Zonde

Van de strandverpestende beachbin in Bloemendaal, waar ik het gisteren over had, naar de landschapsvervuilende recreatieboot in Groet is slechts één stap die we nu maar meteen moeten zetten. Hebben we dát gehad, hoeven we ons de rest van het nieuwe seizoen alleen nog maar met `positieve' onderwerpen bezig te houden.

In Groet? Ja, in Groet, Noord-Holland.

Ik belandde er dankzij John Jansen van Galen, een ervaren (wandel)verslaggever, van wiens hand ik twee jaar geleden uit Het Parool een aantrekkelijke route knipte. Het betrof ,,een van de mooiste wandelingen'' die hij kende: vanuit Petten over het gras van de Oude Schoorlse Zeedijk naar Groet.

Alleen al zijn opsomming van de plantaardige verscheidenheid aldaar bracht mij het water naar de mond: de rolklaver, de rimpelroos, de kamperfoelie, de ratelaar en het zandblauwtje – ook al zou ik ze moeilijk uit elkaar kunnen houden. Was John misschien het netelbekje, de zomermuts, de knitterteef en het landlopertje vergeten, of waren die er niet, vroeg ik me nog even bezorgd af, maar ik besloot door te zetten toen ik de lengte van de wandeling zag: slechts tien kilometer, voor mij de kritische grens tussen wandelen en sjokken.

John had geen woord te veel gezegd: het was schitterend. Als je eenmaal de Hondsbossche Zeewering onder Petten hebt verlaten, loop je via het gehucht Leihoek zomaar de hemel binnen, alsof het een stadion is waar de wedstrijd van je leven wordt gespeeld. Zo ver je kunt zien, is er rondom alleen maar lucht, licht, gras (inclusief rolklaver) en hier en daar een watertje.

De enige reden waarom ik af en toe bleef staan, was om God te bedanken. Hij mag dan Ratzinger hebben benoemd, maar Hij heeft ook veel goeds gedaan.

Terwijl ik daar liep, flitsten allerlei recente, dierbare vakantieherinneringen door mij heen, zoals de naam van dat cafetaria bij Steenwijk (`Het Vullende Buikje'), zoals die uitspraken van de 75-jarige grafdelver in Paasloo, waar de dichter J.C. Bloem begraven ligt (,,Bloem had niks met de kerk, maar hij wilde er wel graag bij begraven worden'' en ,,Grafdelvers zijn bijna niet meer te krijgen''), zoals het onderschrift op een fototentoonstelling in Haarlem waarin een moeder over de kleding van haar dochter zegt: ,,You don't dress a pig unless ya gonna eat it.''

Allemaal mooi en markant, maar nietig in het licht van de onvergankelijkheid te Groet.

Ik had intussen de dijk langs de Hargervaart bereikt en verheugde me al op het laatste halfuurtje met vrij uitzicht op de weilanden voor Groet. Toen passeerde ik een paaltje waarop een krantenknipsel was geprikt. Daarin werden de plannen van Noord-Holland met de recreatieve bootbezitter vermeld. Die moet van het provinciebestuur véél meer ruimte krijgen. ,,Maar hier niet'', had iemand er boos bij geschreven.

De vervuilende daad bleek allang bij de regenteske belofte gevoegd: de laatste kilometers naar Groet voerden langs een dichte rij van geparkeerde plezierboten die het uitzicht blokkeerden. De bezitters zaten op de wal hun Telegraaf te lezen of kuierden naar een van de wc-cabines. Het was een camping op het water.

Boot slaat dood.

Eeuwig zonde.

    • Frits Abrahams