Zomer van de waarheid voor de conjunctuur

Maakte de economie in het tweede kwartaal van dit jaar juist een herstel door, daalt het consumentenvertrouwen weer. De zomer van 2005 wordt er een van buigen of barsten.

Wat wil de consument? Terwijl de economie in het tweede kwartaal een flink herstel liet zien van de onverwachts forse krimp in het eerste kwartaal van dit jaar, ligt de sleutel voor een duurzame opleving van de conjunctuur nog altijd bij de bestedingen van huishoudens. De opleving is tot nu toe vooral te danken geweest aan de export en de investeringen, maar de consument laat het nog altijd afweten.

Zo bezien is het nieuws dat het consumentenvertrouwen in augustus opnieuw is teruggevallen hoogst onwelkom. Niet in de laatste plaats voor het kabinet-Balkenende, want de consument is ook de kiezer. Volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen, en 2006 is ook het jaar van de aanloop van de parlementsverkiezingen in mei 2007. Dan zal de ploeg van Balkenende moeten oogsten.

Vooralsnog lijkt het niet mee te zitten. De index van het vertrouwen van de consument daalde in augustus naar -28, en zet daarmee alsnog de neerwaartse trend door na de opleving die de vertrouwensindex in april nog tot een waarde van -16 wist op te stuwen. Het vertrouwen is de laatste jaren een redelijk goede voorspeller van de daadwerkelijke uitgaven geweest. Die consumentenuitgaven zijn cruciaal voor het verloop van de conjunctuur, want ze maken meer dan 60 procent uit van het bruto binnenlands product.

Verontrustend is dat de vertrouwenskwestie nauwelijks genuanceerder ligt als de index in zijn onderdelen wordt ontleed. Economen leggen bij het verband tussen het vertrouwen en het daadwerkelijke gedrag van consumenten de nadruk op een van de deelvragen waaruit de index is opgebouwd: de bereid om `grote aankopen' te doen. Die koopbereidheid bleef in augustus zeer laag, maar ligt nog wel boven het recente dieptepunt van juni. Ook het oordeel over het economisch klimaat is teruggelopen, en dat geldt niet alleen voor het klimaat in het afgelopen jaar, maar ook voor de verwachtingen voor het komende jaar. Hetzelfde gaat op voor het oordeel over de eigen financiële situatie van de Nederlandse bevolking. Terugblikkend heeft de burger zijn oordeel over het afgelopen jaar opnieuw neerwaarts bijgesteld, en dat geldt ook voor het komende jaar.

Nu moet worden gezegd dat het bericht over de spectaculaire opleving van de Nederlandse economie in het tweede kwartaal, 1,3 procent groei op jaarbasis, niet of niet geheel in de antwoorden op de vertrouwensenquête kan zijn doorgedrongen. De burger laat zich in zijn oordeel leiden door het nieuws over de economie, zodat een volgende meting over september wellicht wat gunstiger uitvalt.

Daarnaast publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek naast de eigen vertrouwensindicator ook de indicator zoals die voor alle Europese landen wordt opgesteld door de Europese Commissie. Die Europese vertrouwensindicator voor Nederland staat er structureel wat beter voor, maar de uitslag over augustus is nog niet bekend.

Zijn er lichtpuntjes? Die zijn er. Het vertrouwen van ondernemers gaat er flink op vooruit, de werkloosheid is stabiel, en op kwartaalbasis zien de gegevens over de economische groei in het tweede kwartaal er anders uit dan op jaarbasis. De consumentenuitgaven zijn wel gedaald ten opzichte van vorig jaar, maar tegenover het eerste kwartaal is een bescheiden groei te zien van 0,2 procent. Dat geeft enige moed, zij het dat de groei miniem is.

Of die trend doorzet is de grote vraag voor de komende kwartalen, en het vertrouwen speelt daarbij een grote rol. De koopkrachtreparatie die het kabinet voor 2006 overweegt, is in theorie een steun in de rug voor de consumentenbestedingen, en dus ook voor de economie als geheel. Belangrijker nog is de hoeveelheid opgepot geld die een deel van de burgers in de knip houdt en zou moeten gaan uitgeven om de conjunctuur echt aan te zwengelen. Een terugkeer van het vertrouwen is daarvoor essentieel. En zo ver is het, zo tonen de gegevens over augustus, nog lang niet.

Zo blijkt de zomer van 2005 er één van buigen of barsten. Geeft het consumentenvertrouwen een verkeerd signaal af, en zet het herstel door in het derde kwartaal, dan is echt een duurzaam keerpunt ten goede gepasseerd. Of gaf het tweede kwartaal,à la Japan, voor de zoveelste maal valse hoop? Geduld is geboden, ook voor de beleidsmakers in Den Haag: de eerste raming over de economie in het derde kwartaal komt pas in november.