Afghaanse kritiek op `milde vonnissen' van krijgsraad VS

De Afghaanse regering is teleurgesteld over de ,,onverwacht milde'' vonnissen die Amerikaanse krijgsraden in Texas de afgelopen weken hebben uitgesproken tegen Amerikaanse militairen wegens marteling van twee Afghaanse gevangenen die later stierven. De zaak speelde zich eind 2002 af op Bagram, de grootste Amerikaanse basis in Afghanistan.

Volgens een woordvoerder van de Afghaanse president Hamid Karzai moeten de aanklagers beroep aantekenen en zich inspannen de rechters tot zwaardere straffen te bewegen.

Een van de Amerikaanse militairen werd veroordeeld tot twee maanden gevangenis, een tweede tot drie maanden. Een derde werd gedegradeerd in rang en kreeg een reprimande en een boete. Een vierde werd in rang gedegradeerd. Een lid van de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie vond de straffen ,,een grap.'' ,,Ze hadden allemaal 20 jaar gevangenis moeten krijgen of ter dood worden veroordeeld.''

De twee Afghanen waren een 22-jarige taxichauffeur, Dilawar, en de ongeveer 30-jarige Mullah Habibullah. Volgens de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch – die meldt te beschikken over niet-vrijgegeven rapporten van het Amerikaanse leger over hun dood – werden de twee in staande positie vastgeketend aan het plafond, de een aan zijn middel en de ander aan zijn polsen, terwijl hun voeten op de grond bleven. Dilawar stierf nadat hij vijf dagen lang tegen zijn knieën en onderlichaam was geslagen. Uit een lijkschouwing bleek dat zijn benen zodanig door de slagen waren beschadigd dat amputatie nodig zou zijn geweest als hij niet was gestorven. Habibullah stierf als gevolg van een longembolie die kennelijk was veroorzaakt door bloedstolsels die in zijn benen waren gevormd door de slagen, aldus een Amerikaans legerrapport van juni 2004.