Kritiek op hardere Britse aanpak moslimradicalen

Nieuwe Britse richtlijnen moeten buitenlandse radicalen op afstand houden na de aanslagen in juli. Er is veel kritiek op. Bij de Verenigde Naties maar ook in eigen land.

De Britse regering heeft haast. Ze hoopt moslims én niet-moslims er snel van te doordringen dat het haar na de zelfmoordaanslagen van juli menens is met een hardere aanpak van islamitische radicalen.

In dat licht maakte minister van Binnenlandse Zaken Charles Clarke gisteren nieuwe richtlijnen bekend, die het makkelijker maken buitenlandse radicalen uit te zetten of buiten de deur te houden. Nieuwe wetgeving komt er niet, het gaat slechts om een bredere uitleg van bestaande bevoegdheden. Clarke kondigde aan dat de eerste radicalen de gevolgen van zijn nieuwe richtlijnen binnen enkele dagen kunnen voelen. Dan zal blijken of de nieuwe maatregelen in de praktijk verschil maken.

Een van de meest genoemde kandidaten voor uitzetting is de Saoedische dissident Mohammed al-Massari, die een website heeft waarop videoclips zijn te zien met zelfmoordacties van islamitische radicalen in Irak. Ook runt hij vanuit Londen een radiostation dat uitzendt in Irak en Saoedi-Arabië. Hierop zijn oproepen uitgezonden om Britse militairen in de regio aan te vallen.

Het probleem voor de Britse autoriteiten is dat al-Massari zich tot de rechter kan wenden en erop kan wijzen dat hij niet mag worden uitgewezen naar Saoedi-Arabië omdat hij daar het risico loopt te worden gemarteld. Dat is in strijd met het Europees verdrag voor de mensenrechten, dat in artikel 3 garandeert dat niemand mag worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. In het verleden was dat voor Britse rechters een reden om voorgenomen uitwijzingen tegen te houden.

Om hier onderuit te komen zijn de Britten in navolging van de Fransen begonnen met het afsluiten van aparte verdragen met een aantal landen in het Midden-Oosten. Daarin garanderen deze landen met hun dubieuze staat van dienst dat ze de mensenrechten van teruggezonden burgers zullen respecteren. Maar volgens burgerrechtenorganisaties zijn dat slechts vodjes papier en het is de vraag in hoeverre Britse rechters daarvoor gevoelig zijn. De beroepsprocedure van mensen als al-Massari kan volgens Britse mediarichten makkelijk twee jaar duren.

Dat is allemaal tegen het zere been van Clarke en premier Blair, die de afgelopen weken hebben verklaard dat de spelregels door de bomaanslagen zullen veranderen met meer nadruk op veiligheid en minder op vrijheden. Of zoals Clarke het gisteren verwoordde: ,,De mensenrechten van de mensen die werden opgeblazen in de ondergrondse op 7 juli zijn eerlijk gezegd belangrijker dan de mensenrechten van de mensen die deze daden hebben gepleegd.''

Blair zinspeelde er begin augustus al op dat nieuwe wetgeving in het kader van de terrorismebestrijding wellicht wijzigingen zou vergen in de wettelijke bepalingen omtrent de mensenrechten. Maar Groot-Brittannië kan niet in zijn eentje het Europese verdag voor de mensenrechten aanpassen. Wel zou het zich daaruit kunnen terugtrekken. Maar het betreft een van de fundamenten van de Europese Unie en daarmee zou in één klap de Britse deelname aan de EU op losse schroeven kunnen komen te staan.

Pikant was dat gisteren David Cameron, die vermoedelijk dit najaar een gooi doet naar het leiderschap van de Conservatieve Partij, eveneens opperde een opzeggen van het Europese verdrag in overweging te nemen nemen.

De nieuwe Britse maatregelen kregen intussen de volle laag van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties inzake martelingen, Manfred Novak. Deze heeft al verklaard dat hij een onderhoud wil met Clarke om diens plannen te bespreken. Hij waarschuwde er in The Guardian voor dat de Westerse democratieën in hun strijd tegen het terrorisme niet over de grenzen van het internationaal recht heen moeten stappen. Hij zei te overwegen Groot-Brittannië komende herfst op zijn zwarte lijst te plaatsen.

Ook in eigen land is er veel kritiek op Clarke's voorstellen. Zo merken juristen op dat zijn nieuwe criteria vaag zijn. Anderen stellen dat Clarke gemakshalve is begonnen met het aanpakken van de kwetsbaarste groep: de buitenlanders. Weer anderen zeggen dat het beter zou zijn buitenlanders die in Groot-Brittannië de regels overtreden daar dan ook te berechten in plaats van hen uit te zetten.

Een praktisch punt van kritiek is ook dat de nieuwe maatregelen vooral zijn gericht op radicale imams, die openlijk in moskeeën preken of websites hebben. De ervaring leert echter dat de daders van de zelfmoordaanslagen moslimjongeren met Britse paspoorten waren, die hun radicale ideeën niet in openbare moskeeën maar in besloten achterkamertjes opdeden. Voor die groep maken Clarke's nieuwe voorstellen op het eerste gezicht weinig verschil.

Ten slotte mengde zich ook de altijd rebelse Londense burgemeester Livingstone in het debat met wat hij aanduidde als de `Mandela-test'. Als de criteria van de regering destijds op de strijders van het ANC waren toegepast, zouden die nu Groot-Brittannië niet in hebben gemogen. Dat betekende dat er toch iets mee mis was, suggereerde hij. Zijn partijgenoot Clarke was er niet door van zijn stuk gebracht. Mandela en Livingstone waren toch even goed tegen zulke zelfmoordaanslagen als in Londen. Daarom voldeden zijn voorstellen volgens hem aan wel degelijk aan ,,Kens test'', vond hij.

    • Floris van Straaten