart niet; het geeft uit. De televisiezenders vuren nog altijd een krankzinnig salvo van eindeloze reclamespots af, met de boodschap om te kopen, kopen, kopen – en dan je opgebouwde schulden te `bundelen' in één gemakkelijk pakketje.

Ik wil met dit alles niet beweren dat de Verenigde Staten op instorten staan. Verre van dat. Het Britse Rijk bestond tenslotte ook nog 40 jaar na 1905. Het beleefde zelfs zijn grootste groei na 1918, totdat het zijn eigen doodvonnis tekende door zijn bloed en rijkdommen te geven om Adolf Hitler te verslaan. (Niet de slechtste manier om ten onder te gaan.) Zo is ook te voorzien dat het informele rijk van de Verenigde Staten, hun net van legerbases en semi-protectoraten, nog zal blijven groeien. De Verenigde Staten hebben evenals het Groot-Brittannië uit de tijd van koning Edward nog altijd een formidabel arsenaal aan economische, technische en militaire macht, culturele aantrekkingskracht, en – niet in de laatste plaats – de wil om aan de top te blijven. Zoals een Britse meezinger indertijd verkondigde:

And we mean to be the top dog still. Bow-wow.

Yes, we mean to be the top dog still.

Je hoeft niet zover te zoeken om dat refrein op dit moment in Washington te horen. De nationale-veiligheidsstrategie van de regering-Bush maakt geen geheim van het doel de militaire suprematie te handhaven. Maar of de `Amerikaanse eeuw', die in 1945 begon, zal duren tot 2045, 2035, of maar tot 2025, van het eind is al een glimp aan de horizon te zien.

Als u toevallig een overtuiging bent toegedaan waarbij dit instinctief een reden om te juichen is, sta dan eerst nog even bij twee dingen stil: ten eerste zijn grote machtsverschuivingen tussen komende en gaande grote mogendheden meestal gepaard gegaan met grote oorlogen, en ten tweede zou de volgende top dog wel eens een stuk erger kunnen zijn.

Dit is dus geen moment voor leedvermaak. Het is een ogenblik voor kritische saamhorigheid. In Washington probeert een aantal mensen met visie een Amerikaanse langetermijnstrategie te ontwikkelen die ook als de Amerikaanse oppermacht is verbleekt een internationale orde in stand zal houden waarin de belangen van liberale democratieën zijn veiliggesteld; en om opkomende mogendheden als India en China aan te sporen zo'n orde te onderschrijven. Dat is precies wat de vermoeide reus van onze tijd behoort te doen, en wij behoren hem daarbij te helpen.

Timothy Garton Ash is schrijver.

    • Timothy Garton Ash