Corus raakt achterop bij concurrentie

De nettowinst van Corus is verdrievoudigd, maar het staalconcern verliest wel terrein aan de concurrentie. ,,Op termijn moeten we buiten Europa kijken.''

Drie jaar heeft Corus-bestuursvoorzitter Philippe Varin zichzelf de tijd gegeven om de afstand te dichten tussen het Brits-Nederlandse staalconcern en zijn belangrijkste Europese concurrenten, waaronder het Duitse ThyssenKrupp en het Luxemburgse Arcelor. Terwijl de winst voor rente, belastingen en afschrijvingen vorig jaar nog 3,5 procentpunt onder het gemiddelde in de Europese staalindustrie lag, is de afstand in de eerste helft van dit jaar gegroeid tot 4,2 procentpunt.

Varin wil de afstand tot de concurrentie – die bij zijn aantreden in 2003 nog op 6 procent lag – in 2006 hebben teruggebracht tot nul. Om dat te bereiken heeft de Fransman onder meer een deel van het management vervangen, saneringen doorgevoerd bij verliesgevende fabrieken in Groot-Brittannië en geïnvesteerd in de productie van staalproducten met een hogere winstmarge. Hij noemt deze operatie `herstel van succes'.

Hoe kan het dat de achterstand, die u vorig jaar nog hard aan het inlopen was, nu weer is vergroot?

Varin, aan de telefoon vanuit Londen: ,,Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste produceren wij veel staal voor de bouwsector met behulp van hoogovens. Daarbij verbruiken we grondstoffen als ijzererts en steenkool, die fors in prijs gestegen zijn. Onze belangrijkste concurrenten daarentegen maken staal voor de bouwsector vooral door schroot om te smelten, en de prijs van schroot is het afgelopen halfjaar juist sterk gedaald. Daar hebben onze concurrenten dus van kunnen profiteren, en wij niet. De tweede oorzaak is dat wij vergeleken met anderen relatief veel kortetermijncontracten hebben. Vorig jaar, toen de staalprijzen stegen, profiteerden wij daardoor relatief snel van de prijsstijgingen, maar nu ze weer dalen, is dat voor ons ook direct weer een nadeel.''

Gaat het nog wel lukken om het gat voor eind 2006 te dichten?

,,Daar ga ik wel van uit. Met de kostenbesparingen die we in het kader van de operatie `herstel van succes' aan het doorvoeren zijn, mikken we uiteindelijk op een jaarlijkse kostenbesparing van 680 miljoen pond (997 miljoen euro) in 2006. Daarvan hebben we tot nu toe 480 miljoen pond gerealiseerd. We liggen dus nog altijd op schema. Verder gaan we ervan uit dat de staalprijzen zich in de tweede helft van dit jaar geleidelijk zullen herstellen.''

Waar is die verwachting op gebaseerd? Sinds de staalprijzen in de tweede helft van vorig jaar een piek bereikten, zijn ze juist alleen maar gedaald.

,,Die prijsdalingen waren het gevolg van een zwakkere vraag naar staal in Europa en opgelopen voorraden bij afnemers. De staalindustrie heeft daar, voor het eerst in de geschiedenis, goed op gereageerd door collectief de productie te verlagen en zo een betere balans tussen vraag en aanbod te realiseren. Wij hebben onze productie voor het derde kwartaal bijvoorbeeld met een half miljoen ton verlaagd [zo'n 10 procent van het totaal, red.] In de hele EU ligt de productie zo'n 8 à 9 procent onder het niveau van vorig jaar. Voor het tweede halfjaar verwachten wij dat de voorraden weer hun normale niveau bereikt zullen hebben en dat de staalconsumptie in Europa licht zal stijgen. Dat is gunstig voor de prijsontwikkeling, en dus goed voor ons.''

Een van de redenen dat uw concurrenten hogere marges halen, is dat zij actief zijn met staalproductie in Oost-Europa (Mittal Steel), China (ThyssenKrupp) en Brazilië (Arcelor). Raakt Corus, dat alleen in Nederland en Groot-Brittannië produceert, daardoor niet verder achterop?

,,Op dit moment ligt onze prioriteit bij het winstgevender maken van onze huidige staalfabrieken. Maar wij zullen de komende jaren zeker moeten kijken naar uitbreiding in landen met een snellere economische groei en lagere kosten dan in West-Europa. We zijn niet voor niets een van de gegadigden voor de overname van een belang van 50 procent in de te privatiseren Turkse staalproducent Erdemir. We kijken echter ook naar Oost-Europa en landen als China, Rusland en Brazilië. Maar dat is iets voor de lange termijn.''

    • Jochen van Barschot