Persstem over landbouwsubsidie: The Wallstreet Journal

Gauw: wat hebben Ted Turner, de voormalige topbasketballer Scottie Pippen, koningin Elizabeth II en de Nederlandse minister van Landbouw gemeen? Alle vier hebben zij geprofiteerd van landbouwsusbsidies die veel meer de zakken van de rijken vullen en de handel met arme landen verstoren dan dat ze agrarische familiebedrijfjes steunen.

De Nederlandse minister Cees Veerman is de jongste naam op de lijst: vorige week hebben onderzoekers onthuld dat hij vorig jaar zo'n 190.000 euro subsidie heeft ontvangen voor zijn boerenbedrijven in Nederland en Frankrijk. Dat nieuws kwam slechts enkele weken nadat Veerman had gedreigd te zullen aftreden als het Nederlandse kabinet zijn steun zou geven aan een voorstel van de Britse premier Tony Blair om te snijden in de subsidies die worden verstrekt in het kader van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie.

De reactie van het Nederlandse ministerie van Landbouw – dat Veermans boerenbedrijven en subsidies niets te maken hebben met zijn standpunt inzake de hervorming van het GLB – zou komisch zijn, als ze niet tekenend was voor de algemene houding van de Europese leiders jegens hun burgers: blijf kalm, betaal je belasting en laat de rest aan ons over. Door de EU-Grondwet af te wijzen hebben de Franse en de Nederlandse kiezers al blijk gegeven van kritisch wantrouwen ten aanzien van de EU-instellingen. Als Europese leiders nu nog – zoals in het geval van Veerman – het voordeel van de twijfel vragen, laten ze blijken dat ze hun lesje niet hebben geleerd.

Daarom is het belangrijk dat de Europese belastingbetalers weten wie zij met het GLB subsidiëren en waarom het moet worden hervormd. Kennelijk zijn de Europeanen nog niet kwaad genoeg over het feit dat hun belastingeuro's worden gebruikt om een inefficiënte agrarische industrie op de been te houden, de voedselprijzen kunstmatig hoog te houden en de ontwikkelingslanden in hun groei te belemmeren. Misschien zullen de vereiste afkeer en de roep om ingrijpen de kop opsteken als wij eenmaal zien waar het geld terechtkomt.

Het heeft al gewerkt in Groot-Brittannië, waar bekend is geworden dat de koningin, grote agrarische ondernemingen en een bende hertogen en graven tot de grootste ontvangers behoren. Natuurlijk zijn anti-GLB-gevoelens gemakkelijker aan te wakkeren in het eurosceptische Groot-Brittannië, dat relatief weinig subsidie ontvangt. Maar ook daar waren deze verbluffende onthullingen nodig om de roep om hervormingen te doen klinken.

Behalve Groot-Brittannië heeft alleen Denemarken de namen van zijn GLB-ontvangers bekendgemaakt. Minister Veerman heeft toegezegd volgende maand in Nederland hetzelfde te zullen doen, al krabbelt hij al terug onder verwijzing naar de privacywetgeving. Het antwoord daarop is eenvoudig: de boeren die hun financiën helemaal privé willen houden, kunnen voortaan de door de belastingbetaler gefinancierde cheques beleefd weigeren. Geheimzinnigheid over wie openbare gelden ontvangt, is niet iets dat de burgers van democratische landen zouden moeten tolereren, als zij goed bestuurd willen worden.

Maar het gaat er vooral om dat in Frankrijk en Duitsland de namen van de ontvangers openbaar worden gemaakt, want die landen slokken het leeuwendeel van de GLB-subsidies op en hebben zich steeds verzet tegen de grondige herziening waar Blair op aandringt. Ook als op de lijst geen politici zouden opduiken, zullen er toch zeker volop rijke particulieren en ondernemingen op staan, die zullen afrekenen met het sprookje dat het GLB vooral dient om de `familieboerderij' en het traditionele boerenleven te handhaven.

Jacques Chirac en Gerhard Schröder hebben een poosje geleden [...] verklaard dat het GLB ,,opgeknapt'' was, al werd niet duidelijk wat zij er dan aan gerepareerd hadden. Sindsdien heeft Europa vanuit de hoogte volgehouden dat de Amerikanen de bad guys zijn die zich verzetten tegen de eis van de ontwikkelingslanden dat de rijke landen in het kader van de huidige Doha-ronde van het wereldhandelsoverleg hun agrarische subsidies moeten opgeven. EU-commissaris van Handel Peter Mandelson verklaarde vorige maand dat ,,het proces van compromissen al meer dan een jaar eenrichtingsverkeer is''. Met andere woorden: ,,Wíj hebben ons steentje bijgedragen.''

Het valt niet te ontkennen dat Washington een forse stap achteruit heeft gezet met zijn landbouwwet van 2002, die de subsidie met 6,4 miljard dollar (5,2 miljard euro) per jaar verhoogde. De Amerikaanse subsidies voor maïs, tarwe en katoen blijven een belemmering voor de vrije handel in landbouwproducten. Zelfs de betrekkelijk kleine Amerikaanse suikerindustrie bleek een groot obstakel voor de Midden-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst, die maar nét door het Congres is gekomen.

Maar anders dan de Europeanen beweren, spreken de cijfers nog altijd niet in hun voordeel. De opgezwollen Amerikaanse landbouwwet komt neer op een jaarlijks cadeautje van 14 miljard euro, maar zelfs dat steekt bleekjes af bij de hoorn des overvloeds van 40 miljard euro van het GLB. Brussel zat op de goede weg toen het eerder dit jaar, als onderdeel van zijn hervorming van de suikersubsidie, van prijssteun overstapte op rechtstreekse subsidiëring. Maar die wijziging moet worden aangevuld met verlaging van de uitkeringen – die vervolgens ook op andere landbouwproducten moet worden toegepast –, anders heeft ze niet echt effect. Maar de lidstaten verzetten zich helaas tegen verdergaande aanpassingen.

Het mondiale handelsoverleg is zeker een goede zaak, maar zijn armslag is beperkt door de betrokkenen en de kwesties die op het spel staan. Noch de EU noch de VS moeten bij hun subsidiehervormingen de theelepeltjes hanteren waarmee de Doha-onderhandelaars werken. Misschien zullen echte hervormingen op gang komen wanneer de regeringen openlijk toegeven hoeveel rijke peren uit deze lucratieve trog meeslobberen.