Zaak-Armstrong: minister sceptisch, Leblanc geschokt

Franse autoriteiten reageren terughoudend op de beschuldiging gisteren in de Franse sportkrant L'Equipe dat wielrenner Lance Armstrong het bloeddopingmiddel epo heeft gebruikt in de Tour van 1999, de eerste van zeven die hij won. ,,Ik heb mijn twijfels'', zei de Franse sportminister Jean-François Lamour in een radio-interview op de vraag of hij vermoedt dat de Amerikaan `schuldig' is. ,,Waarom? Omdat ik niet het tweede deel van de informatie heb, de identificatie. Blijkbaar is de journalist (van L'Equipe, red.) de enige die daarover beschikt. (..) Van het laboratorium weet ik dat er in 1999 gevallen van epo-gebruik zijn geweest, maar dat is informatie waar geen namen van renners aan gekoppeld zijn.'' Het dopinglaboratorium in Châtenay-Malabry, bij Parijs, valt onder het ministerie van sport.

Volgens L'Equipe waren zes plasjes van Armstrong uit de Tour van '99 `positief' op epo, onder meer na belangrijke bergetappes. De krant koppelde de laboratoriumresultaten aan gegevens van de Franse wielerbond en kwam zo tot de conclusie dat de zes positieve urinestalen aan Armstrong toebehoorden. Die ontkende gisteren andermaal dat hij ooit verboden prestatieverhogende middelen heeft gebruikt.

Het dopinglaboratorium testte vorig jaar ingevroren urinestalen uit de Tour van 1999, in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Er werd daarbij gezocht naar een verfijning van de test die het eiwit epo moet kunnen opsporen. In 1999 was er nog geen goedgekeurde epo-test. Sporters werden voor het eerst getest op epo tijdens de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Een jaar later werden wielrenners in de Tour voor het eerst aan een epo-test onderworpen.

De voorganger van Lamour, Marie-George Buffet, noemde het kwalijk dat L'Equipe alleen de naam van Armstrong heeft genoemd. In hetzelfde verhaal beweert de krant namelijk ook dat in de urinestalen van andere renners sporen van epo zijn aangetroffen. Die namen zijn niet onthuld. Buffet was minister van sport in 1999.

De Ronde van Frankrijk van 1998 stond in het teken van een dopingschandaal: de ploeg van Festina werd uit de wielerronde gezet toen bleek dat de renners daar structureel dope gebruikten, waaronder epo. Armstrong ontbrak dat jaar in de Tour.

Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc, die journalist was bij L'Equipe voordat hij directeur werd van de Tour de France, reageerde geschokt op de beschuldiging aan het adres van de man die de afgelopen zeven edities van de Ronde van Frankrijk won. Hij zei gisteren dat hij zich in de steek gelaten voelt door de Amerikaan. ,,Ik moet voorzichtig blijven, maar dit is verkeerd en ik voel van binnen diepe teleurstelling, zoals zoveel sportliefhebbers dat zullen voelen. Ik word heen en weer geslingerd tussen bewondering en voorzichtigheid'', zei de man die eind juli 2006 afscheid neemt als Tourdirecteur. ,,Het dossier ziet er solide uit, de geloofwaardigheid van het laboratorium staat niet ter discussie. Het enige dat we nu kunnen doen is afwachten wat de uitleg is van Armstrong en zijn entourage.'' Het kwam voor Leblanc niet als een verrassing dat uit de tests van het laboratorium is gebleken dat er dat jaar epo is gebruikt, omdat epo toen nog niet op te sporen was.

Het is niet duidelijk of de beschuldigingen door betrokken instanties zullen worden onderzocht en of Armstrong juridische stappen gaat ondernemen. Feit is wel dat de renner die zondag 24 juli zijn carrière beëindigde niet meer gestraft kan worden. Het laboratoriumonderzoek betrof namelijk geen officiële dopingcontrole. Bij een reguliere dopingcontrole is er een contra-expertise, maar die is in dit geval niet mogelijk. De A-stalen van de toen afgenomen urine werden na de dopingcontrole in de Tour van '99 vernietigd, de bewaarde B-stalen werden door het Franse dopinglab gebruikt voor het wetenschappelijk onderzoek.