Groene takken + rode bessen = wit goud

Voorzichtig de mannelijke bloem met stuifmeel tegen de vrouwelijke bloem drukken – het bevruchten van asperge- planten is monnikenwerk. Maar als het lukt komen er `supermannen' uit voort met dikke, rechte stengels. Het Limburgse bedrijf Asparagus wil ermee de wereldmarkt op.

Van het `witte goud' is nergens een spoor te zien, en dat voelt raar. Juist bij een bedrijf dat zich helemaal toelegt op asperge. Maar bij nader inzien toch ook weer niet. Want bij Asparagus in Horst, een dorp iets boven Venlo, draait het eigenlijk niet om de ondergrondse scheuten die in de maanden april, mei en juni zo graag worden gegeten. ,,Het gaat bij ons om de bovengrondse groene struiken'', zegt bedrijfsleider Marc van der Steen. Daaraan groeien de felrode bessen die uiteindelijk het zaad produceren. En dat is waar Asparagus de afgelopen jaren groot in is geworden, de verkoop van aspergezaad.

In Europa heeft het bedrijf al 80 procent van de markt in handen. Maar Asparagus wil meer. China, Peru – dat zijn de twee grootste aspergeproducenten ter wereld. Daar wil het bedrijf naartoe. Maar de concurrentie uit Amerika zit er al stevig in het zadel. Bovendien heerst in die landen geen gematigd klimaat, zoals in Europa. Het is er warmer en droger. Er zullen dus nieuwe rassen moeten komen die zijn afgestemd op de lokale bodem- en weersomstandigheden – maar dan wel met een betere kwaliteit dan die van de concurrenten. Dat vergt vele jaren van veredelen. Sinds de oprichting van Asparagus in 1994 houden de 25 werknemers zich met niks anders bezig dan het slimme gebruik van een aantal moderne technologieën. Van der Steen: ,,In China lopen nu de eerste proeven op het land. En in Peru beginnen we binnen het jaar.''

Landbouw en voeding zijn een belangrijke sector voor het kleine Nederland, dat een van 's werelds grootste exporteurs van landbouwproducten is. Het is de thuisbasis van multinationals als Unilever en Heineken, zuivelreuzen als Campina en Friesland Coberco, en Europa's op een na grootste vleesbedrijf Vion. Binnen de landbouw en de voeding springen volgens het Innovatieplatform drie sectoren eruit: de sierteelt, de voedingsindustrie en de zaadveredeling. In die laatste groep hoort Asparagus thuis.

Innovaties komen niet zomaar, zegt directeur Bert van den Bercken, en Asparagus trekt er veel geld voor uit. ,,Twee derde van onze kosten zijn voor onderzoek en ontwikkeling'', zegt hij. Met maar één doel: asperge van een steeds betere kwaliteit leveren. Wat dat is? Van den Bercken somt op: een rechte stengel, een mooi gesloten, gladde kop, resistentie tegen ziektes. Verder moet de plant veel opbrengen gedurende de acht tot tien jaar dat hij op het land staat en moeten de scheuten zo uniform mogelijk zijn, liefst allemaal tussen de 20 en 28 millimeter dik. Dat is de zogenaamde AA-klasse waarvoor het meest wordt betaald.

Ook op smaak wordt gelet. ,,Asperge mag niet te waterig zijn, en ook niet te bitter'', zegt Van der Steen. Maar de invloed van veredeling op de smaak is beperkt, voegt hij meteen toe. ,,Belangrijker zijn de bodemsoort, de bemesting, de boer, het weer.''

Er wordt niets aan het toeval overgelaten, legt bedrijfsleider Van der Steen uit tijdens de rondleiding. De planten groeien in kassen en niet in de buitenlucht, omdat daar de omstandigheden te grillig zijn. In de kas is alles – luchtvochtigheid, watertoevoer, belichting – tot in de puntjes te controleren. In een testruimte zijn drie mensen aan het werk. Een van hen, Elly Craenmehr, houdt in haar handen een bakje waarop kleine gele bloemetjes liggen. Ze komen van mannelijke aspergeplanten, die even verderop in een aparte, goed afgesloten ruimte staan. In de ruimte waar Craenmehr nu werkt groeien uitsluitend vrouwelijke planten. ,,Je moet de mannelijke bloem met het stuifmeel voorzichtig tegen de vrouwelijke bloem duwen'', zegt Craenmehr. ,,Als je goed stuift kun je met één mannelijke bloem drie tot vier vrouwelijke bloemen doen.''

Het is heel precies werk, want de bloemen zijn slechts een halve centimeter groot. Je moet ook je hoofd er goed bij houden, zegt Van der Steen. Onder elke vrouwelijke bloem hangt aan de stengel van de plant een label. Daarop staan codes die aangeven met welke mannelijke plant de bloem gekruist dient te worden. Lim 131, 87F7. ,,Het is monnikenwerk'', zegt hij. Na elke bestuiving wast Craenmehr haar handen met alcohol om eventueel stuifmeel op haar handen te doden, zodat er geen onverwachte kruisingen optreden. Binnen een paar dagen is te zien welke vrouwelijke bloemen daadwerkelijk zijn bevrucht. Die sluiten zich, en dan vormen zich de typische felrode bessen waarin het zaad wordt aangelegd. Elke bes telt drie tot vijf zaden.

Pierre Lavrijsen, hoofd veredeling bij Asparagus, vertelt dat er jaarlijks vierhonderd potentieel nieuwe rassen worden geselecteerd. De planten worden op het eigen terrein getest. Buiten, in wind en regen. ,,We hebben al snel een goed beeld van de twintig of dertig beste'', zegt Lavrijsen. De geselecteerde planten gaan naar verschillende tuinders in de buurt, waar ze onder allerlei omstandigheden verder worden getest. In klei, en zand. Onder plastic of niet. Het hele traject duurt in totaal zo'n vijftien jaar. Als alles volgens plan verloopt, verkoopt Asparagus tegen 2010 zijn eerste zaden in China en Peru.

