Hefboom

Soms is het leven niet eens zo ingewikkeld. Dan blijkt dat jarenlang voortetterende problemen zijn op te lossen door er gewoon iets aan te doen. Iedereen verbaasd: waarom hebben we (of ze) dat niet eerder gedaan?

Zo moet men zich bij het Amsterdamse gemeentebestuur voelen nu eindelijk het taxiprobleem bij het Centraal Station lijkt opgelost. Chaos was er lange tijd troef. Verbijsterde toeristen waren de speelbal in een concurrentiestrijd tussen (meestal Marokkaanse) taxichauffeurs die zich agressief aan hen opdrongen. De klant werd aan zijn jasje meegetrokken naar een veel verder geparkeerde taxi – een iets te letterlijke toepassing van het begrip `klantenbinding'. Voor het station ontstond een permanente opstopping van tientallen toegesnelde toeterende taxi's (proef de alliteratie waar ik zo mijn best op heb gedaan).

Maar opeens was het voorbij, afgezien van een in de kiem gesmoorde chauffeursrebellie tijdens Sail. De oplossing hadden we allemaal kunnen bedenken, maar je moet er maar op (durven) komen.

Er worden nu nog slechts vijftien taxi's op het Stationsplein toegelaten. Voor elke taxi die met een klant wegrijdt, mag er een andere in de plaats komen.

De andere taxichauffeurs zien de doorgang versperd door een hefboom die bewaakt wordt door enkele verkeersregelaars en (soms) agenten. Met deze chauffeurs voel ik voor het eerst medelijden, dat wel. Hun situatie is weinig benijdenswaardig. Zij mogen geen pas op de plaats maken en wachten. Daarvoor is geen ruimte. Zij moeten blokjes omrijden langs die hefboom in de hoop dat er juist op het moment dat zij er arriveren een collega wegrijdt. Wie een pechvolle dag heeft, is steeds te vroeg of te laat bij de hefboom.

Ziehier de contouren van een tragikomische speelfilm over een Amsterdamse taxichauffeur.

Sommige chauffeurs worden door acute wanhoop overvallen. Zij melden zich voor de zoveelste keer bij die tantaliserende hefboom – om opnieuw afgewezen te worden. Laatst zag ik een chauffeur die het niet langer kon verdragen.

,,Ik wil er door'', snauwde hij tegen de regelaar.

De regelaar weigerde. De chauffeur stapte uit en rukte op naar de hefboom. De regelaar kwam in de rol terecht van Gary Cooper in High Noon: een ordehandhaver moet zich verdedigen tegen een wraakgierige gunman. Wat te doen?

,,Je komt er niet in'', zei de regelaar.

,,Dat maak ik zelf wel uit'', zei de chauffeur, een stevig gebouwde man.

,,Ga er dan maar door'', zei de regelaar, ,,maar ik roep wel de politie erbij.''

De chauffeur aarzelde – en bond in. Hij maakte wat grapjes en liep terug.

Ik moest denken aan de treinconducteur die ik kort tevoren had meegemaakt. Hij zag verderop drie lawaaierige jongeren in een eersteklascoupé zitten. Met één oogopslag taxeerde hij het probleem. Zou hij ze om hun kaartje vragen? Of zou hij doen alsof hij ze niet zag? Hij besloot tot het laatste en ging haastig zitten.

Voor moed heb je moed nodig.

    • Frits Abrahams