Kabinet en consument

Het kabinet lijkt er zo'n beetje uit met de miljoenennota 2006, die over een kleine maand zal worden gepresenteerd. De boodschap: niemand, of vrijwel niemand, zal er volgend jaar in koopkracht op achteruitgaan en voor een grote groep ligt er zelfs een verbetering in het verschiet. Naast de één miljard euro die al was gemoeid met het wegvallen van het gebruikersdeel van de onroerendzaakbelasting, wordt nu nog eens 1,5 miljard euro aangewend om de koopkracht te repareren. Dat was nodig, want uit de aanvankelijke prognoses voor 2006 van het Centraal Planbureau die eerder deze maand uitlekten, bleek dat ondanks een verwacht herstel van de economische groei tot 2,25 procent een verdere verslechtering van de koopkracht dreigde.

Het pakket maatregelen maakt een evenwichtige indruk. Voorzover bekend zal het begrotingstekort volgend jaar uitkomen op rond 1,8 procent – iets meer dan de aanvankelijk voorspelde 1,6 procent. Dat is knap bij een economie die tegen die tijd ruim vier jaar van bittere stagnatie achter de rug heeft.

Toch zijn er de nodige aanmerkingen te maken op de begrotingsplannen. Allereerst is daar het onderliggende macro-economische scenario. Gezien de wilde capriolen van de economische ontwikkeling in de eerste twee kwartalen van dit jaar – een schokkende krimp, gevolgd door een verbijsterend herstel – en de neerslachtige stemming van de consument is de prognose van 2,25 procent economische groei voor 2006 aan de optimistische kant. Daarnaast zijn er hoogst onzekere economische en vooral budgettaire gevolgen van de prijs voor ruwe olie, die inmiddels is gestegen tot een recordhoogte van bijna 66 dollar per vat. Dure olie drukt de groei en holt de koopkracht uit, maar zorgt tegelijkertijd voor zeer forse meevallers bij de overheidsfinanciën. Dat maakt benieuwd naar de olieprijs die straks in de miljoenennota als richtlijn wordt gehanteerd.

Tweede kanttekening betreft de koopkracht zelf. Die is notoir lastig te calculeren, en dat wordt enkel maar erger als er naar `plaatjes' wordt gekeken voor afzonderlijke groepen in de samenleving. Beleidsmakers kunnen moeilijk zonder, maar het is gevaarlijk zulke schijnzekerheden als vaststaand feit te presenteren. Dat geldt zeker voor de persoonlijke financiële gevolgen van de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari. Los van een oordeel over de stelselwijziging zelf, is de timing daarvan bij nader inzien ongelukkig. Zeker in combinatie met de voor velen allang niet meer te volgen gedeeltelijke privatisering van de WAO.

De mens vreest wat hij niet kent, en dat geldt voor de burger in zowel zijn hoedanigheid van kiezer als van consument. De nieuwe maatregelen voor de koopkrachtreparatie zijn macro-economisch zeer bescheiden. Het moet erom gaan de burger weer aan te zetten tot besteding van het geld dat uit onzekerheid is opgepot. Dinsdag bleek dat het consumentenvertrouwen op alle fronten wederom is ingezakt, inclusief de verwachting voor de economie en de persoonlijke financiële situatie. De burger is inmiddels het overzicht kwijt na de grootscheepse veranderingen die er al zijn geweest en nog gaan komen. Geef hem eens ongelijk. Het is de psychologie, eerder dan de koopkrachtplaatjes, waar het kabinet zich straks bij de presentatie van de miljoenennota op zal moeten concentreren.