Volgens hoofd veredeling Pierre Lavrijsen heeft Asparagus één belangrijk voordeel op de concurrentie: de enorme verzameling aspergeplanten die al was aangelegd door de publieke voorganger van het bedrijf, de Proeftuinen van Limburg. Oude rassen, wilde soorten. ,,Een genetische goudmijn'', zegt Lavrijsen.

Maar is dat nu zo innovatief, een gewas veredelen dat al sinds het oude Egypte wordt gegeten? ,,Innoveren betekent niet alleen dat je dingen verzint die nog niet bestaan'', zegt directeur Van den Bercken. ,,Je kunt ook gebruikmaken van bestaande technologieën en die op een slimme manier combineren. Dat doen wij.'' Zo maakt het bedrijf via een speciale techniek zogenaamde `supermannen'. Daarbij wordt het erfelijk materiaal van mannelijke aspergeplanten aangepast waardoor ze niet XY zijn, zoals normaal, maar YY. Als je zo'n plant kruist met een vrouwtje (XX) krijg je alleen maar nakomelingen die XY zijn. Mannetjes dus, en geen vrouwtjes. ,,Dat is een voordeel'', zegt Van den Bercken. ,,Mannelijke planten vormen geen bessen met zaad. Dat doen alleen de vrouwelijke planten. De energie die dat anders zou kosten, kan de plant nu in de aanleg van de jonge scheuten stoppen. Dat betekent dikkere asperges, en dus meer geld.''

Op een van de laboratoria pakt Wil van Enckevort een bakje waarin groene klompjes weefsel groeien. Het is het prille begin van de supermannen, legt ze uit. Van Enckevort snijdt het weefsel in stukjes en zet die over in nieuwe bakjes. Elk klompje groeit uit tot een volledige plant. Haar werk noemt ze ,,routinematig, maar wel belangrijk''.

Genetische manipulatie, waartegen in Europa zoveel weerstand is, past Asparagus niet toe. Van der Steen ziet de antipathie tegen deze technologie als een groot gevaar voor het veredelingsonderzoek in Europa. ,,Als dit nog tien jaar aanhoudt raken we onze goede positie kwijt.''

Wel gebruikt Asparagus een andere, nieuwe DNA-technologie. Daarmee kan het bedrijf een snellere selectie maken van de aspergegewassen die alle gewenste eigenschappen in zich hebben. Het spaart jaren werk. Deze zogenaamde DNA-merkertechnologie komt van Nederlandse bodem, van het Wageningse bedrijf Keygene dat in handen is van een vijftal grote, internationale zaadveredelaars. Met dat bedrijf werkt Asparagus níét samen, zegt Van den Bercken nadrukkelijk. ,,Keygene veredelt sinds kort zelf asperge. En we laten onze rassen niet screenen door een directe concurrent. Dat is werken met de duivel.''

Twee andere Nederlandse bedrijven, Bejo en Teboza, zijn ook begonnen met de veredeling van asperge. Binnen een paar jaar zullen die hun eerste rassen op de markt brengen, verwacht Van der Steen. ,,Het is voor ons zaak om erop en erover te gaan.'' Hij bedoelt, een steeds betere kwaliteit te leveren.

Met die strategie hoopt Asparagus ook de twee Amerikaanse concurrenten in China en Peru te verslaan. ,,Zij produceren vooral bulk, tegen een lage prijs. Het is meestal asperge van een lage kwaliteit, die in de supermarkten in glazen potten wordt verkocht'', zegt Van der Steen. Het heeft volgens hem te maken met de grondprijzen en loonkosten, die in China en Peru laag zijn. Asparagus heeft van oudsher te maken met de hoge grondprijzen en relatief dure arbeidskrachten in Nederland. Om die kosten terug te verdienen heeft het altijd al moeten selecteren op hoge kwaliteit. Want alleen voor dat zaad kun je in de markt een hogere prijs vragen. Directeur Van den Bercken verwacht dat er in China en Peru wel vraag zal zijn naar kwalitatief goede, iets duurdere asperge. ,,China produceert nu alleen nog voor export. Een land als Spanje heeft daar veel last van. Maar de Chinezen worden rijker, en zullen over een jaar of vijf zelf asperge gaan eten.''

Volgens Van der Steen kost het ontwikkelen van een nieuw ras 10 miljoen euro. Hij loopt langs een kas waar talloze ouderlijnen staan. ,,Dit zijn de ouders van de nieuwe rassen die we testen. Hier staat ons kapitaal.'' Asparagus heeft geprobeerd dit stukje kas te verzekeren, legt hij uit. ,,Stel dat hier een vliegtuig neerstort, dan zijn we alles kwijt wat we hebben opgebouwd.'' Maar verzekeren lukte niet. Als alternatief heeft het bedrijf een tweede locatie gebouwd, vier kilometer verderop. Daar hebben ze kopieën van alle belangrijke ouderlijnen geplant. ,,Van belangrijke computerbestanden maak je ook een back-up. Datzelfde doen wij met onze asperges.''

Dit is de zevende aflevering van een serie over innovatieve Nederlandse bedrijven. Eerdere delen verschenen op 14 (MassiveMusic), 21 (Eco-Point) en 28 juli (Compa Tech) en 4 (Ophtec), 11 (Nedstack) en 18 (Paques) augustus. Zie ook www.nrc.nl.