Bevolkingsomvang moet omlaag

Er zijn geen economische argumenten die pleiten voor een bevolkingsgroei in Nederland, dus de pastoor hoeft niet bij zijn vrouwelijke parochianen langs, betoogt Joop Hartog.

Stel dat we voor Nederland het inwonertal konden kiezen, waar zouden we dan op uitkomen? Zou iemand het in zijn hoofd halen om 16 miljoen voor te stellen? Dat lijkt mij uiterst onwaarschijnlijk. Toch zijn er genoeg mensen die grote problemen zien als de bevolking onder die 16 miljoen zou gaan zakken. De daling van het geboortecijfer en de omslag van immigratie naar emigratie hebben in Nederland voor het eerst sinds minstens een eeuw gezorgd voor zo'n daling, zij het slechts uiterst minimaal.

Als reactie daarop bepleiten sommigen een pro-natalistisch beleid: de daling van het geboortecijfer zou moeten worden omgebogen tot een stijging. Een invloedrijk econoom als de Tilburgse hoogleraar Lans Bovenberg bepleit belastingvoordelen voor de eerste drie kinderen in een gezin. De vooraanstaande Duitse econoom Hans-Werner Sinn heeft Nederlandse economen in de Tinbergen-lezing voorgehouden dat Europa geen toekomst heeft als de ,,demografische crisis'' niet wordt opgelost. Hij pleit er zelfs voor om pensioenen te verlagen voor mensen zonder kinderen: wie in gebreke blijft om kinderen voort te brengen en op te voeden, zal daarvoor boeten.

Ik moet bekennen dat het klamme zweet me uitbreekt bij dergelijke pleidooien. Er zijn immers krachtige argumenten om juist het tegendeel na te streven. We moeten juist blij zijn dat de bevolkingsgroei eindelijk verdwijnt.

De angst voor de vergrijzing is voor een deel een financiële angst, en een zorg dat de overheidsfinanciën uit de hand lopen. Maar serieuze studies laten zien dat het om zeer beheersbare effecten gaat. Het pensioenprobleem betreft in Nederland met name de AOW, omdat de aanvullende pensioenen gefinancierd worden uit kapitaaldekking. De AOW is een omslag van werkenden naar gepensioneerden. Op dit moment is het aandeel van de AOW in het nationaal inkomen 5 procent; op het hoogtepunt van de vergrijzingspiek, in 2040, zal dat niet hoger liggen dan 8 procent. Voorwaar geen lastenstijging waar we onder zullen bezwijken. Het overheidsbudget wordt uitgeknepen, omdat uitgaven (zoals voor gezondheidszorg) zullen toenemen en belastinginkomsten zullen dalen, omdat er meer gepensioneerden zullen zijn. Maar ook hier is allerminst sprake van een zwart scenario. Onderzoekers van het Centraal Planbureau hebben berekend dat het budgetprobleem is opgelost bij een lastenverzwaring die overeenkomt met een toename van de indirecte belastingen ter grootte van 1.8 procentpunt van het nationaal inkomen. En laten we ook niet vergeten dat normaal gesproken het probleem zich voordoet in een situatie van toenemende arbeidsproductiviteit.

Zou er geen sprake zijn van vergrijzing en houden we de pensioenen op peil, dan kunnen 20-64 jarigen in 2020 op een consumptie rekenen die meer dan 50 procent hoger is dan in 2000, volgens berekeningen van professor Jan Kuné, werkzaam bij het ABP (bovenstaande gegevens komen uit een boek onder zijn redactie, Leven in een ouder wordende samenleving). Vergrijzing reduceert die groei tot ruim 40 procent. Zijn dit de rampen waarvoor de procreatie moet worden opgezweept? Ze vragen een serieuze beleidsinspanning, zeker, maar ik kan er geen rechtvaardiging in zien om meneer pastoor maar weer op pad te sturen. Ook al draagt hij dit keer een ander habijt.

De economische effecten van bevolkingsgroei in Nederland zijn volgens mij negatief. (Mondiaal zijn ze verwoestend negatief, maar dat terzijde). Ik heb daarvoor twee centrale argumenten. Eén: er zijn geen economische argumenten voor een grote bevolking. Twee: er zijn wel argumenten dat bevolkingsdichtheid negatieve welvaartseffecten heeft.

Om te beginnen is het inkomen per hoofd niet afhankelijk van het aantal hoofden. Denemarken heeft 5 miljoen inwoners, een vergelijkbare oppervlakte als Nederland en is zeker niet minder welvarend dan wij. Landen met een grote bevolking hebben geen hoger inkomen dan landen met een kleine bevolking. En hoe meer de wereldeconomie geïntegreerd raakt, hoe minder de bevolkingsomvang van een land er toe doet. De economische theorie kan ons uitleggen dat hier een algemeen principe aan ten grondslag ligt: de arbeidsproductiviteit wordt niet bepaald door de bevolkingsomvang (in jargon: er zijn constante schaalopbrengsten).

Een grote bevolking heeft wel negatieve effecten bij schaarste aan ruimte: het is de bevolkingsdichtheid die de nadelen oplevert. Gebrek aan ruimte betekent congestie. Files op de weg, drukte in de trein, dringen op de woningmarkt, vechten om recreatieruimte. De nadelen zijn genoegzaam bekend en ze zijn door economen gekwantificeerd. Met een neutraal effect van bevolkingsomvang en een negatief effect van bevolkingsdichtheid is het saldo dus onvermijdelijk negatief.

Iedereen weet dat Nederland uitzonderlijk is. Op een beperkt grondgebied zijn we als gekken gegroeid, om redenen die niet helemaal duidelijk zijn. In de laatste vijf eeuwen is de bevolking van Frankrijk verviervoudigd, die van België verzesvoudigd, terwijl die van Nederland 16 keer zo groot is geworden. Hoog tijd om het eens wat kalmer aan te doen. Iedere keer als iemand beweert dat de bevolking moet groeien, moet een ander opstaan om een krachtig tegengeluid te laten horen. Ik ken genoeg economen die volstrekt geen behoefte hebben aan het opjagen van het geboortecijfer.

Joop Hartog is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.