Innovatie in bloemen en voeding

Wat betreft innovatie is de sector `bloemen en voeding' voor Nederland een van de belangrijkste. Dat schreef het Innovatieplatform vorig jaar. De voedingssector kent een aantal grote bedrijven, zoals multinationals Unilever en Heineken, zuivelreuzen Campina en Friesland Coberco en Europa's op een na grootste vleesbedrijf Vion. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zetten de fabrikanten van voedings- en genotmiddelen in 2002 in totaal 42 miljard euro om.

Daarnaast is er de sierteeltsector. Vorig jaar teelde die voor 5 miljard euro aan bloemen. De vijf belangrijkste zijn roos, chrysant, tulp, narcis en fresia. Nederland neemt op het gebied van de sierteelt een centrale positie in. Ons land produceert niet alleen veel bloemen, het voert ze ook door. Van alle bloemen die binnen Europa worden verhandeld, komt 90 procent uit Nederland. Eenzelfde percentage geldt voor alle bloemen die Europa uitvoert naar de rest van de wereld. De twee grote veilingen, in Aalsmeer en Naaldwijk, spelen hierin een sleutelrol.

Volgens het Innovatieplatform springen er binnen de sector `bloemen en voeding' een aantal gebieden uit: de zaadveredeling, de sierteelt en de voedingsindustrie. Een vorige week gepubliceerd rapport van het EIM, een onderzoeksbureau voor het bedrijfsleven, komt echter tot een andere conclusie. Het richtte zich bij dat onderzoek op het midden- en kleinbedrijf, en maakte onderscheid tussen 58 MKB-sectoren. De genotmiddelenindustrie kwam op de vierde plaats, de voedingsmiddelenindustrie pas op de achttiende. De zaadveredeling en de sierteelt kwamen niet in de lijst voor. Hoe komt dat? Het is maar waar je naar kijkt. Het Innovatieplatform heeft in zijn oordeel bijvoorbeeld ook de exportmogelijkheden van een gebied meegewogen. Daarnaast is het belang van de diverse gebied ingeschat op basis van de plannen die clusters van bedrijven en kennisinstellingen hebben ingediend. De lijst van het EIM is heel anders tot stand gekomen.

Nederland is sterk in zaadveredeling. De veredelaars, waarvan er veel inmiddels in buitenlandse handen zijn, richten zich op gewassen als tomaat, suikerbiet, aardappel, sla en wortel. Ook de veredeling van bloemen heeft de laatste jaren een belangrijkere positie ingenomen. Bij veredeling draait alles om het combineren van gewenste erfelijke eigenschappen, en dat zo snel mogelijk. Genetische manipulatie is daarvan een voorbeeld. Het bespaart de veredelaar vaak jaren werk. Maar in Europa bestaat veel weerstand tegen deze technologie.

Binnen de sierteeltsector richten de innovaties zich onder meer op automatisering van het productieproces – robots die rozen snijden bijvoorbeeld. Een belangrijke motor voor innovaties is het convenant Glastuinbouw en Milieu dat in 1997 is opgesteld door de overheid en de glastuinbouwsector. Hierin is vastgelegd dat het verbruik van energie, bestrijdingsmiddelen en meststoffen tot 2010 fors teruggebracht moet zijn. De sector werkt onder meer aan de `gesloten kas' waarin de ramen altijd gesloten blijven zodat er geen ongewenste insecten meer binnenkomen. De besparing op bestrijdingsmiddelen kan oplopen tot 80 procent. Ook wordt gewerkt aan een kas die geen energie meer vreet, maar juist produceert, bijvoorbeeld door 's zomers warmte op te slaan. Over vijftien jaar moeten kassen naast bloemen en groente ook energie verkopen.

Om de innovatie in de voedingssector te stimuleren is acht jaar geleden een Technologisch Topinstituut Voeding opgericht. Daarin werken bedrijven en universiteiten samen. Het zwaartepunt van het instituut ligt in Wageningen, waar de universiteit staat, en waar onderzoekslaboratoria liggen van bedrijven als het Zwitserse Nestlé, zuivelbedrijf Campina en babyvoedingproducent Numico. Vorig jaar stopten overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen 22 miljoen euro in het instituut. Dat bedrag wordt volgend jaar verdubbeld.